Hilarisch pamflet tegen hypocrisie van Hollywood

Grote Amerikaanse filmbedrijven mijden het festival in Cannes. In plaats daarvan is er een golf aan Aziatische films, die niet alleen opvallen door hun artistieke kwaliteiten, maar ook door hun lengte.

Een guerrillacommando bestormt een bioscoop in een buitenwijk van Baltimore, waar Patch Adams The Director's Cut draait, en schiet zijn mitrailleurs leeg op popcornautomaten en repen chocola van drie dollar. ,,Maar weet u dan niet dat Hollywood films maakt die door publiek in de hele wereld in hoge mate gewaardeerd worden?'', roept de bedrijfsleider wanhopig uit. Cecil B. Demented, de commandoleider, undergroundregisseur en held van de gelijknamige film van John Waters, meester van de wansmaak, heeft daar geen boodschap aan.

De vertoning buiten competitie in Cannes van Waters' hilarische pamflet tegen de hypocrisie van Hollywood is niet helemaal zonder betekenis. Het festival vaart immers een koers die slecht in de smaak valt bij de Amerikaanse filmindustrie, waarvan alleen de kleine onafhankelijke maatschappijen nog acte de présence geven. Zo luidruchtig als de kleine zelfstandigen zich weren in de filmmarkt, waar bij voorbeeld ex-Cannon-directeur Menachem Golan alvast zijn deze zomer op te nemen quickie Elian - The Gonzalez Boy Story voorverkoopt, zo afwezig zijn de grote studio's in het officiële programma.

In plaats daarvan besteedt de competitie ruimschoots aandacht aan Aziatische films, en valt er veel Chinees, Japans, Koreaans, Vietnamees en Farsi te beluisteren. Opvallend zijn niet alleen de artistieke kwaliteiten van die golf aan Aziatische films, maar ook hun lengte. Films van meer dan twee uur worden in Amerika veelal gezien als een teken van gebrek aan discipline, zelfs narcisme van de maker, maar de Japanse film Eureka van Shinji Aoyama duurt drie uur en zevendertig minuten, en de Chinese film Devils on the Doorstep van Jiang Wen twee uur en drie en veertig minuten. Eerder dan self-indulgence wijzen die extreme lengtes op een andere opvatting over tijd in film. Voor een westerse kijker duren zelfs de honderd en twaalf minuten van A la verticale de l'été van de Vietnamees Tran Anh Hung een eeuwigheid, omdat er weinig gemonteerd is en in alle rust gekeken en geluisterd moet worden naar statische taferelen. Tran keert met zijn derde film terug naar de tedere toon van zijn debuut De geur van de groene papaya, en zal dus minder westerlingen bekoren dan hij deed in zijn operateske en gewelddadige Gouden Leeuw-winnaar Cyclo. Het meer cyclische dan dramatische karakter van de Aziatische film is langzamerhand niet meer zo excentriek; het lijkt het probleem van de westerling te zijn geworden dat hij daar niet aan gewend is. Zelfs de in Parijs wonende Israeliër Amos Gitaï past zich in zijn meditatie over de oorlog uit 1973 Kippur eerder aan bij de Aziatische dan bij de Europese opvattingen over drama, de lengte van scènes en de kracht van herhaling.

Filmfestival Cannes

    • Hans Beerekamp