Openheid in Enschede

OP PAPIER klopt alles in Nederland. Zo ook in Enschede. In de praktijk ligt het anders. Enschede is daarvan de recentste en schrijnendste illustratie. Vijf dagen na de explosie in de vuurwerkplaats S.E. Fireworks en de ramp in de omliggende woonbuurten is het aantal vragen eerder toe- dan afgenomen.

Het gaat daarbij niet in de eerste plaats om de directe hulpverlening. Rampbestrijding is nu eenmaal geen dagelijkse routine en dus moet er geïmproviseerd worden. Dit betekent dat in de eerste dagen niet alleen het beste van burgers en gemeenschap boven komt, maar ook dat er fouten en foutjes worden gemaakt die over en weer niet begrepen worden. De identificatie van de dode slachtoffers is een voorbeeld. Nabestaanden willen snel helderheid en vinden dat de identificatie te traag verloopt. Het team dat hiervoor verantwoordelijk is streeft op zijn buurt naar accuratesse, juist om geen onduidelijkheden te laten bestaan. Hetzelfde kan met een beetje goede wil ook nog gezegd worden over de lijst van vermisten, die vandaag eindelijk zou worden vrijgegeven. De gemeente Enschede wenst geen risico's te nemen en heeft daarom dagenlang met man en macht aan de lijst gewerkt. Deze controlereflex past in de Nederlandse administratieve traditie, ook al spoort die niet met het verlangen van veel bewoners om het lot weer enigszins in eigen hand te nemen.

MAAR MINDER begrip kan er zijn voor de wijze waarop het openbaar bestuur zich tot nu toe van zijn taak heeft gekweten zoveel mogelijk openheid van zaken te verschaffen. Als het gaat om de `procedures' en `verantwoordelijkheden' toont de gemeente Enschede zich van een wel heel zwijgzame kant. De verzuchting `Ich habe es auch nicht gewusst' van burgemeester Mans op een van zijn eerste persconferenties heeft de afgelopen week helaas school gemaakt. Op een aantal belangrijke vragen wordt sindsdien zelfs geen begin van een antwoord gegeven. Waarom had de brandweer bijvoorbeeld geen `aanvalsplan'? De provincie Overijssel had daarvoor wel gepleit. Waarom kreeg S.E. Fireworks in 1997 vergunning voor drie zeecontainers en werd een bezwaarschrift daartegen op formele gronden ter zijde geschoven? Waarom werd dit aantal twee jaar later met elf uitgebreid, en is toen voldoende gecontroleerd op naleving van de voorwaarden van de vergunning? Waarom hebben de gemeenteraadsleden een zwijgadvies gekregen van het college van B en W? Wil het dagelijks bestuur geen pottenkijkers of heeft het werkelijk alle hoop gevestigd op de onderzoekscommissie-Oosting naar wie burgemeester Mans voortdurend verwijst?

ENSCHEDE IS een relatief kleine gemeente zonder ervaring met grootschalige rampbestrijding. Dat is haar niet euvel te duiden. Maar angst voor juridische claims is een slechte raadgever. Juist daarom is het van belang dat het bestuur elke indruk vermijdt dat het zijn verantwoordelijkheden probeert te ontlopen.