`Vervuiling stortplaatsen veel minder'

De bijna vierduizend voormalige stortplaatsen in Nederland zijn veel minder vervuild dan wordt gedacht. De kosten voor sanering hoeven slechts de helft te bedragen van de eerder geschatte tien tot vijftien miljard gulden.

Bij niet meer dan dertien procent van de stortplaatsen is het grondwater verontreinigd. Dit staat in een onderzoek naar voormalige stortplaatsen dat wordt verricht in opdracht van een werkgroep van het ministerie van VROM, de Unie van Waterschappen, het Interprovinciaal Overleg en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten. De voorlopige resultaten zijn gisteren bekendgemaakt op een bijeenkomst in Utrecht.

Als gevolg van het natuurlijke rottingsproces blijken schadelijke stoffen minder door te sijpelen naar het grondwater. Uit het onderzoek blijkt dat de aanwezigheid van organisch materiaal in het gestorte afval, ongeacht de hoeveelheid, borg staat voor een aanzienlijk zelfreinigend vermogen van de vuilnisbelt. Dit proces wordt aangeduid als `natural attenuation'. Daarbij is sprake van microbiologische afbraak, chemische omzetting, vervluchtiging, neerslaan van zware metalen, binding aan organisch stof en verdunning. ,,Een voormalige stort is een bioreactor en geen chemische tijdbom'', stellen de onderzoekers.

Oude stortplaatsen kunnen uit milieuhygiënisch oogpunt geschikt worden gemaakt als plaats voor het aanleggen van bedrijventerreinen of voor woningbouw, dan wel voor het inrichten als natuurgebied, aldus de onderzoekers. Maar dan moet eerst wel het imago van stortplaatsen verbeteren om het draagvlak bij de bevolking te vergroten. De stortplaatsen dateren vaak van voor de oorlog, toen vrijwel iedere stad of elk dorp zijn eigen stortplaats had.

De uitkomsten van het onderzoek kunnen tevens aanleiding zijn het huidige stortbeleid te wijzigen. Er zijn nu nog zeventig stortplaatsen. Daar mag geen huisvuil of gft-afval worden gestort. Dat moet worden hergebruikt of verbrand. Om de natuurlijke afbraak op stortplaatsen te bevorderen zou het storten van organisch afval toch weer toegestaan moeten worden, aldus de onderzoekers.

Het onderzoek wordt uitgevoerd door adviesbureau Iwaco in Den Bosch, samen met adviesbureau Bioclear in Groningen, de Vrije Universiteit en TNO.

Opdrachtgever is de werkgroep Nazorg Voormalige Stortplaatsen. De werkgroep moet binnen enkele jaren voorstellen wat te doen met de oude stortplaatsen.

    • Arjen Schreuder