Mentaliteit is het knelpunt

Verkeer en Waterstaat

Wie had gedacht dat de Rekenkamer zich louter om cijfers bekommert, heeft het mis. De rekenmeesters achten zich evenzeer bevoegd een oordeel te vellen over wat zich afspeelt in de hersenpan van de ambtenaren van Verkeer en Waterstaat. ,,Het grootste knelpunt'', zo stelt de Rekenkamer zonder enige terughoudendheid in het rapport over Verkeer en Waterstaat, ,,is de heersende mentaliteit, waarbij in de organisatie onvoldoende aandacht en belang wordt gehecht aan het financieel beheer. Een mentaliteitsverandering wordt noodzakelijk geacht.''

Deze kritiek is minister Netelenbos in het verkeerde keelgat geschoten, zoals de Rekenkamer zelf niet nalaat te vermelden. Volgens de minister heeft haar departement er vorig jaar meer dan voldoende blijk van gegeven dat het groot belang hecht aan zorgvuldig financieel beheer. Ze vond de opmerking over de mentaliteitsverandering dan ook ,,te zwaar aangezet''.

Trof de Rekenkamer dan zoveel onregelmatigheden aan op het departement?

Dat blijkt mee te vallen. In het algemeen is er sprake van ,,een lichte verbetering'' ten opzichte van het voorgaande jaar. De Rekenkamer erkent dat er vorig jaar hard is gewerkt aan de Haagse Plesmanweg om het financieel beheer rondom contracten op orde te krijgen. In 1999 konden de uitgaven dan ook voor ruim 99 procent worden verantwoord.

Maar de verbeteringen zijn naar de smaak van de Rekenkamer nog niet structureel genoeg van aard. In dat laatste zal ze zich wellicht gesterkt voelen door de recente onthullingen over exorbitant hoge winsten die de bouwers van de Schipholtunnel bleken te hebben opgestreken op kosten van de overheid. Daarbij was bovendien gebruik gemaakt van rekeningen voor de aanschaf van fictieve materialen en handelingen.

Terwijl de situatie bij Verkeer en Waterstaat over het algemeen in orde werd bevonden, kwamen bij sommige deelorganisaties mankementen aan het licht. Dat gold voor de Bouwdienst, de directie Noord-Nederland van Rijkswaterstaat en de regionale directies Limburg en Zuid-Holland.

Zorgelijker nog is de situatie bij het KNMI, dat als agentschap onder het ministerie valt maar wel commercieel moet opereren. Het financiële beheer bij het KNMI is zo pover dat de Rekenkamer veel kritiek laat horen. Het ministerie van Financiën heeft voorgesteld een task force op te zetten om de zaken bij het weerkundig instituut op orde te brengen. De Rekenkamer verwelkomt deze suggestie.

De Rekenkamer heeft zich voorts gebogen over de vraag hoe succesvol het beleid is geweest op een aantal cruciale beleidsterreinen, in het bijzonder de filevorming op de snelwegen en de zogeheten modal shift (het overschakelen van het ene vervoermiddel op het andere). De uitkomsten van dit onderzoek waren teleurstellend. Het ontbrak aan voldoende harde gegevens om over elk van beide punten relevante conclusies te trekken. De Rekenkamer gaat er vanuit dat het beleid in dit opzicht in de nabije toekomst wel aan duidelijke criteria kan worden getoetst.