Hang de vlag uit

De keizer van Japan verdient een beschaafde ontvangst, en niet een anti-Japanse hetze zoals Wim Kan ontketende toen Hirohito hier kwam.

Het is nu bijna dertig jaar geleden dat Hirohito, de toenmalige keizer van Japan, een officieel bezoek bracht aan Nederland. Dat bezoek is toen niet zonder incidenten verlopen. Die waren niet voorzien, en het is ook aannemelijk dat alles wel binnen redelijke perken zou zijn gebleven zonder het provocerende optreden van de cabaretier Wim Kan.

Een en ander staat mij nog vrij levendig voor de geest, omdat ik toen ongeveer de enige Nederlander was die daartegen protesteerde. Wim Kans verketteren van de keizer was misplaatst en onterecht. Een paar dagen geleden heb ik nog journaalbeelden uit die tijd teruggezien, dankzij een interviewer van de NOS die een videobandje had meegebracht waarop te zien was hoe sommige incidenten zich hadden toegedragen. Het waren bij elkaar maar een paar minuten, maar ik heb er ademloos – en moedeloos – naar zitten kijken.

Zoals wel vaker wanneer je iets uit het verleden terugziet was het kleinschaliger dan ik me herinner. Ik had in mijn hoofd dat de demonstranten talrijker waren, en, hoe moet ik het zeggen, professioneler. En welbespraakter. Niet mensen die zichzelf herhalen, die niet uit hun woorden kunnen komen, of die vol pathos dingen zeggen die kant noch wal raken. De man die de keizer een klap wilde verkopen deed dat `om de waardevaste pensioenen en uit naam van de joodse oorlogsslachtoffers'. Het keizerlijk gezelschap ging naar Artis; bij de ingang stond een handjevol mensen met nogal amateurige bordjes met opschriften als `Hirohito oorlogsmisdadiger', `Hirohito moet in Artis blijven' en `De drie van Breda mogen ook niet naar Artis'. Toen de stoet arriveerde (er was tot mijn genoegen een DS19 bij) werd er wat boe! geroepen en na een paar vage schermutselingen werd de kreet `Hirohitler!' aangeheven. Toch waren het ernstige incidenten.

Wat mij trof en verraste, ik was het blijkbaar vergeten, was dat er onder de demonstranten ook maoïsten waren, er werden een paar portretten van Mao Zedong meegedragen. Hoe het voorbijgaan van de tijd een beeld kan corrigeren: Hirohito is misschien niet helemaal de wereldvreemde kamergeleerde geweest waarvoor hij werd gehouden, maar wie van de twee de echte massamoordenaar was, daarover is nu, dertig jaar later, geen enkele twijfel.

Hoe en wanneer het precies is begonnen weet ik niet meer, ik woonde toen in Frankrijk; maar ik herinner mij een televisie-uitzending in 1970 waarin Wim Kan de keizer van Japan een oorlogsmisdadiger noemde, terwijl B.V.A. Röling, die deel had uitgemaakt van het Japan-tribunaal, probeerde duidelijk te maken waarom die beschuldiging onterecht was. Het was in die tijd dat Wim Kan in zijn cabaret-programma's een liedje over Birma begon op te nemen waarin hij betreurde dat de keizer niet was opgehangen.

Intussen waren er plannen gerezen voor een keizerlijk bezoek aan Nederland; op veel weerstand werd niet gerekend, immers een officieel bezoek van het Duitse staatshoofd Heinemann was zonder incidenten verlopen, en leden van het koninklijk huis bezochten al sinds geruime tijd de Japanse keizerlijke familie zonder dat dit in Nederland veel ophef veroorzaakte. De plannen waren nog niet openbaar, maar toen kreeg De Telegraaf er de lucht van en het hek was van de dam. Wim Kan noemde het bezoek op de voorpagina van dat blad `een klap in het gezicht van Nederland', het Birma-liedje werd uitgezonden op radio en televisie, oud-strijdersverenigingen wilden niet achterblijven; maar het bezoek werd niet afgelast.

