`Kijken is de essentie'

De Zweedse journaliste en schrijfster Majgull Axelsson hield zich jarenlang op afstand van de officiële literatuur. Haar belangstelling gold kinderarbeid, de armoede van kinderen in haar eigen land. Totdat ze met de roman `Aprilheks' literair doorbrak.

Op het terrastafeltje liggen de drie omslagen: Aprilhäxen, Aprilhexe en Aprilheks van de Zweedse schrijfster Majgull Axelsson (1947). Geamuseerd kijkt ze ernaar. Aprilwitch ontbreekt nog, maar die zal er zeker komen. In Zweden won ze met Aprilhäxen in 1997 de gerenommeerde literaire August-Prijs, genoemd naar haar landgenoot August Strindberg. Ze zegt: ``Door die drie zo verschillende omslagen lijkt het telkens een ander boek. De Zweedse uitgeverij liet een omslag maken door een beeldend kunstenaar. Hij schilderde tegen een rode achtergrond een zwarte kraai; in zijn oog ontwaar je een jong meisje. Dat is, inderdaad, een aspect. Desirée, de gehandicapte hoofdfiguur van het boek, zou zich het liefst in een alziend kraaienoog verschuilen. Het Duitse omslag staat geheel in dienst van het romantische `De dood en het meisje'-motief. Een vrouwengestalte ligt uitgestrekt op bed, omsluierd door witte gewaden. IJl, etherisch. Vlinders om haar heen. Ik herken er weinig in.''

Axelsson is zeer geporteerd van de omslag van Aprilheks, die de Nederlandse vertaling van Janny Middelbeek-Oortgiesen siert. Een foto toont drie meisjes, onmiskenbaar uit de jaren vijftig. Drie zussen; een tweeling en een iets ouder meisje, zo rond de dertien, veertien. Ze dragen een oudrose, gelig en vaalgroen badpak. Het portret, gekozen door ontwerper Robert Nix, is gemaakt door Judith Joy Ross. De meisjes kijken even verlegen als verwachtingsvol naar de fotograaf. Ze staan er ontwapenend bij in hun badpakje, misschien wel gloednieuw, maar toch met iets uit een andere tijd. ``In deze drie meisjes herken ik de drie zussen uit het boek.'' Axelsson wijst ze een voor een aan. ``Ik koos voor de namen Birgitta, Margareta en Christina. Elke lezer in Zweden weet dat het namen zijn uit de late jaren veertig. Ieder meisje kreeg een van die namen. Het zijn de drie zussen van de koning. Mijn personages vormen een clan. De tragiek in het boek ligt bij Desirée. Haar naam betekent `zij die gewild is'. Zij is het echte kind van haar moeder, maar omdat Desirée gehandicapt is, werd zij jong in een inrichting geplaatst. Ze moest weg. Daarna nam haar moeder drie stiefdochters aan, die nooit van het bestaan van Desirée wisten. Wanneer Desirée achter het verzwegen geheim van haar pleegzusters komt, dan stort haar wereld ineen. Vervolgens begint ze vol wraakzucht hun levens binnen te dringen, en daardoor een vernietigende invloed uit te oefenen.

``De anderen bezitten het leven dat Desirée had kunnen leiden. Uiteindelijk komt ze tot het inzicht dat haar leven, met al zijn tragiek, het enige werkelijke voor haar bestemde leven is. Zij moet haar wanhoop leren dragen. Het heeft me altijd geïntrigeerd waarom de ene mens gelukkig is en het hem of haar voor de wind gaat, terwijl de ander door het leven zwaar op de proef wordt gesteld. Mijn voorkeur gaat uit naar degenen met iets tragisch. Gelukkige mensen met een keurig beschermd leventje interesseren me niet zo.''

