Vlaams volksvermaak sterft langzame dood

Kermiskoersen zijn zo Belgisch als patatten. Deze folkloristische tak van wielersport is echter ten dode opgeschreven. De bel voor de laatste ronde.

Woedend gebaart de verkeersagente naar de chauffeur die zijn vuilnisauto midden op het parkoers van de kermiskoers in Puivelde stilzet. Doorrijden moet-ie, en snel. Op woensdag wordt huisvuil opgehaald in dit 2.000 inwoners tellende dorp bij St. Niklaas en aan het aanstormende peloton achter hem lijkt de chauffeur geen boodschap te hebben. ,,Kom jongen, rijden! De koers is daar!'' Als een motoragent zich ermee bemoeit, zet de wagen zich in gang. Om honderd meter verderop weer even te stoppen. Haastig worden nog twee vuilniszakken in de auto gegooid.

Honderden toeschouwers, voornamelijk oudere mannen uit Puivelde en wijde omgeving, zien het peloton vol beroepsrenners, `elite met contract', even later voorbijstuiven. Als de laatste renner uit het zicht is verdwenen, begeven ze zich als een grote kudde over de kasseien naar de andere kant van de Marktstraat, waar het kleurige lint van 104 renners even later passeert. In de ruim drieënhalf uur die de vijftien ronden tellende en 165 kilometer lange koers rondom de St. Jobkerk duurt, slenteren de toeschouwers even zovele keren op en neer. ,,Nummer jinnuntwintug is unne goeie'', zegt een vrouwelijke fan tegen haar vriendin. Ze wijst naar Nico Eeckhout, de winnaar van vorig jaar.

Over belangstelling heeft `de inrichter' van de kermiskoers niet te klagen. Maar de Vereniging Zonder Winst Albertsvrienden moet het voor de financiering niet van entreegeld hebben. Al jaren is de koers gratis. Koersdirecteur Georges Rogiers: ,,We hebben de entreeheffing afgeschaft omdat veel mensen vooral voor de kermis bleken te komen. Toen hebben we gezegd, `allez, laat maar zitten'.''

De `randanimatie' concentreert zich in Puivelde rond een kermis van vijf attracties, waaronder botsauto's, een carrousel en een oliebollenkraam. Halverwege de wedstrijd staat de koersdirecteur bij de kassa van de botswagenexploitant. ,,We moesten hier nog prijzengeld ophalen'', verduidelijkt de 57-jarige Rogiers, ook secretaris van de wielervereniging de Albertsvrienden. De drie cafés in het dorp trekken meer volk dan de kale kermis. 't Brouwershuis, 't Puiveldeke en café Rembrandt zitten barstensvol. Binnen kijken de gasten naar de Ronde van Italië, buiten kunnen weddenschappen worden afgesloten op de winnaar.

Vorig jaar telde België (vooral Vlaanderen) nog zestig kermiskoersen, negen minder dan het jaar ervoor. Dit jaar staan er op de lijst van de Belgische Wielrijders Bond (BWB) 48 kermiskoersen. In 1972 waren er nog 229, in 1993 dook het aantal onder de honderd, met 81 koersen. Ooit werden er verscheidene kermiskoersen op één dag gereden. Bijvoorbeeld in de tijd dat toeschouwer Remi Wijnants uit Affligem beroepsrenner was. Van 1930 tot en met 1937 was hij prof en won hij vier wedstrijden (,,niet veel, maar ik heb veel helpen winnen'') waaronder een kermiskoers, in St. Andries, bij Brugge. ,,Er was toen veel meer volk en overal gingen we op de fiets naartoe'', schetst de 91-jarige Wijnants verschillen met nu. Uit de binnenzak van zijn jas tovert hij kopieën tevoorschijn van kranteknipsels van die voor hem gedenkwaardige overwinning in St. Andries. Nu bezoekt hij zoveel mogelijk koersen.

De daling van het aantal kermiskoersen zet onverminderd door. Veel organisatoren kunnen het benodigde geld niet meer op tafel kunnen krijgen. Clubbestuurders vergrijzen en worden niet vervangen door andere idealisten, ,,door anderen die vrije tijd en omoeite opofferen om een koers te organiseren'', zoals BWB-voorzitter Laurent De Backer het enkele jaren geleden uitdrukte. Ook het puntensysteem dat de Internationale Wielrenunie (UCI) begin jaren negentig voor renners en ploegen invoerde, deed de kermiskoersen geen goed. Die wedstrijden komen niet voor op de internationale wielerkalender en leveren de renners geen punten op. Ze prefereren wedstrijden waar wel kostbare punten te verdienen zijn, de graadmeters voor hun marktwaarde.

Toch startten in Puivelde liefst 104 renners. Vorig jaar slechts 46, een historisch dieptepunt. De wedstrijd werd van maandag naar woensdag verplaatst en dat bleek een briljante zet. ,,Op zondag hadden ze meestal al een wedstrijd gereden'', zegt Rogiers, ,,middenin de week komt de renners beter uit.'' In plaats van een training kiezen velen voor een kermiskoers. ,,Niks'', zegt Jo Planckaert grijnzend op de vraag wat er leuk is aan een kermiskoers. ,,Anders moet je toch trainen. En ik weet dat ik hier goed kan meekomen.''

Voor het geld hoeven de renners zich niet te laten zien op een kermiskoers, die veel weg heeft van een criterium, de variant waar renners met startgelden naartoe worden gelokt. Behalve 68.000 frank voor `inrichtingskosten', aan de gemeente te betalen, moeten de organisatoren van kermiskoersen ten minste 202.300 frank naar de bond overmaken, zo'n 11.000 gulden. Uit die pot krijgen de eerste dertig renners prijzengeld uitgekeerd. De strijdlustigste renner wordt extra beloond met een fototoestel ter waarde van 32.000 frank.

De koers in Puivelde heeft loyale geldschieters; de plaatselijke `neringdoeners', zoals Rogiers de middenstand omschrijft. Bij de mensen die aan het parkoers wonen wordt aan de vooravond van de wedstrijd een vrijwillige bijdrage opgehaald. Wie doneert krijgt een rode kaart met de tekst `Wij steunen de kermiskoersen' en zet die voor het raam. Maar ook Rogiers weet dat de kermiskoers een langzaam zinkend schip is. ,,Met kermis is 't koers, zo is het altijd geweest. Maar er haken er zoveel af dat het straks wel zal uitsterven.''

Net als vorig jaar wint Eeckhout. In de massasprint, voor Planckaert. Hij krijgt een bord, geschonken door het stadsbestuur, en een bloemstuk, van de plaatselijke `garagist' annex ondervoorzitter van de Albertsvrienden. De speaker vraagt de winnaar nog een gunst. ,,Als je ploeggenoot Jurgen Vermeersch ziet, zou je hem dan willen zeggen dat hij het fototoestel gewonnen heeft?''

    • Ward op den Brouw