Vlinders zijn bedriegers

Vlinders verzamelen en schrijven waren de twee grote passies van Vladimir Nabokov (1899-1977). Voor vlinderkundigen was hij een collega die serieus werd genomen en van wie ze vaag wisten dat hij romans schreef. Voor literatoren was hij een groot schrijver die af en toe naar buiten moest om wat insecten te vangen. Zowel de vlinderkundigen als de literatoren hadden een vertekend beeld. Dat was voor de Nabokovkenner Brian Boyd en vlinderkundige Robert Michael Pyle reden om de bloemlezing Nabokov's Butterflies samen te stellen. Zo hopen ze vlinderkundigen te lokken naar Nabokovs literaire werk en in één moeite door literatuurliefhebbers te laten kennismaken met Nabokovs aanstekelijke plezier in vlinders en met zijn taxonomisch werk aan een groep die bekend staat als de Blauwtjes.

Een vlinderjager loopt met zijn net in de aanslag door graslanden en bos, langs beekoevers en modderpoelen en is gespitst op maar één ding: toeslaan zodra er een page, vos of blauwtje van een begeerde soort passeert. Zelfs een trefzekere vlinderjager zal zelden een bedreiging vormen voor de populatie als geheel, tenzij hij zich juist bevindt in dat ene dal waar de laatste exemplaren van een zeldzame variëteit rondvliegen. Boyd en Pyle gingen veel grondiger en systematischer te werk dan vlinderjagers. Ze lazen de werken en nagelaten manuscripten van Nabokov en selecteerden daaruit alle passages die op vlinders betrekking hebben. De activiteit van de samenstellers is geen aanslag op de vlinderfragmenten, maar vergroot hun overlevingskansen juist. Er is veel voor te zeggen om elke observatie en gedachte van Nabokov te willen behouden en waarschijnlijk wordt er door het verschijnen van Nabokov's Butterflies een aantal literaire manuscripten, brieven en entomologische aantekeningen uit obscure bronnen voor uitsterven behoed.

Obsessieve trekken

In het boek staan gedichten waarin vlinders figureren, fragmenten uit romans als The Gift en Invitation to a beheading en het gonzende zesde hoofdstuk uit de autobiografie Speak Memory. Daarin beschrijft Nabokov hoe op het idyllische zomerverblijf Wyra ten zuiden van St.Petersburg zijn vlinderpassie ontlook en obsessieve trekken kreeg. Als jongetje was hij al volledig gegrepen. Hij kende alle vlindersoorten op het landgoed en verlangde er hevig naar een nieuwe soort te ontdekken.

Een aantal brieven, verslagen van verzameltochten en passages uit interviews, werken verhelderend en geven ons beeld van zijn vlinderpassie nog meer reliëf. Maar het streven naar volledigheid, zo'n typisch taxonomentrekje, gaat ver. Het boek bevat een lange lijst namen en beschrijvingen van vlindersoorten, die door Nabokov ooit bedoeld was om in een later stadium te worden opgenomen in een uitvoerig geïllustreerd boek over de vlinders van Europa. Ik vrees dat alleen vlinderkundigen aan een soortenlijst zonder afbeeldingen of aan Nabokovs entomologische publicaties die integraal werden afgedrukt, plezier zullen beleven. Ze dragen weliswaar de sporen van zijn originaliteit en zijn aanmerkelijk beter geschreven dan de gortdroge wrochtselen van de meeste taxonomen, desondanks blijven ze voor een buitenstaander moeilijk toegankelijk.

Nabokov was geen amateur, maar ook geen groot evolutietheoreticus. Wel een goede veldbioloog en een taxonoom die verslaafd was aan microscopiseren. Hij beschreef twintig nieuwe soorten en ontdekte dat inzoomen op de mannelijke vlindergenitialiën de identificatie van Blauwtjes aanmerkelijk vergemakkelijkt. De vormkenmerken van het minuscule mannelijke geslachtsapparaat zijn beter bruikbaar voor het soortonderscheid dan de met het blote oog waarneembare kenmerken die traditioneel werden gebruikt. Wel is het de vraag voor wie deze kennis een verlossing betekent. Als eerbetoon aan hun collega gaven vlindertaxonomen nieuw beschreven soorten namen als Itylos pnin, Madeleinea lolita en Nabokovia ada. Nabokov zelf liet in zijn romans vlinders los die zich in het wild misschien zouden kunnen handhaven, maar tot dusver nooit in de echte wereld zijn waargenomen.

Amerika

Nabokov wist in zijn literaire werk observaties van vlinders en bespiegelingen over evolutionaire kwesties goed te doseren. Behalve dan in Father's Butterflies, een tekst die hij ooit overwoog toe te voegen aan zijn laatste in het Russisch geschreven roman The Gift. Het is de vraag waarom deze tekst, die door zijn zoon Dmitri Nabokov werd vertaald, pas in dit boek voor het eerst wordt gepubliceerd. De samenstellers aarzelen over het antwoord. De Tweede Wereldoorlog brak uit, Nabokov verhuisde van Europa naar Amerika, schakelde over van het Russisch op het Engels en werd in toenemende mate in beslag genomen door nieuwe romans.

