Politiek staart zich blind op asfalt

Politici hebben nauwelijks oog voor de kansen die de `nieuwe economie' biedt om natuur en milieu te sparen, vinden Arnold Heertje en Lennart Booij.

We plegen grootscheeps roofbouw op de groene ruimte en de schaarse vrije vierkante meters in Nederland. Hoewel maatschappelijke inzichten veranderen en er toenemend begrip is voor de natuurbeschermers met hun pleidooi voor natuurbehoud, razen de reeds in gang gezette bureaucratische processen voort. Ondanks dat jonge ondernemers het duurzame op waarde weten te schatten en de groene omgeving als een meerwaarde beschouwen die evenzeer in behoeften van mensen voorziet als de materiële productie, dringt dit gerijpte inzicht nauwelijks door in de hoofden van beleidsmakers en politici.

Wat gaat winnen: de reeds ingezette processen die onomkeerbaar lijken, of de interventies van tot inkeer gekomen bestuurders? Het is een race tegen de klok, want als alle huidige plannen doorgaan hebben we straks wel een verlangen naar duurzame leefbaarheid, historisch gegroeide groene ruimte en cultureel erfgoed, maar ontwaken we te midden van veel aaneengeschakeld asfalt, onrendabele spoorlijnen en wegwerphavens met af en toe een plukje groen.

Wat geld kost, wordt gekoesterd en bevochten. Het bestaat in de boekhouding van de BV Nederland. Wat aan natuur en cultuur door de historie wordt aangereikt wordt in financiële calculaties als gratis ervaren, dus uitgebuit en gemakkelijk als productiefactor opgeofferd ten behoeve van uitbundige geldstromen. Prachtige natuurgebieden worden te gelde gemaakt door wethouders en ministers met de ambitie woonwijken en bedrijfsterreinen als persoonlijk monument achter te laten.

Bedrijfsterreinen, havens en wegen lijken nog steeds de vertaling van de vooruitgang, terwijl de aanwezigheid van groene ruimte door internetondernemers juist als een pluspunt voor vestiging wordt gezien en de groei van de economie al voor meer dan 25 procent op rekening van de nieuwe economie kan worden geschreven. Toch slopen we oude boerderijen en terpen, vermalen we Ruigoord tussen twee insteekhavens en dwingen we zee- en weidevogels een eindje om te vliegen. De aanleg van de Betuwelijn heeft reeds voor enorme schade aan milieu, natuur en cultuur zorggedragen, terwijl thans onomstotelijk vaststaat dat financiële rendementen zo goed als uitblijven.

Toch blijven publieke bestuurders van mening dat havens, overslag en wegen de sleutel zijn tot werkgelegenheid, mobiliteit en ouderwetse economische groei. Zij hebben geen oog voor de nieuwe economie die een veel geringer beslag op natuur en milieu combineert met een grote toegevoegde waarde door slimme en moeilijk te kopiëren hightech-oplossingen internationaal te gelde te maken.

Internettoepassingen met digitale overslagcapaciteit dirigeren zeer ingewikkelde vervoerstromen voor de Rotterdamse haven. Dit kan vanuit de Achterhoek. Website-ontwikkelaars maken gebruik van oude kantoorpanden in het oostelijk havengebied van Amsterdam, een jongen van vijftien leest KPN Telecom met een site voor telefoontarieven de les, jonge modeontwerpers dicteren internationaal de markt met online-shops en bij diverse autolaboratoria staat de watermotor klaar die de auto-industrie revolutionair zou kunnen veranderen. Informatietechnologie verandert de fysieke distributie ingrijpend en verlaagt de prijzen van kwalitatief steeds betere goederen.

Informatietechnologie stelt ons ook in staat op grootscheepse wijze de arbeidsmarkt te verfijnen door het introduceren van flexibele werktijden, duobanen en thuiswerken. Langs deze weg kan meer congestie op de wegen worden bestreden dan door het aanleggen van nog meer kilometers asfalt.

De politiek blijft onder dit alles stil of, beter gezegd, gaat door met het bevorderen van laagwaardige activiteiten, met een geringe of zelfs negatieve toegevoegde waarde en met een grote schade voor natuur en milieu. Er wordt zachtjes geroepen dat Nederland van een mainport naar een brainport moet evolueren, maar de reeds ingezette processen zijn onstuitbaar door de starre bureaucratie, juridische afspraken of financiële claims. Straks is Nederland één grote mainport van beton, staal en bakstenen waarin niemand zich meer kan en wil bewegen.

Inmiddels blijken de geplande investeringen voor de Betuwelijn, de tweede Maasvlakte of het Masterplan Noordzeekanaal financieel beschouwd zo zacht als boter. Miljarden aan publieke gelden verdwijnen er in de grond of in het water zonder aantoonbaar rendement, terwijl het perspectief van de werkgelegenheid is veranderd van massale werkloosheid in kwalitatieve tekorten.

Het huidige politieke inzicht blokkeert het zicht op een innoverende en humane samenleving. Landerijen en groen worden opgeofferd voor een zeer discutabel eindproduct. Politici zijn met negatieve financiële gevolgen in het achterhoofd op andere terreinen altijd erg voorzichtig, maar als het de natuur betreft kan er veel. Want de natuur praat niet terug en stemt niet. De natuur wordt door hen als productiefactor en niet als eindproduct beschouwd.

We vragen ons af hoe investeerders, politici, betonbouwers en ambtenaren straks nog met goed fatsoen hun eigen kinderen aan de hand kunnen nemen en zeggen: `Dit was ooit groen, nu is het grijs, en dat hebben wij gedaan. In de vorige eeuw konden we niet anders, we moesten de ruimte exploiteren, maar nu weten we beter.'

Het is tijd voor actie van onze volksvertegenwoordigers. Want kijk je vooruit, dan zie je een nieuwe tijd. Een tijd waarin we een economisch model ontwikkelen dat zichtbaar maakt wat de duurzame ruimte ons oplevert, een tijd waarin we het onvervangbare koesteren. Er moet nu wat gebeuren, het pappen en nathouden is voorbij. Alle bestemmingsplannen moeten op de helling. Harde infrastructuur kan deels worden vervangen door zachte infrastructuur. Geavanceerde kennisintensieve technologische processen moeten in ons kleine land de plaats innemen van de loodzware, ruimte verslindende, op routine gebaseerde, ouderwetse productieprocessen. Er moeten geen wegen naar de files worden gedragen, maar de files moeten bezwijken onder het geweld van de elektronische snelweg.

Kortom, de vijfde nota Ruimtelijke Ordening moet een halt toeroepen aan nieuwe havens, nieuwe zeesluizen, nieuwe wegen, nieuwe goederenspoorlijnen en nieuwe bedrijfsterreinen en aldus paternalistisch en intelligent kiezen voor het behoud van open ruimte, het groene landschap en de vrije natuur.

Wij zijn niet naïef, daar waar nodig pleiten we voor een harde infrastructuur, maar een die veel innovatiever is dan de huidige, door het mobiliseren van private kennis en private gelden. Initiatieven op deze basis lijken inmiddels levensvatbaar. Het is aan het huidige kabinet om niet het eigen gezichtsverlies, maar het verlies van het uitzicht van velen als maatstaf te nemen. De nieuwe economie geeft ons daartoe letterlijk de ruimte.

Arnold Heertje is emeritus-hoogleraar economie aan de Universiteit van Amsterdam. Lennart Booij is communicatie-adviseur.

    • Arnold Heertje
    • Lennart Booij