Scherpe kritiek op zachte toon

Sociale Zaken en Werkgelegenheid

De Algemene Rekenkamer heeft scherpe kritiek op het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, al wordt het hier en daar met zachte woorden ingekleed: ,,De Rekenkamer waardeert de activiteiten die het ministerie heeft opgezet voor de verbetering van het financieel beheer, maar wijst er op dat deze alleen met voldoende aandacht van de directies voor de implementatie hiervan succes kunnen hebben'', zo schrijft de Rekenkamer.

Het ministerie van Sociale Zaken geeft jaarlijks 32 miljard gulden uit, voornamelijk aan uitkeringen en subsidies. Uitgaven aan WW en WAO, waarvoor Sociale Zaken wel verantwoordelijk is, vallen buiten de eigen begroting. Reden is dat het hier niet om rijksgeld gaat, maar om geld dat via premies is opgebracht door werknemers en werkgevers. Deze bestedingen van premiegeld (76,4 miljard) vallen buiten het onderzoek van de Rekenkamer.

Het grootste deel van de uitgegeven 32 miljard gulden wordt aan de uitvoeringsinstellingen in de sociale zekerheid en aan gemeenten uitgekeerd, die er bijvoorbeeld kinderbijslag en de bijstand mee betalen. Maar de uitvoeringsinstellingen en gemeenten bestrijden misbruik en oneigenlijk gebruik van uitkeringsgeld niet op dezelfde wijze. Hetzelfde probleem speelt bij Arbeidsvoorziening en bij de verstrekking van gelden uit het Europees Sociaal Fonds, waarmee vorig jaar door de Europese Unie al een grote fraude werd geconstateerd.

De Rekenkamer vindt dat samenhang ontbreekt in het beleid om misbruik en oneigenlijk gebruik van uitkeringen en subsidies te voorkomen. Daardoor kan van 20 miljard gulden van de uitgaven niet met zekerheid worden vastgesteld of dit geld wel rechtmatig is besteed. Minister Vermeend onderschrijft in een reactie de kritiek van de Rekenkamer: ,,De tekortkomingen zullen onder de aandacht worden gebracht van de uitvoeringsorganisaties.''

Van het verzoek van de Tweede Kamer om naar een aantal onderwerpen nader te kijken is niet veel terechtgekomen. De meeste gegevens daarvoor kon het ministerie niet aanleveren. Daardoor valt over de `sluitende aanpak' voor langdurig werklozen, waarbij het arbeidsbureau aan een werkloze een aanbod voor werk of scholing moet doen, weinig te zeggen. De Kamer wilde weten hoeveel langdurig werklozen er vorig jaar bij zijn gekomen en hoe deze mensen zijn geholpen. Maar het ministerie is voor cijfers afhankelijk van (met name) Arbeidsvoorziening en die kon deze niet leveren.

In algemene zin schrijft het ministerie dat het met de sluitende aanpak niet is gelukt om het geplande aantal van 23.000 langdurig werklozen een baan of scholing aan te bieden. Slechts de helft is gehaald. Maar volgens het ministerie komt dit doordat het project te laat is begonnen. Ook van de voormalige Melkert-banen werd minder gebruikgemaakt dan was gepland. De oorzaak hiervan is dat meer mensen op eigen kracht een baan hebben gevonden, aldus het ministerie.