Weinig zicht op zorg en welzijn

Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Wie probeert te achterhalen wat minister Borst heeft gepresteerd bij de beheersing van de kosten voor medicijngebruik, de bestrijding van de wachtlijsten of de werkdruk in de zorgsector komt bedrogen uit. Het jaarverslag van het ministerie van Volksgezondheid heeft alleen betrekking op de eigen begroting (dit jaar 12 miljard gulden). De zorgsector en een fors deel van de `welzijnspoot' (samen goed voor ruim 70 miljard per jaar) worden betaald uit premie-opbrengsten, waarop de controle niet centraal wordt uitgeoefend.

In de zorgsector gelden sterk uiteenlopende regels voor financiële verantwoording. De Rekenkamer dringt er op aan dat minister Borst voor deze sector ook met een afzonderlijk jaarverslag komt, zodat de prestaties en de omvang van de problemen beter zichtbaar worden.

Hoe moeilijk dat zal zijn, maakt de Rekenkamer zelf al duidelijk in haar verslag. In de jeugdzorg bijvoorbeeld valt niet te controleren of alle cliënten wel hun wettelijk verplichte `eigen bijdragen' hebben betaald. Ook is onduidelijk hoeveel mensen de hulp hebben ingeroepen van deze grotendeels `private' instellingen. Een betrouwbare registratie van behandelingen, kosten en betalingen is in de zorg nog geen gemeengoed.

Over het ministerie van VWS als zodanig heeft de Rekenkamer weinig te klagen. Kritisch zijn de controleurs in feite alleen over het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM), dat vrij onafhankelijk onder de vleugels van minister Borst opereert. De Rekenkamer dringt aan op verbetering van het financiële en administratieve toezicht bij dit instituut, terreinen waarop ook in voorgaande jaren al veel viel aan te merken.

De rekenmeesters stellen vast dat het snel wisselende personeelsbestand bij de afdeling van het RIVM die belast is met het financieel beheer een nadelige invloed op het kwaliteit van het werk heeft gehad. ,,Het `financieel geheugen' van het instituut is als gevolg daarvan erg onder druk komen te staan'', zo schrijft de Rekenkamer. Mede hierdoor schoot vorig jaar het beheer tekort van ,,goederen met een verhoogd risico op verlies, zoals draagbare personal computers''.

De Rekenkamer maant minister Borst haar accountants ook vaker te laten kijken bij de talrijke organisaties die subsidie krijgen. Op dit moment is er te weinig controle: de accountantsdienst zou per jaar minimaal 72 keer er op uit moeten trekken voor `collegiaal overleg' met ontvangers van subsidie. In 1999 gebeurde dat maar zeven keer. Daardoor is het niet altijd zeker of het geld ook wordt gebruikt waarvoor het is bedoeld.

In haar reactie zegt de minister dit toe, net als `aangescherpte procedures' bij het verstrekken van opdrachten aan derden. Volgens de Rekenkamer heeft het ministerie vorig jaar namelijk dertien opdrachten (met een totale waarde van 7,9 miljoen gulden) verstrekt zonder rekening te houden met de regels voor Europese aanbesteding. Het ministerie blijkt bij zeven ervan (waarde 4,9 miljoen gulden) ook daadwerkelijk in de fout te zijn gegaan. Door betere procedures kan straks ook bij `haastklussen' de opdracht volgens de Europese regels worden verstrekt.

De Rekenkamer is tevreden over de bedrijfsvoering op het ministerie en zelfs vol lof over het jaarverslag, dat men `met enthousiasme' ontvangen heeft. Het verslag levert een behoorlijk inzicht in wat er met het begrote geld is gedaan, al is het nog niet in alle gevallen mogelijk aan te geven of de verwachte prestaties ook daadwerkelijk zijn geleverd. Deels komt dit doordat de begroting nog volgens de oude regels is ingericht.

    • Quirien van Koolwijk