Tegelijk

Max en Vera deden een ontdekking. Er was niets bijzonders aan, maar toch waren ze er helemaal mee in hun nopjes. Het ging zo.

Het was op een zonnige ochtend. Ze zaten in de tuin. Max was in het gras zijn knikkers aan het tellen en Vera had al hun potloden te voorschijn gehaald om er nieuwe punten aan te slijpen. Dat was een karweitje waar een heerlijke geur bij vrijkwam. Max had intussen honderdnegen knikkers in cirkels gelegd, de stuiters in het midden, de vlammetjes en kleine, stalen knikkers er omheen. Toen hij klaar was, schoot hem ineens iets te binnen.

,,Ik hoor de puntenslijper'', zei hij tegen Vera die net een lang, rood potlood rustig in de puntenslijper ronddraaide.

,,Nou en?'' reageerde ze. Ze begreep niet goed waar Max heen wilde.

,,Maar ik kan ondertussen ook knikkers tellen'', sprak Max dromerig, ,,en de bloemen ruiken.''

Vera keek op van haar werkje. Aan het einde van de tuin, bij de sloot, groeiden bloemen die een hele zoete geur hadden. Nu rook zij ze ook.

Vreemd, dacht ze toen, dat je twee dingen tegelijk kon ruiken - de potloden én de bloemen. Ze draaide verder aan de puntenslijper.

,,En ik kan ook tellen én aan iets anders denken'', ging Max nu verder, ,,aan kikkervissen bijvoorbeeld.'' Zijn stem klonk opgewonden. Hij was iets op het spoor. Laatst hadden ze een emmer kikkervis uit de sloot gehaald. Die stond nu lekker in het zonnetje. Als je lang genoeg wachtte, kwamen er kikkers uit de vissen. Ook al zoiets raars.

Vera dacht na. Ze was klaar met het rode potlood en voelde met haar duim aan de punt. Die was lekker scherp geworden. Ze legde het potlood bij de andere potloden die klaar waren. Ze keek welke ze nu zou doen. Ze vroeg zich af of het bijzonder was wat Max zei. Ze dacht van wel, ze hoorde hem bijvoorbeeld terwijl ze iets aan het doen was en iets dacht en ook nog bloemen en potloden rook. Eigenlijk was het wel een wonder, dat alles tegelijk kon.

,,Hoor je de poedels?'' vroeg Max.

In de verte klonk geblaf van honden. Het waren de poedels van de burgemeestersvrouw.

,,Tuurlijk'', antwoordde Vera, ,,en ik zie jou en ik hoor jou en ik ruik de potloden en de bloemen.''

,,Gek hè'', mompelde Max, ,,en wat denk je?''

Vera dacht net toevallig aan haar maag die ze voelde rommelen. Het was een geluid dat je voelde in plaats van dat je het hoorde, hoewel - het kon zo hard rommelen dat weer écht geluid werd.

,,Ik heb honger'', zei ze.

,,Echt waar?''

,,Ik heb zin in aardbeien'', ging Vera verder. Ineens proefde ze de smaak van aardbeien in haar mond. De smaak was zo sterk dat er vanzelf allemaal spuug in haar mond kwam.

,,Ik ook'', zei Max, ,,gek. Ik dacht net aan aardbeien. Maar ik hoorde gerommel.''

,,Dat was ik'', riep Vera uit. Ze had een groen en een geel en paars potlood in haar hand.

Max keek haar aan.

,,Mijn buik'', zei Vera, ,,mijn buik borrelde.''

,,Hoorde ik dat?" vroeg Max verbaasd, ,,ik dacht ik dat ik onweer hoorde. En de poedels.'' Hij was erg van slag door wat ze op het punt stonden te ontdekken, namelijk dat heel veel dingen tegelijk gebeurden, en dat niet alleen: ze kwamen ook tegelijk en dwars door elkaar bij je naar binnen. Geluiden, geuren, gedachten, prikkels van het gras aan je knieën, de zon in je nek, het gevoel in je buik, wat je zag en waar je aan dacht - het ging allemaal tegelijk. Het leek wel een kermis.

,,Zullen we gaan eten?'' vroeg Vera. Ze stond op.

Max stond ook op.

Samen liepen ze een beetje duizelig de tuin uit, het huis in. Het leek wel alsof ze in een draaimolen hadden gezeten. Al die geuren en kleuren en smaken en geluiden en gedachten - brrr.

    • Martin Bril