Onvergetelijk debuut van dirigent Pappano

Hokjesgeest is een kwaad dat dirigent Antonio Pappano (40) in zijn muzikale loopbaan vaak is tegengekomen. Zijn achternaam bezorgde hem – als kind van Italiaanse ouders opgegroeid in Engeland en de Verenigd Staten – een hardnekkige associatie met het Italiaanse operarepertoire, maar als muzikaal directeur van de Brusselse Nationale Opera echter schudde hij dat etiket van zich af met evenzeer indrukwekkende directies van niet-Italiaans repertoire. Met ingang van 2002 volgt Pappano Bernard Haitink op als muzikaal directeur bij het Royal Opera House Covent Garden te Londen, maar – eveneens anders dan soms wordt aangenomen – ook het symfonisch repertoire heeft zijn belangstelling.

Gisteravond maakte Pappano in De Doelen zijn Nederlands debuut als `symfonisch' dirigent. Het Rotterdams Philharmonisch Orkest engageerde hem voor de vurige Tiende symfonie van Sjostakovitsj en het Celloconcert van Edward Elgar, en oogstte een uitvoering die nog lang in de Rotterdamse memorie zal natrillen.

Pappano sprak zich ooit uit operamuziek primair `symfonisch' te willen benaderen, maar zijn aanpak van orkestmuziek verraadt mutatis mutandis duidelijk wortels in het muziektheater. Het koraalachtige begin van Elgars Celloconcert wekte als een ouverture de verwachting voor het verdere verloop van de partituur, en waar Elgar zijn noten opbouwde naar een climax, legde Pappano daar met weidse gebaren nog een schepje bovenop. Voorop stond echter steeds de verfijning. Die bleek uit de welhaast echoënd eensluidende manier waarop solist en orkest de muzikale frases van komma's, punten en uitroeptekens voorzagen, uit de zinderende homogeniteit van de strijkersklank en uit de manier waarop de zeer muzikaal spelende cellist Ralph Kirschbaum de ruimte kreeg boven en onder de orkestrale golven uit te duiken.

Onvergetelijk was vooral Pappano's visie op Sjostakovitsj' Tiende symfonie. Met de ontelbare soli is dit werk een orkestrale meesterproef, waarvoor het Rotterdams Philharmonisch Orkest onder Pappano's stuwende slag tot in alle geledingen met onderscheiding slaagde. Hier werd in de langzame delen gemusiceerd op het allerhoogste niveau van welluidendheid en genuanceerdheid, en keerde Pappano in de uitbundige delen de barometer om naar een zodanig denderend en overdonderend klankoffensief, dat de eerste reflex was oren en ogen te bedekken.

Pappano speelde Sjostakovitsj' lyriek en krijgsgeweld tegen elkaar uit in een magistrale weergave van de muzikale structuur, en construeerde zijn visie op steeds volmaakt gepolijste bouwstenen. Het is zeer te hopen dat dit Nederlandse droomdebuut als orkestdirigent snel een vervolg krijgt.

Concert: Rotterdams Philharmonisch Orkest o.l.v. Antonio Pappano m.m.v. Ralph Kischbaum (cello) . Werken van Elgar en Sjostakovitsj. Gehoord: 17/5 De Doelen, Rotterdam. Herh: 18 en 19/5, aldaar.

    • Mischa Spel