Bloedverziekend

Ik werk op een zolderkamer onder een plat dak en daar was het begin deze week bloedverziekend heet. Niet bloedheet, broeiheet of kokendheet, niet pufheet, witheet, roodheet of schroeiheet, ook niet smoorheet, snikheet, snoeiheet of stikheet – nee, bloedverziekend heet. Voor mij is dat een gewone uitdrukking, bloedverziekend heet, ruim dertig jaar geleden geleerd in Rotterdam, maar vast ook in andere delen van het land bekend. Je vindt bloedverziekend op internet en het komt in de kranten voor, maar je zult er vergeefs naar zoeken in woordenboeken. Koenen, Kramers, Van Dale, Verschueren – ze hebben er nog nooit van gehoord. Vooral de Grote Van Dale, met die drie dikke delen en die enorme reeksen afleidingen, wekt de indruk erg compleet te zijn. Maar dat is niet zo. Honderden woorden en uitdrukkingen uit de volkstaal, uit de taal van alledag, halen nooit het woordenboek. Bloedverziekend vreemd eigenlijk.

    • Ewoud Sanders