`Antisemitisme is helemaal niet zo slecht voor joden'

De essentie van het bestaan ligt in het heden, zegt Ágnes Heller, en in de manier waarop wij onze verantwoordelijkheid dragen. Zij werd filosoof om te begrijpen hoe de jodenvervolging had kunnen gebeuren. Vroeger was Heller marxiste, nu hoort ze bij geen enkel -isme.

Ágnes Heller heeft er lang over nagedacht en is tot de conclusie gekomen dat het geen zin heeft om te speculeren over de toekomst of over het verleden. De geschiedenis is een aaneenschakeling van toevalligheden, de toekomst ligt achter de horizon. Het heden is het enige aanknopingspunt. Vanuit dat heden kunnen we een beetje terugkijken en een beetje vooruit, maar verder gaat het niet. De essentie van het bestaan ligt in het heden en in de manier waarop de mens zijn verantwoordelijkheden draagt in dat heden.

Het is de voorlopige conclusie van een filosofische loopbaan die begon in de Hongaarse marxistische school van vlak na de oorlog en inmiddels is aangeland bij wat Heller een geheel eigen filosofie noemt. Ver van alle scholen en ismes.

Het Gutenbergplein in Boedapest is één van de best bewaarde geheimen van de stad. Een klein, rustig plein vlak achter de drukke Jozefboulevard, dat gedomineerd wordt door een enorm wit Jugendstilgebouw. Ágnes Heller woont er op de bovenste verdieping, in een `loft' waar het licht op Amerikaans ruime wijze naar binnen valt. ,,Hoeveel tijd heeft u nodig', had ze door de telefoon gevraagd. En voor ik antwoord kon geven: ,,Nou komt u maar om negen uur dan kunnen we de hele ochtend werken.' Ze had geklonken als een bijleslerares die me niet zou laten gaan voor ik het begreep. Wat begreep? Hoe één mens vier identiteiten kan hebben zonder de weg kwijt te raken.

Heller (geboren in 1929) is bewust Hongaar, jood, vrouw en filosoof. ,,Er zijn genoeg mensen die nog wel willen toegeven dat ze als jood geboren zijn, maar verder niets met het jodendom te maken willen hebben. Of vrouwen die vinden dat hun geboorte een biologisch ongelukje is geweest en zichzelf uitsluitend als `mens' beschouwen. En dan heb je natuurlijk nog de Hongaren, bijvoorbeeld in de Verenigde Staten, die wel toe willen geven dat ze Hongaarse ouders hebben, maar zichzelf niet als Hongaar beschouwen.' Voor Heller is dat nooit een optie geweest. Haar vier identiteiten maken haar tot wie ze is.

Heilstaat

De Hongaarse filosofe meldde zich kort na de oorlog als achttienjarig meisje bij de marxistische filosoof György Lukács. In haar biografie Een aap op een fiets geeft ze ruiterlijk toe dat ze aanvankelijk weinig begreep van het abstracte denken van de grote meester, maar ze bleef komen omdat ze het gevoel had dat het hier om iets wezenlijks ging. Heller ging naar de filosofische faculteit omdat ze wou begrijpen hoe de jodenvervolging had kunnen gebeuren. ,,Ik wilde weten waarom die dingen gebeurd waren en nog steeds gebeurden.'

Lukács had een enorme invloed op zijn studenten die in Hellers tijd tot een hechte vriendengroep uitgroeiden en dat ondanks soms felle ideologische debatten voor een deel nog altijd zijn. Zelf bleef ze het marxistische gedachtegoed lange tijd trouw. Onder het stalinisme van het begin van de jaren vijftig. Tijdens de hervormingen die een vroegtijdig einde vonden in de revolutie van 1956. Tijdens het achterkamertjesbestaan van de `School van Boedapest', die na 1956 weliswaar geheel gemarginaliseerd was maar toch vast bleef houden aan het denken van de jonge Marx. Ze geloofde in de verschillende maatschappelijke fases op weg naar de communistische heilstaat. Nadat alle etappes doorlopen waren, zou het communisme volgen waarin iedereen gelijk was en alle vervreemding verdwenen. De geschiedenis met een grote G ontwikkelde zich wetmatig naar steeds grotere hoogte.

