Oostenrijk

Komende zondag, op 21 mei, viert de wereldvoetbalbond FIFA zijn 96ste verjaardag. De bond heeft enkele leden met een merkwaardige geschiedenis, waarbij een land als Oostenrijk meteen in het oog springt. Zijn roerige geschiedenis weerspiegelt zich in het voetbalverleden.

Gedurende de Eerste Wereldoorlog lag het internationale voetballeven grotendeels stil. Maar Oostenrijk en Hongarije speelden een groot aantal vriendschappelijke wedstrijden, alhoewel deze twee behoorden tot de dubbel-monarchie Oostenrijk-Hongarije. Ofwel: internationale wedstrijden binnen hetzelfde land. Het is vergelijkbaar met de merkwaardige positie die Groot-Brittannië inneemt binnen de FIFA: alle deelgebieden, zoals Schotland en Wales, staan apart ingeschreven en hebben ieder een eigen stemrecht.

De positie van Bohemen maakt het verhaal nog ingewikkelder. Dat behoorde tot het Oostenrijkse gedeelte, en had een eigen positie verworven in de sportwereld. Het was van 1894 tot en met 1914 lid van het IOC, van 1906 tot en met 1908 van de FIFA en van 1908 tot en met 1914 van de Internationale IJshockeybond. In 1911 en 1914 won het zelfs de Europese ijshockeytitel.

Oostenrijk was het niet eens met het lidmaatschap van Bohemen en heeft dit altijd bestreden. In 1908 werd Bohemen na stemming uit de FIFA verwijderd.

Toen Oostenrijk in 1938 werd opgenomen in het Duitse Rijk verdween het meteen uit de internationale voetbalwereld. Op het WK van 1934 was Oostenrijk nog een grote favoriet, maar het verloor met 1-0 van Italië. In de strijd om de derde plaats tegen Duitsland verloor het opnieuw.

Italië werd trouwens nauwlettend in de gaten gehouden door Mussolini, die inzag wat de propagandistische waarde was van een goed elftal. Voor de finale vertrouwde hij `zijn' spelers dan ook toe dat bij verlies een zware straf wachtte, waarna de Italianen wonnen.

Vier jaar later bereikte Zweden zonder te spelen de tweede ronde op het WK omdat tegenstander Oostenrijk doodeenvoudig niet meer bestond. Wegens gebrek aan thuisland werden vier Oostenrijkse ploegen toegestaan in de Duitse competitie, net zoals clubs uit Polen, de Elzas, Luxemburg en Sudetenland. In 1941 won Rapid Wien de Duitse titel en in 1938 de Duitse beker. De opleving tot slot na de oorlog zien we ook weer terug in het voetbal: mede door Ernst Happel stond Oostenrijk weer aan de Europese top.