Dode soldaten rotten weg in de zon

Ruim een half miljoenen soldaten staan tegenover elkaar in de grensoorlog tussen Ethiopië en Eritrea. Niemand begraaft ze, als ze sterven. Bericht van het front.

Als een soldaat de dood vindt in de oorlog tussen Ethiopië en Eritrea, rot zijn lichaam weg op de plaats waar het valt, nadat de gieren zich aan zijn resten te goed hebben gedaan. Zijn familie krijgt geen bericht. Er is geen begrafenis.

Tienduizenden soldaten zijn de afgelopen twee jaar jaar al in de grensstreek gestorven, in de grootste conventionele oorlog van het moment tussen twee van de armste landen ter wereld. Maar de stoffelijke resten worden nooit naar huis getransporteerd. Hun familieleden kunnen nooit afscheid van hen nemen. Slechts incidenteel graven de legers massagraven voor hun doden.

Berhane Yerga, een 30-jarige Eritrese soldaat, vreesde het ergste toen hij vorige week gewond raakte en door zijn vluchtende kameraden werd achtergelaten op de eerste dag van een krachtig Ethiopisch offensief. ,,Ik was bang dat ik een vreselijke dood zou sterven, mijn lichaam bedekt met wonden'', zei hij gisteren. ,,Ik heb gebeden. Ik was niet bang voor de dood, maar wel voor de gruwelijke manier waarop ik dood zou gaan.''

Liggend in de brandende zon, bij temperaturen van boven de veertig graden, was hij nauwelijks in staat zich te bewegen door de wonden aan zijn benen. Vier dagen en nachten was hij helemaal alleen. Al die tijd kon hij alleen maar denken aan zijn vrouw en twee kinderen en aan de dood die hem te wachten stond.

Hij had geen kans op redding, dat wist Berhane. Het Eritrese leger was ver teruggeslagen en de oprukkende Ethiopische troepen zouden hem nooit helpen. Om eerlijk te zijn: ik dacht dat ze me alleen maar uit mijn lijden zouden verlossen. Ze vielen ons aan om ons te doden, en wij hebben geprobeerd om hen te doden. Dat ze mij zouden doden als ze merkten dat ik nog leefde, dat leek me heel normaal.''

Maar toen twee Ethiposche soldaten Berhane vonden, haalden ze hulp en ze droegen hem naar een klein Eritrees grensstadje. Ze lieten hem achter in een lemen hutje waar al vier andere gewonde Eritrese krijgsgevangenen lagen. Berhane vertelt zijn verhaal met zichtbare moeite. Zijn lippen en tong zijn gebarsten door de zon. Het eten van `injera', brood met een dikke saus, moet hij regelmatig onderbreken om te happen naar lucht.

Hij zegt dat hij goed behandeld wordt door de Ethiopiërs die hem bewaken. Hij zegt dat de oorlog het gevolg is van de animositeit tussen twee regeringen, tussen twee leiders, niet van ruzie tussen de twee volkeren. ,,Je moet niet vergeten dat we als water en melk zijn. We mengen goed. De volkeren van Ethiopië en Eritrea zijn elkaars broeders, geen vijanden.

De vlakte rond het grensstadje Shelalo laat de apocalyps zien waarvoor Berhane heeft gevreesd. De grond is bezaaid met lijken van soldaten, slachtoffers uit beide kampen. Sommige resten zijn nog vers. Andere liggen er al een week.

De nabestaanden zijn nog onwetend en dat zullen ze voorlopig blijven. Om geen onrust onder de bevolking te zaaien, worden hun salarissen gewoon doorbetaald. Tot de strijd voorgoed voorbij is.