Pas in 1968, toen de Russen Tsjechoslowakije binnenmarcheerden en de zoveelste poging het communisme te hervormen de kop indrukten, was de maat vol. Zij nam definitief afstand van het utopisch denken van de jonge Marx. In de jaren die volgden, kieperde ze op onconventionele wijze het ene -isme na het andere overboord. Aan het eind van de jaren zeventig week ze met haar echtgenoot Ferenc Féher uit naar Australië. Sinds 1987 is ze hoogleraar filosofie aan de New School for Social Research in New York. Sinds de val van het communisme pendelt ze op en neer tussen New York en Boedapest.

Heller heeft haar aangeboren identiteiten als volwassene bewust opnieuw omarmd. De identiteit van filosofe heeft ze er zelf bij gekozen. Het woord `bewust' krijgt extra nadruk in het zangerige Engels dat ze spreekt. ,,Nee het is niet alleen een kwestie van accepteren dat je bent wie je bent. Accepteren kan erg passief zijn. Sartre heeft ooit gezegd dat een jood pas een jood wordt in de blik van de ander. Simone de Beauvoir heeft daar nog aan toegevoegd dat het de blik van de man is die een vrouw een vrouw maakt. Voor mij is het onacceptabel dat ik een Hongaar, jood en vrouw zou zijn omdat anderen mij zo zien. Ik draai het om: ik bepaal zelf hoe ik vanuit mijn vrouw-zijn, jood-zijn en Hongaar-zijn met anderen omga.'

Weggevoerd

De toon is gezet. Heller is een vrouw van uitgesproken gedachten. Na iedere vraag volgt een klein college dat in de beste didactische traditie met een korte samenvatting wordt afgerond. We beginnen met haar Hongaarse identiteit. Toen Heller als vijftienjarig meisje uit de oorlog kwam voelde zij zich verworpen en verraden door de Hongaren. Samen met haar moeder had ze de jodenvervolging weten te overleven. Het getto, de honger en zelfs de executieplaats langs de Donau waar ze samen met honderden anderen urenlang op haar einde had staan wachten. Het was om een onduidelijke reden niet doorgegaan.

Haar vader was weggevoerd naar Auschwitz en ,,niet meer teruggekomen'. Het waren Hongaarse politieagenten geweest die haar vader hadden opgepakt. Er waren nauwelijks Duitsers te pas gekomen aan de deportatie van joden in de laatste oorlogswinter. ,,Jarenlang heb ik het Hongaarse volkslied niet kunnen zingen. Ik kon het gewoon niet uit mijn strot krijgen. Ik kon ook geen stap zetten binnen het voormalige getto. Telkens als ik er in de buurt kwam werd ik fysiek onpasselijk. Ik had pure pleinvrees. Ik kon me niet met Hongaren identificeren omdat ze me bijna hadden vermoord. Ik voelde me totaal vervreemd.'

Heller vertelt dat haar `neurose' duurde tot 1956. In de opwinding van de politieke hervormingen die aan de revolutie voorafgingen, begon ze zich weer Hongaar te voelen. Ze ziet 1956 als haar eigen revolutie. Tot 1953 hadden de Hongaarse marxistische filosofen in de schaduw van het Stalinisme geleefd. Daarna leefden de leerlingen van Lukács enkele jaren tussen hoop en vrees. Met de komst van de hervormingsgezinde Imre Nagy vonden ze een politieke leider. De revolutie van 1956 was voor Heller de revolutie van de hervormingsgezinde communisten. Op het moment dat Imre Nagy verklaarde dat Hongarije uit het Warschaupact zou stappen, bekleedde ze een leidende functie op de ideologisch belangrijke filosofische faculteit. In die dagen werd het Hongaarse volkslied weer haar volkslied. En dat bleef het ook toen ze na de revolutie door het Kádár-regime van Moskougetrouwe communisten op een zijspoor werd gezet en politiek in de ban gedaan. Persoonlijk had de revolutie grote gevolgen. Sommige filosofen, onder wie haar eerste man István Hermann, gingen mee met het nieuwe regime. `Parvenu's' noemt Heller de mensen die toen eieren voor hun geld kozen. Ze stonden lijnrecht tegenover de `paria's' waartoe Heller zichzelf toen rekende. Het ging niet meer tussen Hongaren en joden, de tweedeling was nu paria en parvenu geworden.

