Chello schermt met zonnige cijfers

De waardering van internetaanbieder Chello valt beleggers tegen. Maar de abonnees blijven duur.

Financieel bestuurslid Dean Hawkins van Chello moet gisteren een zucht van verlichting hebben geslaakt. Boo.com, de webwinkel waar hij tot voor kort de eerste financiële man was gaat failliet. Zijn nieuwe werkgever gaat op 31 maart naar de beurs.

Niet iedereen is tevreden. Aandeelhouders van UPC, de kabelmaatschappij die na de beursgang nog een kleine tachtig procent van Chello in handen heeft, reageerden zelfs ronduit teleurgesteld. Het aandeel UPC noteerde tegen de middag een verlies van een meer dan dertig procent.

Ofschoon noch Chello nog UPC de waarde van het bedrijf ooit officieel hebben bevestigd circuleerden onder financieel analisten als waardering voor Chello bedragen tot tien miljard euro. Met de prijs van tussen 13 en 17 euro vanmorgen wordt Chello gewaardeerd op maximaal 4,6 miljard.

Toch vraagt Chello nog altijd een enorme prijs voor de 181.000 abonnees die volgens de jongste cijfers bij het bedrijf internetten via de kabelverbindingen van UPC: Dik 25.000 euro. Te duur? In een telefonisch interview vanmorgen hamert Chello-bestuurslid Ian Osborne (marketing) er op dat zijn abonnees niet vergeleken mogen worden met de gratis abonnees van internetaanbieders die hun klanten via de telefoon bedienen.

,,Onze aansluitingen hebben we moeten installeren'', zegt Osborne en hij citeert onderzoek in opdracht van Chello zelf: ,,Achter elk van onze kabelaansluitingen gaat gemiddeld tweeëneenhalve gebruiker schuil. Ze gebruiken hun aansluiting twee keer zo veel als de gemiddelde internetgebruiker via de telefoon. Gemiddeld maken ze maandelijks 72 uur gebruik van hun aansluiting. Ze zoeken zeven keer per dag toegang. Dat komt onder meer, omdat de kabelverbinding in tegenstelling tot de telefoonlijn altijd open staat.''

Het eigen onderzoek heeft nog tal van andere zonnige cijfers opgeleverd: zo gebruikt 94 procent van de abonnees zijn aansluiting elke dag. Niet meer dan 78 procent van de tv-bezitters zou dagelijks kijken. Het meest cruciale cijfer dat Osborne citeert betreft echter de bestedingen aan online-aankopen die Chello-abonnees hebben gedaan in de zes maanden tot medio maart van dit jaar: 471 euro, waarvan het belangrijkste deel aan muziek, software en boeken. Volgens hetzelfde onderzoek besteedden abonnees die voor hun internetaansluiting gebruik maken van de telefoon 283 euro in hetzelfde halve jaar.

Tot slot wijst Osborne op de spectaculaire groei in het aantal aansluitingen van Chello. Dat lag in april vorig jaar nog op 28.000. Via moedermaatschappij UPC heeft Chello ,,het exclusieve recht haar diensten aan te bieden'' aan de 16,8 miljoen huishoudens die UPC met zijn netwerk `bereikt'. Het aantal echte abonnees van UPC ligt veel lager. Eind maart waren er 6,3 miljoen kijkers die hun televisiesignaal ontvingen via de kabels van UPC.

Om de miljoenen kabelabonnees van UPC te voorzien van internet zijn enorme investeringen nodig. Chello gebruikt weliswaar de infratructuur van de kabelmaatschappij, maar heeft daarnaast zijn eigen computersystemen, centrales en helpdesks. De internetaanbieder hoopt de opbrengst van de beursgang, naar verwachting ongeveer 650 miljoen euro, te besteden aan investeringen in zijn netwerk en de uitbouw van ondersteunende systemen.

Hoe duur ook de abonnees van Chello mogen zijn, Osborne heeft nog een argument om de prijs te rechtvaardigen. Niemand minder dan Microsoft doet mee in de beursgang. Het softwarebedrijf koopt 3,5 procent van de aandelen. Tegen de introductiekoers. Net als de andere beleggers.