Vuurwerkslachtoffers in China zijn normaal

In China wordt het meeste vuurwerk gemaakt in kleine fabriekjes op het platteland. De boeren kunnen de verdiensten niet missen.

In Pingxiang ligt niemand wakker van een knal. De bevolking is het gewend. Het district in de Zuidchinese provincie Jiangxi is het centrum van de Chinese vuurwerkindustrie en het afsteken van een rotje schijnt er zo gewoon te zijn als het drinken van thee. Hele dorpen bestaan daar van het rollen van vuurpijlen en het maken van knalpotten. De lokale overheden geven vergunning af zonder eisen te stellen – zolang er maar wordt betaald.

Een Chinese journalist die naar het gebied is gereisd, nadat er in maart een vuurwerkfabriek in de lucht was gevolgen, trof er vooral geheimzinnigheid aan. Zeventig procent van de boerenbevolking in Pingxiang bestaat van het maken van het vuurwerk. Maar er is vrijwel geen bedrijf dat zich aan de veiligheidsnormen houdt. De meeste boeren zouden de bezoekende journalist verward hebben aangekeken toen hij hen naar hun kennis over de veiligheidvoorschriften in deze industrietak had gevraagd. Ze zouden naar hun vergunningen hebben gewezen die ingelijst aan de wanden van hun naar zwavel ruikende huiskamers hingen. Anderen lieten het bij een angstvallig zwijgen.

De knal in Shiling, een boerengehucht in het Pingxiang district, was de grootste van dit jaar. In totaal kwamen er 33 mensen om het leven en raakten 12 mensen gewond. De zaak kwam in het nieuws omdat het vuurwerkbedrijfje naast een school was gesitueerd en een groot aantal slachtoffers beneden de zestien was. Maar niemand vroeg zich af waarom een vuurwerkfabriek naast een school was gebouwd. De Chinese kranten die er over berichtten, leken als vanzelfsprekend aan te nemen, dat de zaken nu eenmaal zo gaan op het Chinese platteland. Nee, het waren de lokale autoriteiten waarover vragen werden gesteld. Die bleken vergunningen te hebben afgegeven bij de vleet, zonder na te gaan of de aanvrager wel aan de veiligheidseisen voldeed. Een vergunning in Pingxiang was vooral een kwestie van geld. Want ook zo worden de zaken geregeld op het platteland.

De lokale autoriteiten hebben zich later verweerd door te zeggen dat het alleen om administratieve kosten ging. Hun bereidheid om vrijwel ongezien vergunning af te geven, zou te maken hebben met het feit dat veel boeren geen andere keuze hebben. ,,Het lokale bestuur overtreedt de regels'', schreef het hoofd van de politie van Pingxiang in een rapport over de onveilige fabrieken een maand voor de fatale ontploffing in Shiling. ,,Maar als we ons strikt aan de regels zouden houden, dan kunnen we zestig procent van de fabrieken sluiten.'' En voor de meeste overheden in Pingxiang moet dat onaanvaardbaar zijn. ,,We kunnen die mensen toch niet van hun bestaan beroven?'', zegt een anonieme ambtenaar uit het district tegen de Chinese journalist.

Volgens Chinese gegevens zijn vorig jaar 396 mensen omgekomen door ontploffingen in Chinese vuurwerkfabrieken. En in het eerste kwartaal van dit jaar zouden nog eens 145 arbeiders zijn omgekomen. De meeste ongelukken gebeuren, net als in het Westen, rond nieuwjaar. In China is dat in februari, wanneer de Chinezen volgens hun kalender de jaarwisseling vieren. Familiebedrijven zoals in Pingxiang draaien dan op volle toeren en de boerenhuizen, die tevens dienst doen als fabriek, zijn dan tot de nok toe gevuld met vuurwerk.

In alle grote Chinese steden is het afsteken van vuurwerk sinds het begin van jaren negentig om veiligheidsredenen verboden. Maar Chinezen houden van knallen en doen dat tegenwoordig buiten de stad. De boerendistricten rond Peking verkopen duizendknallers en knalpotten van een soort die bij ons het land niet binnenkomen en de stedelingen kunnen er tot vervelens toe hun gang gaan. De tafeltjes die in de winter langs de kant van de weg staan, puilen over van de rode rollen rotjes en bossen vuurpijlen. En in de dorpen of rond de restaurants is de bodem bezaaid met een dikke laag rood papier.

De Chinese regering onderwijl, wil ook het vuurwerkgebruik op het platteland terugdringen. Niet omdat het onveilig is, maar omdat het afsteken van vuurwerk duidt op een uiting van bijgeloof – de knallen moeten de boze geesten verjagen. Maar erg effectief is die campagne niet omdat China op gezette tijden van nationale zelfverheffing wenst te wijzen op het feit dat het Chinezen zijn geweest die het buskruit hebben uitgevonden en dat het alweer de Chinezen zijn geweest die de eerste vuurpijl de lucht in hebben geschoten. De Chinezen die zich ieder jaar met steeds meer vervoering met het vuurwerk uitleven, vinden dan ook dat zij met iedere knal een eervolle traditie in stand houden.

De onveilige boerenfabriekjes zullen daarom blijven. Want daar waar een vraag is, is een markt. Voor de boerenvuurwerkproducenten in Pingxiang is een leven met risico's en gevaar een kwestie van overleven en vanzelfsprekend. Net zo vanzelfsprekend als de manier waarop de familieleden van de slachtoffers van de recente ontploffing in Shiling hun doden hebben begraven; met vuurwerk om de boze geesten te verjagen.

    • Floris-Jan van Luyn