Fritz SSS* middelpunt van schertsvertoning

Bij het begin van de voorlaatste ronde van het Nederlands schaakkampioenschap waren de toeschouwers in het Rotterdamse Bibliotheektheater eerst getuige van een ongewone proloog. Een korte act voor een computer en twee mannen, van wie er één nadrukkelijk afwezig was. Paul van der Sterren voerde zijn aangekondigde protest uit tegen de deelname van een computer aan de nationale titelstrijd en verscheen niet voor zijn partij tegen Fritz SSS*. Uitkijkend op zestien onbeweeglijke zwarte stukken en een lege stoel wachtte programmeur Frans Morsch geduldig totdat de arbiter de klok in beweging zette. Met een korte muisklik vroeg hij de computer om zijn eerste zet en schoof de witte damepion twee velden vooruit.

Voor Morsch brak nu een uur zinloos wachten aan totdat de partij volgens de regels voor Van der Sterren verloren verklaard kon worden. Beleefd vroeg Morsch de arbiter of het hem toegestaan was om zich gedurende dit uur buiten het podium en de spelersruimte te begeven. Dat mocht en pas een klein uur later keerde hij terug om het tweede gratis punt op te strijken dat een onwillige speler de computer in de schoot wierp.

Na dit voorziene weggevertje lag de bewijslast weer bij Loek van Wely en Jeroen Piket, die bij het ingaan van de ronde nog een heel en een half punt voorsprong hadden gehad op Fritz SSS*. Opnieuw werden ze gedwongen om het hoge tempo vol te houden waarmee ze door het toernooi jakkeren.

Van Wely en Piket speelden in de eerste negen ronden al een aantal punten bij elkaar waar ze op grond van hun rating ook de volle elf ronden over hadden mogen doen. Dat verbeten karakter van dit kampioenschap is de twee favorieten op het lijf geschreven, zoals ook nu weer bleek.

Van Wely hoefde voor zijn zesde winstpartij geen al te hoge bergen te verzetten. Hij mocht bewijzen waarom hij op de internationale ratinglijst tweehonderd elopunten meer heeft dan Manuel Bosboom. De lastigste factor die hem parten zou kunnen spelen was zijn vriendschap met Bosboom. Niet alleen zijn ze clubgenoten en schaken ze regelmatig samen op internet, als de schaakkalender het toelaat voetballen Van Wely en Bosboom op zondag ook met overgave in een hecht vriendenteam. Van Wely stelde dat hij zich over dat soort sentimenten niet druk kon maken. ,,Op het schaakbord heb ik geen vrienden'', was zijn samenvattende commentaar.

Opnieuw had hij zich gericht voorbereid. De onorthodoxe openingsopzet die Bosboom op het bord bracht kwam niet als een verrassing en al na een handvol zetten klonken de eerste voorspellingen dat Van Wely wel eens heel vlot zou kunnen gaan winnen. Dat dacht hij zelf ook, maar een korte hapering gunde Bosboom net genoeg lucht om de ergste gaten in zijn stelling te repareren. Lang genoot hij niet van deze opleving. Zijn opmerkelijke manoeuvres hadden hem zoveel denktijd gekost dat hij weinig zetten later een vergissing beging die alle deuren open zette voor de witte stukken.

In de laatste ronde speelt Van Wely met zwart tegen Reinderman, terwijl Piket met zwart tegen Van der Sterren speelt. Over de computer wenste de koploper zich niet meer druk te maken. Van Wely meende dat de eerste plaats voor hemzelf of voor Piket zal zijn. ,,Piket heeft de laatste vijf partijen gewonnen en Reinderman heeft de laatste vijf partijen verloren. Ik weet niet wat het zwaarste zal tellen.''

Piket moest voor zijn vijfde winst op rij afrekenen met Sergej Tiviakov. De Groninger is nog steeds van slag door het halve punt dat hij in de achtste ronde verspeelde, omdat Fritz SSS* naar zijn idee te lang doorspeelde in verloren stelling. Piket maakte slim gebruik van die psychologische kwetsbaarheid. Geleidelijk aan voerde hij de druk op en aarzelde niet toen hij een stuk moest offeren voor twee pionnen om zijn initiatief gaande te houden.

Piket vond dat hij geen keus had gehad. ,,Ik moest wel, want ik had de stelling van Van Wely na vijf zetten gezien.'' Winnend was dat offer zeker niet, maar in de spannende verwikkelingen die volgden toonde Piket zich duidelijk slagvaardiger. Net als Van Wely bezag Piket zijn mogelijkheden in de laatste ronde koel en feitelijk. ,,Vreemd genoeg voel ik weinig spanning. Nadat ik in het begin van het toernooi slecht speelde is het nu elke dag hetzelfde. Ik moet voluit gaan en proberen te winnen. Zo zal het in de laatste partij ook weer zijn. Proberen te winnen en dan zien wat Van Wely doet. Hij moet zorgen dat hij voorblijft. De druk ligt bij hem.''

    • Dirk Jan ten Geuzendam