Tasmaanse Tijger moet weer tot leven gewekt

Eerst hebben we hem uitgeroeid, nu gaan we hem weer opkweken. Tenminste, als het lukt. Wetenschappers op Tasmanië hebben in het Australisch Museum in Sydney een 134 jaar oude puppy van de Tasmaanse Tijger of Tasmaanse Wolf gevonden, die is geconserveerd met behulp van alcohol. Omdat alcohol een beter conserveringsmiddel is dan formaldehyde, zou het volgens projectleider Don Colgan mogelijk moeten zijn om met behulp van het DNA van dit beestje nieuwe exemplaren te klonen.

Dit zou nou een typisch voorbeeld kunnen waarop de Britse kroonprins Charles doelt als hij wetenschappers hekelt die ,,voor God'' spelen.

De liefde van de Australiërs van de Tasmaanse Tijger, een hyena-achtig dier met een soort tijgerstrepen op het achterste deel van zijn rug, is van recente datum. Het laatste exemplaar stierf in een Tasmaanse dierentuin in 1936. Daarvoor werd op het zuidelijke Australische eiland alles in het werk gesteld om het beest, dat vooral voor schapenhouders veel schade opleverde, uit te roeien. De regering betaalde één dollar (een half weekloon) voor iedere huid van de Tasmaanse Tijger. Voor de liefhebber werden tiger shoots georganiseerd en in het topjaar 1900 werden 172 Tasmaanse Tijgers gedood. Tussen 1878 en 1893 werden bijna 3.500 huiden naar Londen geëxporteerd.

Toen het laatste diertje dood was, maakte de jagers plaats voor de `spotters'. Er werden expedities georganiseerd om te kijken of het diertje werkelijk was uitegstorven. Hoewel regelmatig Tasmaanse Tijgers zouden zijn gesignaleerd, is daarvoor nooit enig bewijs gevonden. Maar nu heeft een team van wetenschappers de miljoenen bijeen om een begin te maken met de door mensen gestuurde wederopstanding van de Tasmaanse Tijger. Uiteindelijk verwacht projectleider Colgan zo'n tien miljoen gulden nodig te hebben om het project te voltooien.

Dan nog is het de vraag of het lukt. Critici zijn sceptisch over de kwaliteit vam meer dan honderd jaar oud DNA. Bovendien kan zo'n beestje alleen leven worden ingeblazen als het volledige DNA-profiel, inclusief de zogeheten junk-genen, precies kan worden nagebouwd.

Milieuorganisaties vrezen om een heel andere reden voor het project. Als dit lukt, zal dat ten koste gaan van de bezorgdheid over dieren die op dit moment met uitsterven bedreigd worden. Omdat we ze later altijd weer in elkaar kunnen knutselen.