Hoogseizoen

DE NEDERLANDSE ECONOMIE maakt voorspoedige tijden door. Nederland beleeft inmiddels de langste opgaande conjuncturele periode in vijftig jaar. Het gaat bijna té goed, zei president Wellink van De Nederlandsche Bank in zijn toelichting op het jaarverslag eerder deze week. De centrale bankpresident, afkomstig uit de Achterhoek, kent ongetwijfeld de uitdrukking `te is nooit goed behalve tevreden'. Kennelijk heeft de economie een structureel hoger groeiniveau bereikt dankzij de verworvenheden van de informatie- en communicatietechnologie en de macro-economische hervormingen die in de afgelopen jaren zijn doorgevoerd. De Nederlandsche Bank toont zich hiermee een genuanceerd aanhanger van de `nieuwe economie'. Maar wel met kritische kanttekeningen. Want de risico's van uitbundige consumentenbestedingen en loonstijgingen, uitmondend in oververhitting, worden breed uitgemeten. Temeer omdat het welvaartseffect van de stijgende huizenprijzen doorwerkt en de belastingverlaging van volgend jaar nog een extra bestedingsimpuls zal geven.

HET PROBLEEM is dat het klassieke beleidsinstrumentarium is veranderd. In de huidige conjunctuurfase heeft Nederland behoefte aan hoge rente en een harde munt. Maar sinds het monetaire beleid is uitbesteed aan de Europese Centrale Bank ondergaat Nederland de stimuleringsgevolgen van een relatief lage rente en zwakke euro. Behalve in Frankfurt aandringen op renteverhogingen kan Wellink daar weinig tegen beginnen. Ten tweede is de politieke druk weggevallen om de begroting op orde te brengen nu er sprake is van een snel oplopend overschot, vooral dankzij belastingmeevallers. Het kost al moeite genoeg om te voorkomen dat de miljardenmeevallers links en rechts worden weggegeven.

Terecht hamert De Nederlandsche Bank erop om de meevallers te gebruiken voor versnelde terugdringing van de staatsschuld. Na 2001 blijft verdere lastenverlichting overigens wenselijk als de belastingmeevallers zich blijven ophopen. Dat kan helpen om de opwaartse druk op de CAO-afspraken te temperen. Want de oproep van De Nederlandsche Bank tot loonmatiging in een arbeidsmarkt die steeds meer tekenen van krapte vertoont, is weinig realistisch. De vakbeweging kan moeilijk als centrale bankier optreden.

Eén specifieke oorzaak van de bestedingen, de hypotheekrenteaftrek, kan wel worden aangepakt. Deze wordt in het kader van de nieuwe belastingwetgeving al ingeperkt – en de fiscus is actief bezig oneigenlijk gebruik terug te dringen – maar De Nederlandsche Bank bepleit verdere beperking. De hypotheekrenteaftrek heeft mede bijgedragen aan de sterk stijgende huizenprijzen. Voor de huizenbezitters heeft dat een `gratis' vermogensstijging opgeleverd die deels wordt omgezet in extra consumptieve uitgaven. De Nederlandsche Bank vergelijkt in dit verband de welvaartseffecten van de huizenprijzen met die van de beurskoersen in de Verenigde Staten. Met als impliciete waarschuwing dat een instorting van de huizenmarkt negatieve effecten op de groei zal hebben.

DE UITDAGING is om, gegeven het Europese kader van de euro en het begrotingsoverschot, het rooskleurige beeld te bestendigen. Handhaving van het behoedzame beleid is daarvoor de beste garantie.