In Father's Butterflies worden Britse, Duitse, en Franse vlindergidsen besproken, waarin zeldzame varianten, die op slechts enkele locaties werden aangetroffen, vaker niet dan wel werden afgebeeld. Frustrerend voor de jeugdige hoofdpersoon, de dichter Fjodor, zoon van een groot vlinderkundige en zelf ook door vlinders gegrepen. Hij zag daarin een onnodige verarming, een irritante tegemoetkoming aan de lauwe belangstelling voor vlinders bij het grote publiek. Ook wordt er diepgaand bespiegeld over het wezen van taxonomische eenheden als de biologische soort, over soortvorming en over mimetische verschijnselen. Ik kreeg de neiging zijn personages vragen te stellen en met hen in debat te gaan over hun soms wat onorthodoxe en soms uitgesproken vage opvattingen op evolutiebiologisch terrein. Nabokov deelde de meningen van zijn personages vaak in het geheel niet, zodat onduidelijk blijft in hoeverre hij het met zijn fictieve vlinderkundigen eens is geweest.

Oogvlekken

Onder de kleurenafbeeldingen van Nabokovs speelse vlindertekeningen, bevindt zich er één die ik steeds weer bekijk. Het is een op bestaande vlinders geïnspireerde fantasievlinder met twee extreem verlengde vleugelstaarten die elk eindigen in een bolvormige structuur. Op die bolletjes bevindt zich een vlek die een bedrieglijke gelijkenis vertoont met een oog. De afgelopen decennia hebben neodarwinisten uit experimenten sterke aanwijzingen gekregen dat oogvlekken op vlindervleugels ontstaan door de inwerking van natuurlijke selectie. Vlinders met oogvlekken zijn slecht gecamoufleerd, integendeel, ze vallen juist op, maar doordat hun belagers pikken naar de oogvlekken op de vleugels in plaats van naar het kwetsbare lichaam, hebben ze aantoonbaar betere overlevingskansen dan vlinders zonder vlekken. In het wild zijn ook vaak vlinders gevonden met littekens op hun vleugels die door pikkende vogels veroorzaakt werden. De vlinder die Nabokov tekende zou door die, ver van het lichaam verwijderde, oogvlekken misschien nog meer kans hebben aan een pikkende vogel te onstnappen. Maar dat die verlengde vleugelstaarten en de met een oogvlek bezette bolvormige structuren onder invloed van natuurlijke selectie zouden zijn ontstaan, daar wilde Nabokov niet aan. Nabokov was geboeid door misleiding en bedrog in natuur en literatuur. Herhaaldelijk komt hij terug op de gecamoufleerde vlinder die sprekend lijkt op een uitgedroogd blad en de nachtvlinder die een bedrieglijke gelijkenis vertoont met een wesp. Ook noemt hij de eetbare vlindersoorten die de kleurpatronen nabootsen van walgelijk smakende vlinders van een andere biologische soort en die door vogels als de pest worden gemeden. Nabokov droomde zelfs van een vlinder die een vliegende vis nabootste.

Blind proces

Als miserabel betaalde research fellow op Harvard, verkeerde Nabokov jarenlang in de nabijheid van Ernst Mayr en Theodosius Dobzhansky, twee reuzen in de evolutiebiologie. Ik verwacht dat onder die omstandigheden zelfs Karel van het Reve een bevlogen neodarwinist zou zijn geworden, maar Nabokov hield stug vol. Hij was ervan overtuigd dat achter de complexiteit en het ontwerp van planten en dieren meer zat dan een blind proces. Nabokov hield de resultaten uit de populatiegenetica zorgvuldig voor zichzelf geheim en verkoos te blijven geloven dat de gedetailleerde en verfijnde manier waarop veel mimetische vlinders hun modellen nabootsen weliswaar aan hem was besteed, maar het onderscheidend vermogen van een rover te boven ging. Dat zou impliceren dat zo'n rover onmogelijk de selectiedruk kon personifiëren die voor het ontstaan van mimetische gelijkenis in belangrijke mate verantwoordelijk was. Nabokov onderschatte vermoedelijk het onderscheidend vermogen van vlinderetende vogels, maar op zichzelf was zijn argument steekhoudend.

In 1948 kreeg Nabokov een permanente baan als literator aan de Cornell universiteit en hield hij voor entomologisch onderzoek nog maar weinig tijd over. Hij bleef in zijn vakanties nog wel op vlinderjacht gaan. Lolita werd grotendeels tijdens vlindertochten geschreven. Al had Nabokov zelf dan geen tijd meer om zich in mimetische verschijnselen te verdiepen, hij liet voor de zekerheid alvast weten dat hij een neodarwinistische verklaring nooit zou accepteren. Zelfs niet als op een dag experimenteel zou worden bewezen dat eetbare vlinders dankzij hun mimetisch vleugelpatroon beter zijn beschermd tegen de aanvallen van vogels en hagedissen dan soortgenoten die geen verwarrende gelijkenis vertonen met giftige voorbeeelden. Kennelijk liet hij het mysterie liever intact.

Brian Boyd en Robert Michael Pyle: Nabokov's Butterflies. Unpublished and uncollected writings. Allen Lane, 783 blz. ƒ74,95

Mens en natuur