Wie de koek krijgt

Tegen het einde van de Tweede Wereldoorlog stond de Amerikaanse legerleiding voor de moeilijke beslissing welke GI's het eerst naar huis mochten. Met vooruitziende blik was deze kwestie in 1943 aan de troepen zélf voorgelegd. Gebaseerd op de antwoorden van duizenden soldaten rolde een puntensysteem uit de bus. Elke maand in het leger leverde één punt op, elke maand doorgebracht buiten de VS nog eens één punt. Iedere gevechtscampagne waaraan de GI had deelgenomen en iedere militaire onderscheiding was vijf punten waard. Een kind onder de achttien telde voor twaalf punten, waarbij ten hoogste met drie kinderen rekening werd gehouden. Dit systeem is in 1945 daadwerkelijk toegepast: wie meer dan 85 punten had werd het eerst gedemobiliseerd.

In Nederland worden over de toedeling van lasten en lusten tal van vergelijkbare beslissingen genomen. Hoe dient bijvoorbeeld de belastingdruk over de burgers te worden verdeeld, volgens draagkracht of naar rato van het profijt dat zij hebben van collectief gefinancierde voorzieningen? Wie worden toegelaten tot de gewilde medicijnenstudie, die al vele jaren een numerus fixus kent? Dit gebeurde vroeger uitsluitend via loting, tegenwoordig maken leerlingen met in verhouding hoge cijfers op hun eindlijst een grotere kans. Regionale indicatiecommissies bepalen aan de hand van een set criteria hoe urgent opname van ouderen in een verzorgingshuis is. Is er een wachtlijst voor de instelling, dan is de wachttijd bij gelijke urgentie doorgaans beslissend.

In Utrecht kunnen ruim honderd mensen van de plaatselijke woningcorporatie Mitros een eigen huis kopen met een ton subsidie. Deze regeling maakt nieuwbouwwoningen met een gangbare marktprijs van 350.000 gulden bereikbaar voor gezinnen uit de (lagere) middenklasse. Zonder subsidie zouden zij op de overspannen huizenmarkt gegarandeerd achter het net vissen. Om te bepalen welke geluksvogels een ton subsidie krijgen bij aankoop van een huis in de wijk Leidse Rijn worden drie criteria gehanteerd. Ten eerste moet het bruto gezinsinkomen liggen tussen 55.000 en 80.000 gulden per jaar. Net zoals bij de aanvraag van de hypotheek telt het inkomen van beide partners mee. Omdat de woningen dankzij de subsidie minder dan drie ton kosten, eist de gemeentelijke woonverordening bovendien dat de koper een economische binding met de regio Utrecht heeft. De verwachting is dat de vraag van gezinnen die aan beide criteria voldoen het aantal beschikbare woningen vele malen overtreft. De doorslag geeft dan hoe lang aanvragers al als klant staan ingeschreven bij het bureau Woonservice.

Eén argument om tien miljoen uit te delen aan honderd huizenkopers luidt dat zodoende een al te eenzijdige bevolkingssamenstelling van de nieuwe woonwijk wordt tegengegaan. Het is echter de vraag of sociaal homogene buurten niet zijn te prefereren boven gemêleerde buurten waar de kans op conflicten groter en de sociale controle veel geringer is. Voorts suggereren de gehanteerde inkomensgrenzen dat het Utrechtse initiatief past in een breder streven naar inkomensherverdeling. Zonder subsidie blijven nieuwgebouwde koopwoningen buiten het bereik van gezinnen die minder dan anderhalf keer modaal verdienen. Maar de ruim tien miljoen gulden die met de operatie is gemoeid had ook kunnen worden gebruikt voor verlaging van de woonlasten van de groepen die daar toch het meest voor in aanmerking komen: huurders met de laagste inkomens.

Voor de huisvesters weegt een ander argument zwaarder. Zij hopen dat huurders uit de doelgroep de overstap naar een gesubsidieerd koophuis maken, zodat weer wat beweging komt in de totaal verstarde `markt' voor huurwoningen. Als gevolg van huurbescherming en huurprijsbeheersing weerspiegelen de huren in Utrecht lang niet de werkelijke schaarsteverhoudingen. Wie eenmaal een huurwoning heeft bemachtigd, geniet elke maand onbelast inkomen, doordat hij beneden de marktconforme prijs kan huren. Geen wonder dat mensen blijven zitten. Met een ton subsidie kunnen deze woningklevers misschien worden losgeweekt. Het is net zoals het landbouwbeleid een voorbeeld hoe overheidsingrijpen in het prijsmechanisme noopt tot steeds nieuwe interventies van de overheid.

In de praktijk gaat de regeling scheve ogen geven. Gezin A met een bruto jaarinkomen van 78.000 gulden valt in de prijzen. Buurman B met een inkomen van 82.000 gulden valt net buiten de boot. Ze hebben hetzelfde huis gekocht, maar de bruto woonlasten van gezin A pakken ruim vijfhonderd gulden per maand lager uit. Bij de gesubsidieerde familie kan straks een stuk duurdere auto voor de deur staan.

Het in Utrecht gebruikte criterium `wachttijd' leidt niet tot optimale uitkomsten. Hoe lang iemand staat ingeschreven zegt weinig over hoeveel hij over heeft voor een (gesubsidieerde) woning. Het is heel goed mogelijk dat iemand nog maar twee jaar staat ingeschreven – en daarom niet in aanmerking komt – en vijfduizend gulden wil betalen aan iemand die een woning kreeg toegewezen omdat hij al vier jaar op de lijst staat, terwijl deze laatste aan vijfduizend gulden de voorkeur geeft boven het betrekken van een nieuwgebouwd koophuis. Beide partijen zijn beter af wanneer het recht op de woning voor vijfduizend gulden van eigenaar wisselt.

Het wachttijdcriterium leidt verder, net zoals in de zorgsector, tot nodeloos lange wachtlijsten. Mensen worden beloond wanneer zij zich uit speculatieve overwegingen of uit voorzorg kostenloos op de lijst laten zetten. Zou het verder niet logisch zijn ook rekening te houden met de gezinssamenstelling, zoals wel gebeurt bij toewijzing van sociale huurwoningen (met kale huur beneden 1.085 gulden per maand)? Een gezin met kinderen heeft allicht meer behoefte aan een huis met tuin en vier kamers dan een alleenstaande. In het eerste geval profiteren meer mensen van de subsidieguldens.

Tegenstanders van andere criteria dan wachttijd trekken een vergelijking met een drukbeklante winkel, waar mensen ook op hun beurt moeten wachten. Maar die situatie is slecht vergelijkbaar: in de winkel komt iedereen aan de beurt, bij de distributie van een beperkt bedrag aan subsidies geldt: op is op. Als zulke subsidies worden uitgedeeld, verdient een puntensysteem verre de voorkeur. Daar was de Amerikaanse legerleiding meer dan een halve eeuw geleden al achter.