Absurd meesterwerk uit Zweden

Vier jaar lang werkte regisseur Roy Andersson aan Songs from the Second Floor, de grote verrassing aan het slot van Cannes.

In de geruchtenmachine, die op een festival als dat van Cannes uitstekend gedijt, circuleerden vanaf de eerste dag uitnemende berichten over twee films die de laatste dagen zouden worden vertoond. In het geval van The Yards, een film over corruptie in Brooklyn in de jaren zeventig van de Amerikaanse regisseur James Gray (Little Odessa), bleek die reputatie overdreven. Alleen de zorgvuldige vormgeving tilt deze doorsneevariant op On the Waterfront iets uit boven het gemiddelde. De Scandinaviërs die op voorhand de loftrompet stoken over de Zweedse productie Sånger från andra våningen (Songs from the Second Floor) hadden echter wel gelijk. Als er ooit een dark horse geweest is in de race om de Gouden Palm, dan is het wel de Zweedse regisseur Roy Andersson (1943), die vier jaar lang werkte aan zijn bijzondere, verrassende en overrompelende meesterwerk.

Na twee films te hebben geregisseerd in de jaren 70 (de bekendste heette A Swedish Love Story), legde Andersson zich voornamelijk toe op het maken van tegendraadse commercials. Songs from the Second Floor telt geen enkele camerabeweging; het is een aaneenschakeling van statische en surrealistische sketches, die het midden houden tussen het werk van Alex van Warmerdam en Luis Buñuel, met het uiterlijk van een schilderij van Edward Hopper of een cartoon van Yrrah, met teksten die geschreven zouden kunnen zijn door Peter van Straaten. `Geloof me schat, ik sta al vier uur in de file en ik ben nog maar vierhonderd meter opgeschoten', zegt een man aan de telefoon in een lege bar, terwijl op de achtergrond het verkeer vaststaat en flagellanten door de straten trekken. De niet-professionele acteurs (Andersson vond zijn hoofdrolspeler in de Ikea) zijn veelal wit geschminkt, en wisselen absurde, alledaagse dialogen met elkaar uit. Zelf zegt Andersson het meest te zijn geïnspireerd door de Nieuwe Zakelijkheid van Max Beckmann en Otto Dix, maar zijn film is bovenal volstrekt uniek. Er wordt zelfs in gezongen: hemelse koralen uit de mond van aan een lus hangende passagiers van de metro. Songs from the Second Floor mag wat mij betreft in dit uitzonderlijk sterke jaar de hoofdprijs uit Cannes meenemen.

Lange, zij het niet statische camera-instellingen zijn ook een stijlkenmerk van Code inconnu, de eerste film die Michael Haneke (Benny's Video, Funny Games) buiten Oostenrijk opnam. Zoals in al zijn films, laat Haneke de gruwelijkheid zien van het moderne leven. In Parijs vormt een incident tussen een Roemeense bedelares, een Franse provinciaal en een Afrikaanse immigrant de aanleiding voor variaties op het thema `vesting Europa'. De angst voor het vreemde en de vervreemding in de grote stad vormen het onderwerp van een rigide, indrukwekkende film, die zich moeilijk in een paar woorden laat samenvatten. Opnieuw is het voor de toeschouwer moeilijk om een standpunt in te nemen, want Haneke morrelt aan alle vooroordelen en schopt alle gemakkelijke attitudes bij voorbaat in de war.

    • Hans Beerekamp