Toestand van veel gijzelaars is slecht

Op het eiland Sulu worden sinds 23 april 21 gijzelaars vastgehouden. Het gaat om negen Maleisiërs, drie Duitsers, twee Fransen, twee Finnen, twee Zuid-Afrikanen, twee Filippijnen en een Libanese. Op het naburige eiland Basilan worden door dezelfde rebellengroep Abu Sayyaf nog eens acht schoolkinderen vastgehouden. Zij zijn de overgeblevenen van een groep van 29 Filippijnse schoolkinderen en leraren die op 20 maart werden gegijzeld. Vijftien van hen zijn bevrijd, vijf leraren en een priester zijn door Abu Sayyaf geëxecuteerd. Twee leraren werden onthoofd.

Uit brieven van de gegijzelde toeristen blijkt dat hun toestand steeds slechter wordt. ,,Het is een hel'', schrijft Risto Vahanen, een van de twee Finnen. De groep leeft nu bijna een maand op aangebrande rijst en regenwater en heeft er lange nachtelijke tochten opzitten om aan de greep van het Filippijnse leger te ontkomen.

De moslimrebellen van Abu Sayyaf slaagden er eerder deze maand in om met hun gijzelaars door het cordon van het leger te breken. Hen werd door de soldaten niets in de weg gelegd uit vrees voor de veiligheid van de gegijzelden.

De tweede groep, op Basilan, vreest vergeten te worden door de aandacht die de buitenlandse gijzelaars krijgen. Als reactie daarop hebben moslims enkele familieleden van de leider van Abu Sayyaf gegijzeld. Hun vrijlating wordt verbonden aan die van de acht schoolkinderen. Voor de vrijlating van een van de Europese gegijzelden, de zieke 57-jarige Renate Wallert, zou Abu Sayyaf twee miljoen dollar hebben gevraagd. Dit maakte regeringswoordvoerder Ronaldo Zamora gisteren bekend. Volgens een tweede woordvoerder, Michael Toledo, is echter van zo'n eis geen sprake. De elkaar tegensprekende officials hebben op de Filippijnen de vraag opgewekt of de regering in Manila de gijzelingscrises wel adequaat aanpakt.