Februari

Arnold Heumakers heeft het niet zo begrepen op proefschriften (Boeken 5.5.2000). Ze zijn vaak zo vervelend, ze boeien niet. Het ergste zijn proefschriften die al in de eerste alinea de conclusie prijsgeven. Wie zou nog een misdaadroman uitlezen, die al op de eerste bladzijde de ontknoping onthult. Iets meer literatuur zou de wetenschap goed doen, meent Heumakers. Toch is het zeldzaam dat geslaagde wetenschappelijke producten ook in literaire zin bewondering oogsten en de oorzaak is niet moeilijk te bedenken. Het wetenschappelijke betoog is niet in de eerste plaats bedoeld om de lezer te ontroeren, te betoveren of mee te slepen, maar om de lezer te overtuigen. Een wetenschappelijk manuscript is niet al bij voorbaat oninteressant omdat op de eerste pagina de conclusie wordt onthuld, dit is zelfs een standaardprocedure. Want waar het om gaat is of in de volgende pagina's deze conclusie helder en precies wordt onderbouwd.

Misschien voldoet Een pruik van paardenhaar & Over het lezen van een boek van Marjolein Drenth von Februar aan de literaire normen die Heumakers aan proefschriften zou willen opleggen, maar voldoet dit boek ook aan de wetenschappelijke eisen die men aan een proefschrift zou mogen stellen? Heumakers twijfelt daar niet aan. De dissertatie is niet alleen speels, maar ook geleerd. Daar denk ik anders over. Een beschouwend deel dat voornamelijk bestaat uit samenvattingen van enkele artikelen van Sen vind ik de kwalificatie van een proefschrift niet waardig. En dit ondermaatse wetenschappelijk niveau wordt niet gecompenseerd door een aanvullend verhalend (literair) deel. Heumakers moet er nog maar eens over nadenken of wetenschappelijke normen en literaire criteria wel `commensurabel' zijn.

    • J.P.R. de Jonge