Hongarije had rond de vorige eeuwwisseling, in de laatste decennia van de Habsburgse dubbelmonarchie een enorme bloei doorgemaakt. Boedapest was een florerend industrieel centrum. Hongarije reikte tot ver in wat nu Roemenië, Slowakije en Joegoslavië is. Maar omdat de Hongaren in de Eerste Wereldoorlog aan de zijde van de Oostenrijkers en de Duitsers hadden gevochten, werden ze in 1920 `gestraft' met het Verdrag van Trianon. De grootmachten bepaalden dat Roemenië, Tsjechoslowakije en Joegoslavië onafhankelijke staten zouden worden binnen nieuwe grenzen. Hongarije raakte tweederde van zijn land en eenderde van de Hongaarse bevolking kwijt. Hongarije had de oorlog verloren en moest boeten.

De `amputatie' leidde tot vele jaren van politiek extremisme afgewisseld met nationale lethargie. De Hongaarse `neurose' zoals Heller het noemt. ,,Hongaren waren al vrij neurotisch, maar na het Verdrag van Trianon in 1920 ging het helemaal mis. Daarna volgden communistische dictatuur, contra-revolutie, antisemitisme, zelfs pogroms tegen joden, revisionisme, het Horthy-tijdperk, de Tweede Wereldoorlog en toen voor de tweede keer communisme. De Hongaren werden een neurotisch, ongezond en ziek volk dat ieder zelfvertrouwen kwijtraakte. Ze raakten hun identiteit kwijt en gaven iedereen de schuld behalve zichzelf.' Pas in 1956, toen het land een eigen weg probeerde te gaan, los van Moskou, keerde het Hongaarse zelfvertrouwen langzaam terug. Sovjet-tanks maakten een einde aan de korte droom. Toch betekende de revolutie van 1956 een keerpunt. Voor Hongarije en voor de `Hongaarse' identiteit van Heller.

De relatie tussen Hongaren en joden is nooit echt goed gekomen. De laatste jaren neemt het antisemitisme alleen maar toe. Maar dat zegt de filosofe, spits provocerend, geen bezwaar te vinden. ,,Paradoxaal genoeg vind ik antisemitisme helemaal niet zo slecht voor joden. Het wijst ze op hun joodse identiteit. Maar voor het imago van Hongaren is het heel slecht. Het is een grote schande. Als Hongaar schaam ik me voor het Hongaarse antisemitisme.'

Hongaar-zijn heeft voor Heller in de eerste plaats te maken met de Hongaarse taal en meer in het bijzonder met de Hongaarse poëzie. Toen ze vier was, begon haar vader, een Weense jood wiens moedertaal eigenlijk Duits was, Hongaarse gedichten voor te dragen. Onderweg naar school zei ze uit haar hoofd Hongaarse gedichten op en toen ze voor het eerst aan een vriendje vertelde dat ze verliefd was deed ze dat met een Hongaars gedicht. ,,Maar ik voel me natuurlijk ook Hongaar omdat ik hier geboren ben. Mijn bloed zit ingebakken in de muren van deze stad. Hier heb ik geleden, hier ben ik uitgekotst, maar hier heb ik ook 1956 meegemaakt. Ik denk dat dat meer dan genoeg is om je Hongaar te voelen.'

