Kok neemt kritiek Kosovo-acties ter harte

Premier Kok erkent dat hij vorig jaar maart beter zelf de Nederlandse bevolking in een toespraak had kunnen vertellen over het begin van de Kosovo-acties van de Navo. De presidenten Clinton en Chirac en de Britse premier Blair en de Duitse kanselier Schröder deden dat destijds wèl terwijl Kok het aan minister Van Aartsen overliet om de Tweede Kamer in te lichten.

In het fractieleidersdebat over Kosovo reageerde Kok gisteren op de verwijten die hij daarover vorig jaar kreeg door te zeggen: ,,Ik neem die kritiek ter harte, je bent nooit te oud om te leren''. Volgens de premier hadden hij en de ministers Van Aartsen (Buitenlandse Zaken) en De Grave (Defensie) ,,alles gedaan wat nodig en mogelijk was om duidelijk te maken dat de NAVO-luchtacties onvermijdelijk waren''. Dat er in het kabinet verdeeldheid over meedoen aan de acties zou hebben bestaan, sprak Kok tegen. Al in oktober 1998, toen de Kamer akkoord ging met de Navo-voorbereiding, had ook het kabinet daarmee unaniem ingestemd en verdere uitvoeringsstappen aan hem, Van Aartsen en De Grave gedelegeerd, zei hij.

Kok maakte duidelijk dat het kabinet ook voelt voor de opvatting van een grote meerderheid van de Kamer dat landen die een flinke bijdrage leveren aan vredesacties overeenkomstig invloed op de opzet en uitvoering van die acties moeten hebben. Hij was het eens met PvdA'er Melkert, die vindt dat besluiten om aan vredesacties mee te doen daarvan mede afhankelijk moeten worden gemaakt.

Van Aartsen ontkende overigens dat Nederland te weinig invloed heeft gehad op de opzet en uitvoering van de NAVO-operaties. Maar in twee gevallen, namelijk toen in de zogenoemde Contactgroep voor Joegoslavië over de mogelijke inzet van grondtroepen was overlegd en bij de bemoeienis van de VS, Groot-Brittannië en Frankrijk met de doelenkeuze na de uitbreiding van de acties, was Nederland achteraf geïnformeerd, zei hij. Daarmee oogstte hij verbaasde reacties omdat het kabinet in de evaluatienota een zekere dominantie van deze drie landen had gekritiseerd.

Van Aartsen kreeg van Melkert het advies om Nederland beter te profileren door meer mee te doen aan het ,,internationale duw- en trekwerk''. De minister, die van Melkert vaak het verwijt heeft gekregen dat hij te langzaam enthousiast is geraakt voor meer eigen verantwoordelijkheid en samenwerking in Europa op het gebied van defensie, zei dat hij juist daarom in de Europese Unie de poot lang stijf had gehouden en pas had ingestemd met meer defensiesamenwerking toen was komen vast te staan dat dat niet ten koste zou gaan van de band met de NAVO. Melkert, die de Kosovo-evaluatie ,,knip- en plakwerk'' noemde, bond het kabinet op het hart ook in Europa op militair gebied te waken voor dominantie van grote landen.

Het kabinet is het met een Kamermeerderheid eens dat de Kamer in de toekomst beter moet worden geïnformeerd over het verloop van vredesacties. Melkert en andere fractieleiders hadden benadrukt dat dit ook nodig is om het draagvlak in de bevolking te behouden. Melkerts VVD-collega Dijkstal waarschuwde dat Nederland, als eenmaal tot een NAVO-actie is besloten, zelf maar gedeeltelijk kan bepalen welke informatie openbaar mag zijn. Hij ziet in zulke gevallen de ministeriële verantwoordelijkheid zelfs enigszins beperkt doordat de minister van defensie dan immers ,,tijdelijk troepen aan het gezag van de NAVO heeft afgestaan''. Kok sprak hem direct tegen door te zeggen dat de ministeriële verantwoordelijkheid altijd blijft bestaan.

Evenmin kreeg Dijkstal steun toen hij ervoor pleitte om de commissie-Bakker (D66), die de uitzending van Nederlandse militairen onderzoekt en komende maandag met haar verhoren begint, nu niet meer de uitzending naar Kosovo te laten behandelen. De Graaf (D66) wees die suggestie direct af en ook Melkert en De Hoop Scheffer (CDA) verklaarden zich tegen zo'n beperking van de taak van de onderzoekscommissie.

Voor de zomer wil het kabinet met een standpunt komen over vredesacties zonder uitdrukkelijk mandaat van de Veiligheidsraad.

    • J.M. Bik