Alles dubbel: je spullen, je kamer, je knuffels

De ouders van Janneke (25) en Marjolijn (22) Willemse zijn twaalf jaar geleden gescheiden en besloten tot een co-ouderschap. Janneke is journalist, Marjolijn onderwijzeres.

Janneke: Het was met kerst, ik was twaalf toen mijn ouders vertelden dat ze gingen scheiden. Ik dacht: dit is een grapje. Vroeger, als ze ruzie hadden en wij uit bed kwamen, zeiden ze: we gaan nooit scheiden, daar hoef je niet bang voor te zijn. Dus ik voelde me aardig bedonderd.''

Marjolijn: ,,Ik weet er eigenlijk niks meer van, ik was negen.''

,,Mijn moeder ging een dorp verderop wonen. Vanaf het begin hadden ze een co-ouderschap. Dat vond ik prima, ik was bang dat ik een van hen kwijt zou raken. Maar ik werd gek van die halve weken. We hadden een curverkratje met alle boeken, dat achter ons aan gebracht werd.''

,,Verder had je alles dubbel: je spullen, je kamer, en bij allebei evenveel knuffels.''

,,Ik had twee eigen plekken, maar toch nooit een eigen plek. Ik werd gek van het verhuizen, steeds die spullen in dat kratje. Nog steeds ga ik zelden logeren, ik zit het liefst thuis. Misschien komt dat daardoor.''

,,Ik woon overal en nergens, nog steeds. Nu woon ik door de week bij een tante, in het weekend bij m'n moeder, soms bij een vriendin. Ik heb een auto, al mijn spullen zitten in de kofferbak. Ooit wil ik wel een eigen plek, maar ik mis het nu niet.''

,,Op mijn zestiende kreeg ik vreselijke ruzies met m'n moeder. We lijken erg op elkaar, dus als de een iets zegt, trekt de ander zich dat aan. Ze vond het verschrikkelijk dat ze ons maar de helft van de tijd zag, vroeg zich af of ze wel een goeie moeder was. Ik voelde me heel verantwoordelijk voor mijn moeder, mijn vader en Marjolijn.''

,,Ik was er voor de lol, Janneke voor de problemen. Nog steeds. Eén keer was ik chagrijnig, en dacht ik: ik hoor niet te huilen. Ik was ook heel kinderlijk, ook omdat iedereen me als klein behandelde.''

,,Na zo'n gigantische ruzie ben ik bij mijn vader gaan wonen. Ik zat in die tijd in een praatgroep, was erg depressief. Dat had met de scheiding te maken. Ik kon het bij niemand kwijt, alleen in de praatgroep. Ik heb mijn vader opgevangen na de scheiding, praatte over alles wat hem dwars zat. Achteraf was dat niet goed – ik was twaalf, dertien.''

,,Toen mijn vader een vriendin kreeg, werd het co-ouderschap anders.''

,,Die eerste vriendin was leuk, maar dat ging uit. Al vrij snel kreeg hij een nieuwe. Die was na twee weken al dag en nacht bij ons. Daar kan ik me nog kwaad over maken.''

,,Hadden we eindelijk een vader die sportief was, Levis en leuke shirts droeg. Hadden we een leuke bank uitgezocht...''

,,Kwam dat mens in huis.''

,,Moest die bank eruit. Kregen we een bloemetjesbank terug, een berenvelletje op de grond, een glazen tafeltje met gouden randje en een hertengewei aan de muur.''

,,Was dat óók al niet meer mijn huis. En de vriendin had net haar man verloren, die kon in het begin alleen maar grommen.''

,,Ze verweet me dat ik de vissen meer aandacht gaf dan haar. Dat sloeg nergens op, het wás niet eens zo. Je kon niet eens meer met een zak chips op de bank gaan liggen, je was op visite. Maar het is toch goedgekomen, tussen ons en de vriendin.''

,,Ze is veel ontspannener geworden. Je raakt niet écht op haar gesteld, maar ik zou het toch erg vinden als er iets met haar zou gebeuren.''

,,M'n vader is gelukkig met haar. Hij zei: ik kon niet de rest van m'n leven alleen blijven. Op een gegeven moment ben ik gestopt met op en neer gaan, ik wilde niet meer met hun in een huis wonen. Nu kom ik er alleen nog op visite.''

,,Ik kom er met verjaardagen en Sinterklaas. De feestdagen waren altijd beladen want je moest iemand teleurstellen. Ik ging dan maar werken.''

,,Nu ik een auto heb, repareer ik die met m'n vader. Ben ik weer eens alleen met hem.''

,,Met mijn moeder heb ik nu een hele goeie band, nadat we een tijd niet met elkaar hebben gepraat. Ik heb het zelf weer aangezwengeld. Mijn vader heb ik geaccepteerd zoals hij is – wil jij die tafel met dat gouden randje? Prima. In het begin wilde ik hem stukslaan.''

,,Ik snap eigenlijk niet hoe m'n ouders ooit bij elkaar gekomen zijn. Leuk dat wij eruit gekomen zijn. Maar verder hadden ze nooit iets met elkaar moeten hebben.''

,,Laatst dacht ik voor 't eerst: kerst is toch wel leuk.''

Wat vindt u van co-ouderschap? Stuur uw reactie naar e-mailadres zok@nrc.nl of naar NRC Handelsblad, Zaterdags Bijvoegsel, Ouder & kind, Postbus 8987, 3009 TH Rotterdam. Die moet donderdagochtend in ons bezig zijn.

    • Mariël Croon