Eerst E3 zien, dan sterven

De multimedia-industrie, de drijvende kracht achter de video- en computergames, groeit in een razend tempo. Vorig jaar ging er 6,9 miljard dollar in om; meer dan in de filmindustrie. Bij een grote industrie hoort natuurlijk een grote vakbeurs, in dit geval de Electronics Entertainment Expo (E3) in het Convention Center in Los Angeles, dit jaar van 11 tot 13 mei. En – ongelooflijk maar waar – er werden meer dan 2500 spellen getoond, waarvan zeker de helft voor het eerst te zien was.

,,Dit moet de meest imponerende beurs ter wereld zijn'', zei een man met baard tegen zijn zoon toen ik langs hem liep. Het klonk alsof hij gedurende zijn lange leven vele honderden beurzen had bezocht, en dat hij, nu hij dit spektakel had meegemaakt, met een gerust hart kon sterven.

De E3 is dan ook de gamesindustrie op z'n meest euforisch. Alles kan en alles mag: de markt groeit keihard en dat blijkt wel uit de manier waarop de bedrijven zich presenteren. De omvang van de beurs is bijna absurd en stands hebben meer weg van pretparken dan van het bekende tafeltje met een foldertje.

De eerste van de drie E3-hallen is vrijwel volledig gevuld met reusachtige stands van Sony, Sega en Nintendo, de drie grootste producenten van spelcomputers. Opvallend is daarbij het verschil in visie. Want hoewel alledrie de bedrijven consoles maken die op de TV aangesloten moeten worden, doen ze dit niet op dezelfde manier.

Zo maakte Sony de strategie voor haar nieuwe PlayStation 2 bekend. Het apparaat zal in Europa en Amerika op 26 oktober verschijnen en in Amerika $299 gaan kosten (wat voor Nederland waarschijnlijk neerkomt op 800 gulden). Sony zal het ding echter niet positioneren als een simpele spelletjesmachine, maar als een compleet nieuw, multifunctioneel superapparaat (met onder andere DVD-mogelijkheden en breedband internet) dat in ieder huishouden thuishoort.

Sega daarentegen heeft definitief voor het internet gekozen. Deze herfst gaat men in Amerika samenwerken met een nieuwe internet-provider die elke klant die een jaarabonnement neemt gratis een Dreamcast-console ter beschikking stelt. Men presenteert dan ook een line-up van online speelbare games.

De houding van het, eveneens Japanse, Nintendo is weer anders. Het ziet zichzelf vooral als een gamesbedrijf, en niet in de eerste plaats als een apparatenbouwer of ontwikkelaar van nieuwe technologieën: ,,Het maken van games is waar we goed in zijn en dat zullen we blijven doen'', aldus Nintendo. Hoewel er steeds minder spellen verschijnen voor de Nintendo 64, was Nintendo's eigen line-up in ieder geval altijd van een zeer hoge kwaliteit. Het wachten is dan ook op de Dolphin, de nieuwe console waarvan men belooft dat hij volgend jaar in de winkels zal liggen.

De tweede hal van de E3 wordt bevolkt door middelgrote stands van de grote speluitgevers, en in de derde, minst interessante, wemelt het vooral van de Koreaanse gamesbedrijven, die kennelijk ook goede zaken doen.

Een opvallende ontwikkeling in de tweede hal, was dat de aandacht van de meest getalenteerde spelontwikkelaars steeds minder gericht is op het ontwikkelen van pc-games, en steeds meer op het ontwikkelen van console-games. Voor Peter Molyneux, de bedenker van Populous (het eerste `god-game', waarin de speler als een god over zijn wereld heerst) is het op de E3 getoonde Black & White de laatste pc-titel. Zijn nieuwe games zullen uitsluitend voor de diverse spelcomputers ontwikkeld worden. En Molyneux is niet de enige die er zo over denkt

Op dit moment spelen Nederlandse spelfanaten nog vooral pc-games, maar als alle goeie titels eerst voor de consoles verschijnen zou daar wel eens verandering in kunnen komen. De komst van Microsofts eigen spelcomputer, de X-Box, lijkt erop te wijzen dat ook Bill Gates zich hiervan bewust is.

    • Niels `t Hooft