Burgerlijke boeven

Een kleine crimineel heeft vaak dezelfde huis-tuin-en-keuken-ambities als de gewone burgerman maar neemt alleen een andere weg om ze te verwezenlijken, merkte de criminologe C.I. Dessauer eens op. Andere misdaadonderzoekers hebben gewezen op de overeenkomsten in het profiel van de hedendaagse witteboordencriminelen en dat van de `captains of industry' aan het begin van de vorige eeuw. In de VS werden deze laatsten niet voor niets betiteld als de `robber barons'.

Het onderscheid tussen onderwereld en `bovenwereld' valt steeds moeilijker te maken, is ook de conclusie van P.P.H.M. Klerks in zijn proefschrift over een kongsi in de illegale drugshandel, waarop hij vorige week promoveerde aan de Erasmus Universteit. De auteur is als criminoloog verbonden aan een onderzoeks- en adviesbureau in Den Haag en houdt zich daar bezig met het analyseren van misdaadfenomenen. Voor zijn proefschrift kreeg hij toegang tot veertigduizend bladzijden justitiële dossiers.

Ruzies

De onderzoeker lette vooral op doorgaans onderbelichte aspecten zoals vriendschappen en ruzies, levensstijl en persoonlijke motivatie. Om begrijpelijke redenen kan hij in zijn boek niet man en paard noemen. Hij presenteert zijn materiaal aan de hand van de casus-Verhagen, genoemd naar Berend Verhagen, `een ondernemende wetsovertreder uit Vinkenburg', diens compagnons Frank Jongman en Robbie Ferwerda, hun café Het Everzwijn, hun kliek en hun subnetwerken.

Een aantal `te zeer opvallende elementen' zijn uit het verhaal weggelaten, maar de onderzoeker verzekert dat er geen nieuwe, niet-bestaande zaken of personen zijn ingevoegd. Controleerbaar is de casus niet, maar tot nadenken stemt hij zeker. Verhagen en consorten komen naar voren als een nogal impulsief en opportunistisch stelletje, vooral gedreven door handelsgeest. Model: autohandel. Ruilen en sjacheren is voor hen een manier van leven. En een fikse dosis achterdocht. Veel allure heeft dit leven niet. Met name op hoogtijdagen (bruiloft, verjaardag) wordt er flink uitgepakt, maar Verhagen voelt zich eigenlijk vooral thuis op de camping.

Bestaat er een Hollandse maffia? In vergelijking met het Amerikaanse voorbeeld vallen macht en bestendigheid van de Nederlandse misdaadondernemers in het niet. Klerks vond met name geen aanwijzingen van structurele vormen van corruptie en evenmin van de aanwezigheid van een soort `regering van de onderwereld' zoals die bekend is van menige Amerikaanse B-film. Plus de bijbehorende harde werkelijkheid van Cosa Nostra.

Erg troostrijk is deze gedachte niet. Het Verhagen-consortium loopt tenslotte stuk op een gewelddadige afrekening met een concurrende bende van een zekere Stefan Schuit, die tot langdurige gevangenisstraffen leidt. In de tussentijd hebben Verhagen en de zijnen echter een serieuze bijdrage kunnen leveren aan de gedachte dat misdaad loont. Dat geldt niet alleen in financiële termen maar zeker ook in termen van opwinding, lef en macht.

Wat leert dit ons over de verhouding met de bovenwereld? Het illegale en het legale zakenleven zijn soms alleen te onderscheiden door het gebruik van geweld, zegt Klerks. Er is volgens hem alle aanleiding het veelbesproken verschijnsel van `infiltratie in de bovenwereld' door de onderwereld met andere ogen te bezien. Met name in het bedrijfsleven blijkt het initiatief vaak niet van de stereotype wetsovertreder te komen maar van de `legale partij'. Daar is men echter in het algemeen meer beducht voor de eigen reputatie, zodat het voor de opsporingsautoriteiten lonend is `beter in te steken aan die legale kant'.

Voor wat betreft de eigenlijke misdaadondernemers bepleit de auteur de aanpak van `close-up rechercheren'. Geen hoogdravende pretenties, maar een op maat gesneden aanpak van de Hollandse netwerken die ook nog eens `de ademnood van de traditionele rechercheteams' vermijdt. `Kort op de boef gaan zitten' is het motto. Krachtige figuren moeten weloverwogen worden geïsoleerd, andere leden van de doelgroep moeten zoveel mogelijk voor de voeten worden gelopen door dadelijk in te grijpen bij kleine vergrijpen als verkeersovertredingen.

Zand

De grens met de in Amsterdamse recherchekringen wel bepleite methode van `zand in de machine gooien' is dun, maar van belang. Het gaat Klerks net een stap te ver wanneer de politie, als ze denkt te weten wie ze hebben moet, bij gebrek aan bewijs de boeven dan maar opvallend gaat volgen en op de zenuwen werken in de hoop dat ze fouten maken. Op deze aanpak valt vanuit het oogpunt van rechtsbescherming volgens de auteur te veel aan te merken. De parlementaire enquête bijzondere opsporingsmethoden onder leiding van Maarten van Traa heeft laten zien hoe zwaar dit argument telt.

`Een oorlog van rechercheurs en één of meer criminelen moet tot elke prijs worden vermeden', waarschuwt Klerks. Deze boodschap blijft niet beperkt tot de speurders. Deze zijn, zoals de parlementaire enquête duidelijk maakte, mede opgejut door de wens van de Haagse politici om te `scoren' tot elke prijs. Daartoe werd een zwaar overtrokken vijandbeeld van de georganiseerde criminaliteit opgedist.

De groep van Verhagen verdient ook onder pseudoniem niet de minste coulance. Maar Klerks laat duidelijk zien dat dit geen reden is om bij de bestrijding van de misdaad de proporties uit het oog te verliezen. De grote vraag is waarom Den Haag het daar toch steeds zo moeilijk mee heeft.

P.P.H.M. Klerks: Groot in de hasj. Theorie en praktijk van de georganiseerde criminaliteit. Samsom, 493 blz. ƒ99,-

Geeks en misdaad