De betrekkingen tussen Hongaren en joden, tussen Hongaren en de buurlanden. Het zijn cruciale vragen voor Midden-Europa. Heller weeft de gedachten in een onvermoeibaar tempo aaneen. ,,Kijk nou eens naar de paus. Kijk nou eens naar de katholieke kerk. De paus vraagt oprecht om vergiffenis. Niet-joodse Hongaren hadden allang moeten zeggen: ja wij zijn verantwoordelijk. Zoals de paus ook zijn excuses heeft aangeboden. Maar de Hongaren hebben dat nog niet gedaan en de joden hebben het niet aan de orde gesteld.'

Dat laatste is volgens Heller van groot belang omdat excuses in haar visie alleen zin hebben als de ene partij formuleert dat zij excuses gemaakt wil krijgen en de andere partij daarop ingaat. Het gevaar van een `lege excuuscultuur' dreigt als er excuses gemaakt worden zonder dat er sprake is van een dialoog met de tegenpartij.

De excuses van de paus hebben diepe indruk gemaakt op de zeventigjarige filosofe. De weg is nu vrij om over en weer gebaren te maken. ,,De Hongaren tegenover de joden, de Roemenen en de Slowaken tegenover de Hongaren, de Tsjechen tegenover de Sudeten Duitsers.' De lijst is eindeloos. Ook de grootmachten mogen wat Heller betreft hun excuses aanbieden voor de manier waarop ze in 1920 de kaart van Midden-Europa hebben veranderd. Gemeende excuses zijn de enige manier om de loodgrijze lucht boven Midden-Europa op te klaren. Vergeven maar niet vergeten. ,,De joden zijn nooit vergeten dat de Romeinen Judea bezetten en de tempel vernielden. Tweeduizend jaar later wordt dat nog altijd herdacht. Er is sindsdien veel veranderd en we zijn een ander volk geworden, maar we moeten nooit vergeten dat de tempel vernietigd werd.'

Haar relatie tot de paus en het rooms-katholieke geloof is typisch Helleriaans. ,,Ik ben niet katholiek en geloof niet in zaken waar de paus in gelooft, ik geloof niet dat Christus de zoon van god is en ik geloof ook niet in de drie-eenheid. Het enige dat ik met het katholieke geloof deel is het geloof in één god. Ik heb een groot respect voor bepaalde daden van de paus. Zoals zijn verzoening, zijn bereidheid om vergiffenis te vragen, zijn nederigheid, zijn toenadering tot andere kerken. In deze ethische zaken ben ik het met hem eens. In andere zaken niet. Als ik mijn katholieke vrienden vertel dat ik de paus zeer waardeer dan zeggen ze: dat is omdat je niet-katholiek bent. En daar hebben ze gelijk in, want de paus is conservatief, heeft zeer behoudende ideeën over het gezin en over de rol van de vrouw. Maar, voor mij is dat niet belangrijk. Voor hen wel.'

Eigen gelijk

Het marxistische denken heeft de oud-leerlinge van Lukács inmiddels ver achter zich gelaten. Lukács zelf was een zeer dominante man en zijn leerlingen hingen aan zijn lippen, maar de afbraak begon volgens Heller eigenlijk al vrij snel. ,,Wij liepen allemaal vast in onze ismen, zelfs in het marxisme.'

Ongemerkt begon ze langzaam maar zeker haar filosofisch `huis' te verbouwen. Muur na muur, totdat er een totaal ander huis stond. Terugkijkend denkt Heller dat ze zich eerst los begon te maken uit het marxistische jargon zoals dat toen op de faculteit gehanteerd werd. ,,Eerst veranderde mijn taal. Ik verving het marxistisch taalgebruik door mijn eigen taalgebruik.'

Heller begon de marxistische begrippen in eigen woorden te benoemen. De volgende stap was nog belangrijker. Ze verliet de marxistische visie op de geschiedenis dat de ontwikkeling van de maatschappij zich naar een steeds hoger niveau begeeft. Later zou ze deze `vooruitgangsgedachte' typisch negentiende-eeuws noemen.