Voor haar boek liet Axelsson zich inspireren door een verhaal van de Amerikaanse sciencefiction-schrijver Bradbury waarin een `aprilheks' voorkomt, een vrouw die een fantoom is, die haar lichaam kan verlaten en als louter immaterieel verschijnsel kan rondzwerven. Ze verbergt zich in een waterdruppel, een insect. Zo is ook de rol van Desirée in het boek. Een andere inspiratiebron vormde een sprookje van Christian Andersen, waarin De Dood het slapende kind van een moeder meeneemt. Ze gaat naar De Dood om haar kind op te halen. Deze wijst haar op een waterput, waarin ze twee verschillende levens ziet gereflecteerd. Een gelukkig en goed leven. En een leven in armoede en ontbering. De Dood zegt: `Ik weet niet welk leven ik haar ga geven.' Daarop vlucht de moeder weg. Het is spannend om te lezen, in de prachtige vertaling van Janny Middelbeek-Oortgiesen, hoe Axelsson de spanning rondom de `aprilheks' Desirée en haar ontwrichtende krachten opbouwt.

Depressiekamer

De schrijfster heeft altijd dichtbij de maatschappelijke gebeurtenissen gestaan: ``Ik ben te nieuwsgierig van aard om mezelf de hele dag op te sluiten in mijn schrijfkamer. Op mijn achttiende ging ik naar Liverpool. Waar moet een meisje van die leeftijd anders heen? The Beatles kwamen er vandaan, ik wilde weg uit Zweden. Ik werd schoommaakster in het Stork Hotel. Daarna werkte ik jarenlang als verslaggever voor diverse kranten. Eigenlijk wilde ik liever misdaadverslaggeefster worden, dan heb je tenminste spannende verhalen te vertellen. Ik was verbonden aan het ministerie van Buitenlandse Zaken, waarvoor ik veel reizen maakte. Tijdens een bezoek aan de Filippijnen was ik geschokt door kinderprostitutie. In 1989 verscheen over dit onderwerp mijn eerste documentaire roman, Rosario is dood. Ik heb altijd gebruik gemaakt van de twee oerbronnen van het vertellen en het schrijven: het journalistieke onderzoek enerzijds en de literaire weergave anderzijds. Ik ben ervan overtuigd dat een schrijver onderzoek moet doen. Naar fenomenen in zijn eigen tijd, in archieven, naar de gebeurtenissen om hem heen. Elke ochtend ontwaak ik en dan ben ik blij dat er een nieuwe dag is aangebroken. Ik kan weer op onderzoek uitgaan. Als ik niet nog steeds voor een krant zou werken, dan zou ik verbitterd raken. Mijn schrijfkamer noem ik mijn `depression room'. Ik kijk, dat is denk ik de essentie: kijken.

``Ik heb nooit geloofd in het conflict tussen literatuur en journalistiek. Dat wordt kunstmatig door een bepaald soort schrijvers in stand gehouden, degenen voor wie alleen hun eigen wereld bestaat. Zelfs Strindberg, die in Zweden zo hogelijk wordt geëerd, verrichtte journalistiek werk. Ik heb me altijd vrolijk gemaakt over Strindberg en zijn gedoe met vrouwen die onafhankelijk willen zijn. Een man als Strindberg doet wat zoveel mannen in Zweden doen: hun eigen piramide, hun Parnassus bouwen. Maar ze vergeten dat er de laatste halve eeuw ongemeen veel veranderd is in de Zweedse maatschappij. De reflectie op het leven komt van de vrouwen. Zij schrijven boeken over de verhouding tussen moeder en dochter, tussen zussen onderling. Er werd mij verweten dat Aprilheks te weinig zou gaan over de relatie tussen man en vrouw. De Zweedse vrouw voelt zich eenzaam, dat intrigeert me meer. De kloof tussen onze moeders uit de jaren twintig, dertig en hoe wij ons leven nu inrichten is ongemeen groot. Hoewel ik moeder ben van twee grotere kinderen kan ik me de luxe permitteren na te denken, erop uit te gaan, me vragen te stellen. Ik zou het verschrikkelijk vinden als er ooit een theorie bedacht zou worden, die alle raadsels en geheimen van het leven in een keer zou verklaren. Dat is angstaanjagend.''

Majgull Axelsson: Aprilheks. Vert. Janny Middelbeek-Oortgiesen. De Geus, 480 blz. ƒ49,90

Buitenlandse literatuur

    • Kester Freriks