Tegen de tijd dat de keizer moest arriveren, was er een flinke hetze ontstaan. Wim Kan had een nieuw anti-keizerlied aan zijn repertoire toegevoegd en het werd uitgezonden in een speciale uitzending van Achter het Nieuws, waarin Kan de keizer in zoveel woorden beschreef als een oorlogsmisdadiger, `zo brutaal als de beul die hij had weten te ontlopen'. Ik herinner mij de verslagenheid waarmee ik die uitzending zag, en hoe Wim Kan al zijn charme voor mij had verloren: hij moedigde de mensen aan in hun meest primitieve vooroordelen, het was onmiskenbare ophitsing met een openlijk beroep op de politie om niet in te grijpen. Het was en is mij een raadsel dat ook mensen die beter wisten daarbij hun mond hielden.

Achteraf is dat zwijgen naar mijn overtuiging de kern van de zaak, het is wat de verdere ontwikkelingen heeft mogelijk gemaakt. Voor Wim Kan zelf was het vermoedelijk een persoonlijk en symbolisch conflict, een psychodrama zoals ik het heb genoemd, maar zelfs hij wist natuurlijk wel dat het keizerschap an sich niet voldoende was om Hirohito voor oorlogsmisdadiger uit te maken. Vandaar het enthousiasme waarmee Wim Kan de verschijning begroette van een boek waarin iemand probeerde te bewijzen dat Hirohito niet een gevangene van zijn entourage was geweest, maar een satanische, in het verborgene opererende wrede tiran, de werkelijke aanstichter van de oorlog. Dat boek was Japan's Imperial Conspiracy door David Bergamini, eigenlijk ook een onderdeel van een psychose, want het ging uit van de veronderstelling dat heel Japan betrokken zou zijn geweest in een gigantisch complot om voor de buitenwereld te verbergen hoe de vork in de steel had gezeten – nu (maar ook toen al) herkenbaar als een nieuwe versie van het oerverhaal van het Gele Gevaar, de ondoorgrondelijke wrede Oosterling, Dr Fu Manchu – een samenzweringstheorie, paranoia.

Maar in 1971 hielden Wim Kan en zijn geestverwanten het voor een openbaring. Let wel: het boek zelf was er nog niet, het stralende licht dat hun de weg wees was alleen nog maar de voorpubliciteit. Toen het boek eindelijk in de boekhandel lag hoefde het al niet meer, de gedachte was al ingeburgerd, de `ware rol' van de keizer was `aangetoond' door `de Amerikaanse historicus Bergamini', zoals Willem Brandt het uitdrukte. Volgens mij heeft Wim Kan noch Willem Brandt het boek ooit gelezen. Dat is al ongehoord, maar het laakbaarste is dat ze zich nooit hebben herroepen, ook niet nadat vast was komen te staan dat Bergamini een fantast was.

Ziedaar hoe volgens mij de hele kwestie heeft kunnen uitgroeien tot een drama: dat Wim Kan door niemand in Nederland ter verantwoording is geroepen. Nu ja, door mij; maar ik bedoel door liefst meerdere gezaghebbende historici, die de moed zouden hebben gehad om Wim Kan duidelijk en onomwonden te zeggen dat Bergamini leugens vertelde en dat het ophitsen van de mensen in Nederland in naam van deze leugens misplaatst was en schandelijk.

Maar de Nederlandse historici hielden hun mond. En zo is de jammerlijke situatie kunnen ontstaan die we nu meemaken, waarin allerlei onbetekenende marginale groepjes ongehinderd een keel op kunnen zetten. Ze worden door functionarissen die bang zijn voor hun eigen schaduw ook nog naar de mond gepraat en officieel ontvangen, zodat je er niet zeker van kunt zijn dat straks bij het bezoek van keizer Akihito niet weer een paar helden met vertrokken koppen zullen gaan proberen kransen in het water te gooien naar het voorbeeld van 1991 met premier Kaifu. Een van hen verklaarde onlangs al op de televisie dat hij `voor zijn achterban niet kon instaan' (wie vertegenwoordigt zo iemand dan?).

