Mevrouw van de firma

Een van de merkwaardigste verschijnselen binnen de moderne journalistiek is de `misdaadverslaggever'. Zijn werkwijze verschilt in principe niet van de journalist die over machinaties op de effectenbeurs schrijft of de beeldende kunst volgt: je probeert bronnen en contacten op te doen die een zekere inside-kennis hebben van het gebied, en die weten hoe binnen een bepaald milieu wordt gedacht.

Het verschil zit hem vooral in de represailles waartoe de bronnen, wanneer ze eenmaal hebben gemerkt waartoe hun confidenties tegenover de journalist hebben geleid, bereid blijken. Zeker, ook beurshandelaren en schilders kunnen in woede ontsteken wanneer zij menen dat hun in krantenkolommen onrecht is aangedaan, en op wraak zinnen. Maar slechts zelden zullen zij de inzet van Algerijnse huurmoordenaars overwegen, zoals Bart Middelburg, misdaadverslaggever van Het Parool, is overkomen.

Middelburg schrijft dat in zijn onderhoudende De Godmother.

Achter deze wat pompeuze titel gaan de mémoires schuil van Thea Moear. Dat is een uit het Amsterdamse Wallenmilieu afkomstige mevrouw die een van de oprichters en belangrijkste `firmanten' zou zijn van een Nederlandse criminele organisatie, die zich vooral met de import van hasj bezig heeft gehouden en bekend staat onder de naam `de groep-Bruinsma', naar de in 1991 op straat doodgeschoten, schilderachtige boef Klaas Bruinsma.

Middelburg presenteert zijn interviews met Moear als een soort antropologisch onderzoek naar het verschijnsel van de vrouwelijke gangster, een zeldzame soort. Die aankondiging is enigszins misleidend: De Godmother is toch vooral een feitelijk relaas over opkomst en ondergang van de groep-Bruinsma, en als zodanig Middelburgs derde boek in deze trant. Voor een antropologische of psychologische schildering ontbreekt het in De Godmother te veel aan materiaal dat niet in direct verband staat met de geschiedenis van de groep-Bruinsma en dat meer had kunnen vertellen over de sfeer waarin één en ander plaatsvond.

De bron voor het boek, Thea Moear, lijkt niet echt scheutig te zijn geweest met gegevens die het beeld van een rationeel beheerde importfirma zouden kunnen verstoren. Op dat gebied valt er overigens veel aardigs te lezen: hoe je een criminele boekhouding bijhoudt, of af en toe opdracht geeft tot een moordje, omdat je je in het criminele milieu bij gebleken wanbetaling of bedrog nu eenmaal niet voor redres tot deurwaarder of rechter kunt wenden.

Zeker maakt Moear af en toe melding van kolkende sentimenten, van door aard en achtergrond bepaalde agressieve neigingen, van tomeloze ambities, heftige frustraties en irrationele keuzen. Het zijn echter steeds haar mannelijke collega's die daaraan geleden hebben. Moears eigen instelling, krijg je de indruk, zou in het management van een supermarktketen niet hebben misstaan. In het voorbijgaan levert mevrouw tal van bijzonderheden aan over diverse onopgeloste moorden, en ook de IRT-affaire.

De vraag rijst natuurlijk, of we er van op aankunnen dat Moear de waarheid spreekt. Op dit punt laat de auteur van het boek ons nogal in de steek. Middelburg geeft hoog op van de afwezigheid van enige terughoudendheid bij zijn getuige. Ook zegt hij bij andere bronnen te hebben geïnformeerd naar denkbare onzuivere motieven van Moear, om zich zo onthullend uit te laten. Zulke motieven zegt Middelburg echter niet gevonden te hebben.

Dat is kennelijk het excuus om Moears relaas niet bij andere bronnen te verifiëren, noch af en toe een vraagteken te plaatsen. Hier raken we aan een duidelijk gebrek van het boek – temeer daar Middelburg zelf de rol van Moear in de groep-Bruinsma eerder geheel anders heeft voorgesteld. In Operatie Delta en De Dominee was mevrouw nog een hulpje van de echte, mannelijke gangsters die uit veiligheidsoverwegingen uit de groep is gezet. Nu is Moear opeens een van de oprichters die halverwege de jaren tachtig eigener beweging met pensioen is gegaan.

Misschien is het, gezien de aard van de bronnen, niet reëel om van misdaadverslaggevers te verwachten dat zij zich al te kritisch uitlaten over wat diezelfde bronnen met naam en toenaam in de krant willen verklaren. Tot welke vreemde gevolgen dat kan leiden, wordt treffend geïllustreerd door het ongeveer tegelijk met De Godmother verschenen De jacht op de erven Bruinsma van Bas van Hout, eveneens een misdaadverslaggever.

Deze Van Hout heeft ene Geurt Roos – een voormalige lijfwacht van Bruinsma die een belangrijke bron was voor Middelburgs De dominee, maar met wie de betrekkingen inmiddels ernstig zijn bekoeld – bereid gevonden allerlei naars te verklaren over zijn voormalige samenwerking met de Parool-verslaggever. De beschuldigingen aan het adres van Middelburg in dit enigszins chaotische gestructureerde De erven zijn niet mis: Roos zegt de verslaggever te hebben geholpen met valse aangiften en getuigenverklaringen in diens langdurige juridische strijd met J. Engelsma, een advocaat die er door Middelburg van wordt beschuldigd zelf crimineel te zijn.

Voor de niet persoonlijk in het crimineel milieu ingevoerde lezer is dit allemaal verwarrend: tegenover misdaadverslaggever A. met zijn bron X., staat de misdaadverslaggever B. met zijn getuige Z. Wie moet je geloven en waarom? Ik zou het niet weten.

En wat ook niet helpt is dat Middelburg in De Godmother verzekert dat hij geen achterliggende motieven heeft kunnen vinden voor Moears openhartigheid, terwijl het boek zelf voor een groot deel aan zo'n motief gewijd is. Mevrouw meent namelijk nog ettelijke miljoenen tegoed te hebben van de huidige beheerder van de Bruinsma-erfenis, een zekere Etienne U., en heeft er derhalve alle belang bij zich te profileren als volwaardig firmant, die in goed vertrouwen bij haar pensionering haar aandeel in de firma heeft laten zitten.

Het blijft dus een beetje de vraag of dit soort misdaadverslaggeving wel een vorm van onderzoeksjournalistiek is, zoals betrokkenen graag suggereren. De aard van de bronnen zit het vaststellen van de waarheid kennelijk nogal in de weg, hoezeer de wakkere verslaggevers ook met gevaar voor eigen leven achter de feiten proberen te komen. Misschien is dat ook niet zo erg: spannende lectuur is het zeker.

Bart Middelburg: De Godmother. Veen, 271 blz. ƒ34,90

Bas van Hout: De jacht op `De erven Bruinsma'. Uitgeverij PS, 320 blz. Amsterdam, ƒ39,95

Geeks en misdaad

    • Raymond van den Boogaard