Universele waarheden

De filosofe begreep in 1980 dat ze eigenlijk nergens meer bij hoorde. ,,Ik had een zeer verhelderende ontmoeting met de Franse filosoof Michel Foucault toen ik hem vroeg hoe hij het vond om bekend te staan als `post-structuralist'. Ik kreeg de wind van voren. Hoe ik het in mijn hoofd haalde om hem in een vakje te stoppen. Hij stond er op om zichzelf te zijn en toen dacht ik, ja dat wil ik eigenlijk ook.'

Heller schetst de ontwikkeling van de filosofie sinds de Tweede Wereldoorlog als die van de schilderkunst in vroeger tijden. ,,Eerst waren er alleen afbeeldingen uit de bijbel, later mythologische figuren en uiteindelijk gewone koeien, paarden en mensen.' Ook de filosofie, en zeker haar eigen filosofie, is steeds persoonlijker geworden. ,,Niet subjectief, maar wel uniek. Iedere filosofie staat op zichzelf. De tijd van universele filosofieën en universele waarheden is voorbij. We zeggen niet meer dat andere filosofen het bij het verkeerde eind hebben, dat ze dwalen. We zeggen nu alleen dat ze anders zijn.' Wat niet wil zeggen dat Heller ook maar in de geringste mate twijfelt aan haar eigen gelijk. ,,Natuurlijk gelooft een filosoof in zijn eigen meningen. Natuurlijk gelooft hij dat ze waar zijn. Maar wat hij naar voren brengt moet wel plausibel zijn. Ieder filosofisch systeem moet plausibel zijn', onderstreept ze om ieder misverstand te vermijden dat zomaar een losse gedachte `filosofie' zou zijn.

Hellers `persoonlijke filosofie' gaat over het heden en de verantwoordelijkheid van de mens in het heden voor zijn directe omgeving. Verantwoordelijkheid heeft alleen zin als je als persoon iets kunt doen of laten. ,,Ik kan wel zeggen dat ik me verantwoordelijk voel voor de mensen in Oeganda, maar dat is een leeg gebaar want ik kan op dit moment niets voor deze mensen veranderen.' Daarentegen grijpt ze wel in als er op haar universiteit in New York ineens om redenen van politieke correctheid Afrikaanse filosofie onderwezen moet worden. ,,Ik was de enige die zich daartegen verzet heeft. Ik heb gezegd dat ik niet iets kan onderwijzen dat in mijn opinie niet bestaat!'

Tijdens de lange weg van het utopisch denken naar het denken in termen van individuele verantwoordelijkheid, is Heller altijd even uitgesproken geweest. Ze heeft zich altijd het recht voorbehouden om te denken wat ze denkt. ,,Nee, spijt heb ik nooit gehad. In mijn marxistische tijd dacht ik zo, nu denk ik anders.'

Filosoof is volgens Heller een arrogant beroep bij uitstek. ,,Een filosoof moet hondsbrutaal zijn. Je moet wel heel arrogant zijn als je denkt dat je het recht hebt om over zaken als God, moraal, ziel, de wereld, het bestaan te hebben. En dat jouw mening interessant is voor anderen.' Ze geeft graag toe dat ze in voldoende mate over die arrogantie beschikt.

Een antwoord op de vraag van het waarom van de jodenvervolging heeft ze nooit gevonden. ,,Ik zocht antwoord op een vraag die niet te beantwoorden is. Nadat ik me jarenlang intensief heb beziggehouden met geschiedenis en ethiek ben ik erachter gekomen dat er vragen zijn waar je geen antwoord op kunt geven. Je kunt hooguit beschrijven hoe iets in zijn werk is gegaan en wat er in een mensenleven is gebeurd.'

Ágnes Heller, Der Affe auf dem Fahrrad, Philo Verlagsgesellschaft, 1999.