En wat er ook door werd mogelijk gemaakt is die krankzinnige draaimolen van spijtbetuigingen, waarbij van Japan telkens opnieuw excuses werden geëist, om die dan als onoprecht en onvoldoende te verwerpen en weer nieuwe te eisen. Deze gang van zaken is specifiek Nederlands, er is geen voorbeeld van enig ander land waar zo lang na de oorlog nog zoveel haat tegen Japan wordt beleden, en waar het cultiveren van deze haat in leven wordt gehouden met stichtingen, tv-programma's, meetings, praatgroepen en klaagtelefoons.

De Japanners wordt terecht verweten dat zij proberen om bepaalde episodes uit hun geschiedenis verborgen te houden; zo kon maar geen Japanse historicus gegevens vinden waaruit bleek dat het Japanse leger officieel Koreaanse en Chinese vrouwen had geronseld, tot een Engelse historicus in de Japanse archieven ging zoeken en binnen drie dagen de evidentie boven tafel haalde. Maar het is de pot en de ketel, er is bij ons vorig jaar een dik boek verschenen over de relaties tussen Nederland en Japan, Japanse Besognes door L. van Poelgeest, dat de pretentie heeft een historisch verslag te geven van het bezoek van keizer Hirohito en de Wim Kan-affaire; in dat verslag worden de voor Wim Kan beschamende feiten eenvoudig weggelaten: dat hij nooit enige moeite heeft gedaan zich te informeren, dat hij premier Biesheuvel opdroeg een boek te lezen dat hij zelf niet gelezen had; en wat vooral ontbreekt is de naam van dat boek, dat Kan gesteund heeft in zijn tragische waan. Ongelofelijk maar waar: de naam van Bergamini, die in de meningsvorming over Japan en de keizer zo'n belangrijke rol heeft gespeeld (en op wie sommigen in de achterhoede van de Indische platforms, die weinig lezen, zich per ongeluk nog wel eens beroepen), komt in het hele boek van Poelgeest niet voor. Zo wordt de geschiedenis gemanipuleerd waar je bijstaat. Ik moge Van Poelgeest overigens troosten, hij staat niet alleen: er is in heel Nederland niet één historicus geweest die de moed of het fatsoen heeft gehad zich uit te spreken over Bergamini en de pernicieuze misinformatie die hij de wereld heeft ingestuurd.

Ook niet, tot mijn spijt, professor Fasseur, die voor ons Indischmensen zelfs `een recht op gezonde rancune' had geclaimd, onder het citeren van wat hij voor `onvergetelijke versregels' aanzag, namelijk dat Birma-lied van Wim Kan met die ferme taal over het ophangen van de keizer. Hooggeleerde Fasseur, beste Cees, wordt het niet eens tijd om die uitspraken te herroepen?

En zo treedt nu Akihito in het voetspoor van zijn keizerlijke vader. Het is treffend, vind ik, dat de Japanse keizerlijke familie er kennelijk nog steeds prijs op stelt Nederland te bezoeken; het strekt ons, vind ik, tot eer dat de Japanners zich gedragen of het hun ernst is met die band van 400 jaar, die onder andere de Rangaku heeft opgeleverd, de studie van de Westerse wetenschap uit Nederlandse bronnen, waarvan veel mensen in Nederland zelfs nog nooit hebben gehoord.

Ach, dat het dit keer goed mag gaan. Dat Nederland ditmaal als een beschaafd land de keizer en keizerin van Japan zonder incidenten moge ontvangen. Juich ze toe, zwaai naar ze, hang de vlag uit. Japanners zijn gemakkelijk ontroerd, een teken dat ze nu eens niet vijandig worden bejegend zou onvergetelijk voor ze zijn en hen verlossen uit een isolement dat ze niet hebben verdiend.

Bij Artis stonden maoïsten met een bordje: `Hirohito moet in Artis blijven'

    • Rudy Kousbroek