Veel te hoge voorschotten

Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft vorig jaar een achterstand opgelopen bij het afwikkelen van overheidsprojecten op Aruba en de Nederlandse Antillen. Daardoor is een bedrag van 410 miljoen gulden naar bouwwerken gegaan die niet of nauwelijks zijn afgebouwd. De Rekenkamer noemt dat een ernstige tekortkoming van het ministerie.

Voor het overige lijken de regionale politiekorpsen zich weinig aan te trekken van eerdere aanbevelingen over financiële verantwoording. Daardoor kreeg de Rekenkamer financiële informatie van de korpsen ,,die in vrijwel alle opzichten te wensen overliet''. De Rekenkamer wijst erop dat het om een bedrag van vijf miljard gulden gaat waarvan de besteding niet voldoende wordt verantwoord.

De Rekenkamer merkt op dat er in het verleden weinig aandacht is geschonken aan de werkelijke liquiditeitsbehoefte van decentrale organisaties en lagere overheden. Gevolg daarvan is dat zij vaak veel te hoge voorschotten krijgen. Zo stond er eind vorig jaar nog een bedrag open van tien miljard gulden aan niet verrekende voorschotten.

Ook heeft de Rekenkamer kritiek op allerlei vormings- en opleidingsfondsen die Binnenlandse Zaken subsidieert. De Kamer stelt dat deze instellingen inmiddels over `aanzienlijke saldi' beschikken, zodat het tijd wordt de financiering van deze fondsen te heroverwegen. Verder vindt de Rekenkamer dat het grotestedenbeleid, waarvoor convenanten met 25 gemeenten zijn afgesloten, zo complex is dat financiële verantwoording niet meer doelmatig kan geschieden.

Overigens trof de Rekenkamer in de aangegane verplichtingen of in de ontvangsten van het ministerie van Binnenlandse Zaken geen belangrijke fouten aan.

De ministers De Vries en Van Boxtel constateren op grond van het Rekenkamer-rapport dat zij kritiek uit eerdere jaren voortvarend hebben aangepakt. Wel is er volgens hen nog veel te verbeteren aan taken die er in de afgelopen periode nieuw zijn bijgekomen en bij nieuw opgerichte organisaties binnen het ministerie. Ook wijzen de ministers er op dat zij niet alles in de hand hebben: hun coördinerende taken bij politiekorpsen en gemeenten houden een `zekere afhankelijkheid' in, terwijl de departementen hier niet rechtstreeks kunnen ingrijpen.

Het ministerie van Binnenlandse Zaken is door de Rekenkamer op de vingers getikt omdat het aanbestedingen boven een bepaald bedrag niet heeft opengesteld in de andere EU-landen. Nederland is daartoe verplicht. De bewindslieden van Binnenlandse Zaken hebben zich daardoor genoodzaakt gezien de organisatie van het aanbestedings- en inkoopbeleid te wijzigen. Ze hebben de noodzakelijke gang van zaken laten beschrijven in een `werkplan' en een werkgroep biedt nu ondersteuning bij aanbestedingen.