Meer hoofd, minder muis

Het was een zomerse morgen, het spitsuur was voorbij, als je in dit dorp al van een spitsuur kon spreken. Op het lege schoolplein lag een linnen zakje dat zo te zien een boterhammentrommeltje bevatte. De ramen stonden wijd open. Daar klonk de stem van de onderwijzer, zoals de menselijke stem alleen in een klaslokaal kan klinken. Een rustige alleenspraak in onaantastbare zekerheid, met een galm in de hoge ruimte. En toen de kinderen in koor. Ze zeiden hem iets na. Weer de onderwijzer, daarop de kinderen, enzovoort. Een tafereel met geluid uit de eeuw van Ot en Sien.

Ik kon het niet verstaan. Dat was ook niet nodig. In deze klas waren ze bezig met iets dat in verder gevorderde contreien als een lang achterhaalde praktijk wordt beschouwd. Deze kinderen moesten iets uit hun hoofd leren. Wat? Het volkslied? Een reeks kwatrijnen van een beroemde dichter? Niet van belang. Straks zouden ze het schoolplein oprennen met iets meer in hun hoofd dan een paar uur tevoren. In 2050 zouden ze nog woord voor woord kunnen opzeggen wat ze op 17 mei 2000 hadden geleerd. Iemand van middelbare leeftijd zou zich afvragen waarom ze dan altijd aan een boterhammentrommeltje moest denken.

Best mogelijk, denkt de moderne lezer, maar wat is daar het nut van? Geduld.

Dit is de week van de eindexamens. In de Volkskrant las ik een verhaal van Margreet Vermeulen waarin een paar mensen aan het woord komen die de opgaven verzinnen. Nout van Zuijlen is `een van de mensen' achter het examen Engels. `Vroeger moesten de kinderen bijvoorbeeld een romanfragment verklaren. Nu krijgen ze hele lappen tekst. Geen romanfragmenten maar webteksten, folders en andere taaluitingen die ze iedere dag tegen kunnen komen. Tegenwoordig gaat het erom dat ze met die teksten wat kunnen doen. Dat ze bijvoorbeeld uit al die informatie kunnen destilleren of ze het Vrijheidsbeeld kunnen bezoeken met hun invalide moeder.' Ed Kremers, ook iemand achter de examens, zegt: `We vragen de leerlingen steeds meer, iets te doen. Samenvattingen maken, vergelijkingen trekken of kaarten tekenen.'

Een uittreksel van bijvoorbeeld een roman maken is nuttig, omdat je het boek eerst moet lezen, en dan al samenvattend wordt gedwongen, het zo goed mogelijk te begrijpen. Kaarten tekenen is leuk werk. Er zijn mensen die het voor hun plezier doen, zelf hun land ontwerpen, Nederland op hun manier verbeteren. Maar folders lezen, webteksten, om je invalide moeder op het Vrijheidsbeeld te helpen? Het is een bewijs van reislust met moederliefde. Folderteksten je zult meesterwerkjes bij hebben. Wat mij er zo uit het hoofd gezegd van bij staat, is de warrigheid (het is heel moeilijk, iets duidelijk uit te leggen. Zie de bloemlezing van Joost Elffers, Open Here) gepaard aan de brutale gemeenplaatsen van de reclame. Behoorlijk Engels leer je er in ieder geval niet van. En proza op het web? Vaak ook niet veel soeps. Maar verwijt die mensen niets. Het is niet bedoeld om de lezer literair in zijn ziel of brein te grijpen.

Uit het hoofd leren van klassiek proza en poëzie lijkt stom werk maar is dat niet. Het is de beste manier om de structuur van een zin te begrijpen, de waarde van een bijvoeglijk naamwoord, de functie van een herhaling, de kracht van een goed geplaatst uitroepteken, om maar een paar dingen te noemen. Schrijven en praten leer je door het interneren van de beste voorbeelden. Als je je die op zo'n manier eigen hebt gemaakt, zodat ze tot je tweede natuur horen, blijkt langzamerhand dat ze tot je taalkundig gereedschap horen. Dat kun je dan naar eigen inzicht gebruiken, om iets te maken dat het lezen of het aanhoren waard is. Anders gezegd: Shakespeare's To be or not to be, het Ik ben geboren uit zonnegloren van Jacques Perk, en het Heel Scheveningen stond op stelten van een naamloos gebleven genie, zijn leerzamer en in hun duurzaamheid nuttiger dan een foldertje dat je de weg wijst. En surfen op het web heeft niets met literatuur te maken. Minder met de muis in de weer, meer uit het hoofd geleerd, is mijn boodschap aan de mensen die het volgend jaar achter de eindexamens staan. Als je weet wie Multatuli is, komt de muis vanzelf; andersom niet.

    • H.J.A. Hofland