Voskuil moppert buiten Bureau

Kopers van Dominicus Reisgidsen krijgen tot 15 juli het nieuwe boek van J.J. Voskuil cadeau. Het gaat om Reisdagboek 1981, een 50 pagina's lang fragment uit de aantekeningen die de schrijver van Het Bureau sinds 1957 maakte tijdens zijn jaarlijkse wandelvakanties. De volledige reisdagboeken zullen tussen 2001 en 2003 verschijnen bij uitgeverij Van Oorschot.

De vakantie van Voskuil en zijn echtgenote, die wordt aangeduid met L., viel in 1981 in twee delen uiteen. Begin april verbleven zij tien dagen in de Provence, maar werden zij door ziekte genoodzaakt de vakantie af te breken. Ruim een week na thuiskomst vertrekken zij opnieuw, nu naar de zuidelijke Alpen. De aantekeningen zijn zo op het oog letterlijke weergaven van de dagboeken, Voskuil stileert nog minder dan in zijn romancyclus.

Hoewel in Het Bureau vakanties bevrijdende intermezzi in het stoffige kantoorbestaan van Maarten Koning zijn, blijken ze in de praktijk allesbehalve idyllisch. De aantekeningen zijn te lezen als een aansporing om nooit met vakantie te gaan, al zullen ze zo niet bedoeld zijn door de reisboekenuitgever.

Al op de eerste dag is Voskuil verkouden en het wordt er eigenlijk niet beter op. De reizigers worden in de eerste trip van tien dagen (21 bladzijden) geconfronteerd met hoofdpijn, hoest, algehele slapte, regen, hitte, snelwegen, proleten, abominabel eten, prikkelbaarheid, vermoeidheid, pijn in de hartstreek, een slecht humeur, dierenmishandeling, dorst, de afwezigheid van een café, toeristen, pijnlijke voeten, migraine, gevaarlijke paadjes, radeloosheid, uitputting, huilbuien, slapeloosheid, kermis, een vochtige kamer, schreeuwende mannen, een koortsaanval en op de terugweg een kurkdroge stationssandwich.

De tweede vakantie maakt iets meer duidelijk over het plezier dat de familie Voskuil aan de jaarlijkse reizen beleeft: daar vinden ze enkele malen de rust en de verlatenheid waarnaar ze op zoek zijn. Een overeenkomst met de huiselijke scènes uit Het Bureau wordt gevormd door het voortdurende gekibbel tussen de hoofdfiguren, veelal gepaard gaande met tranen: `Op de kamer wordt L. plotseling verdrietig omdat we (op haar verzoek, want voor ik inslaap maak ik zoveel beweging dat ik haar al meermalen tot wanhoop heb gebracht) twee bedden hebben genomen en zij nu alleen in zo'n groot bed moet slapen. We liggen dus enige tijd in het grote bed voor ik weer overstap.'