Van Bergeijk houdt wel van muzikale griezelromantiek

De klank die je krijgt als een fietsdynamo schurend vastloopt in de plakkerige sneeuwmassa, kan min of meer overeenkomen met de klank van een hevig vibrerende primadonna. Dat was althans wat Gilius van Bergeijk ons in De IJsbreker leerde in Een Lied van Schijn en Weezen (1992-1993) met op de band de stem van Kathleen Ferrier in een opname uit 1948 van Mahlers Kindertotenlieder.

Deze metamorfose vormde verreweg de sterkste en origineelste bijdrage want effecten zoals een naald die blijft hangen in een groef werden veel te overdadig gebruikt. Dat had je na een tijdje wel gehoord. Ook het begin was spannend met de stem opdoemend als vanuit mist in een lugubere kwaliteit. Daar heeft Van Bergeijk iets mee, met een verwelkt soort griezelromantiek.

Zo klinkt zijn Symphonie Joyeuse (1988-1992) in twee lang uitgesponnen adagio's verre van joyeus afgezien van de geëxalteerde overgangen in barokstijl. Die adagio's hebben veel weg van een karig uitgebeende kerstpotpourri met het klokkenspel in de hoofdrol. Adagio's als lelies die omgeknakt te lang in de vaas zijn blijven staan. Zo laveert Van Bergeijk tussen ernst en campachtige ironie. Welk een tegenstelling bood dit niet met Martijn Paddings Nicht Eilen, Nicht Schleppen (1993), ook al aan Mahler refererend maar dan pompeus en extravert. Goed, er werd veel geciteerd, het begin van de Tweede Symfonie duikt steeds weer op, maar Padding heeft in zijn toeterharde Haagse School toch echt niets met Mahler gemeen.

Tot slot was er een Chroniques du Prince et du Peuple, door Van Bergeijk speciaal voor deze gelegenheid gecomponeerd. Zoals het Maarten Altena Ensemble hem had uitgenodigd, zo nodigde op zijn beurt Van Bergeijk Gert-Jan Prins uit, een specialist in de elektronica-improvisatie die hij slagwerkachtig fysiek behandelt. De pulsen zijn te volgen op een drietal televisietoestellen.

Het is zeker intrigerend, maar het blijft te lang hangen op één wederom toeterhard niveau. Veel van wat De IJsbreker dinsdagavond bood was eigenlijk leuker om er aan te participeren dan om naar te luisteren. Maar op zijn beste momenten is Van Bergeijks muziek in ieder geval van een on-Hollandse dubbelzinnige allure, hij heeft altijd wel ergens een verrassing in petto en de rest neem je dan maar voor lief.

Concert: Maarten Altena Ensemble met Gert-Jan Prins elektronica-improvisatie. Werken van Van Bergeijk en Padding. Gehoord 16-5 De IJsbreker Amsterdam. Opname VPRO voor uitzending op Radio 4 in september 2000.

    • Ernst Vermeulen