Lijst vermisten vervuild

In Enschede wordt vandaag de lijst van vermisten bekend gemaakt. Al bij de Bijlmerramp bleek dat het vaststellen van het precieze aantal vermisten een moeizaam karwei is.

In de afgelopen dagen schommelde het aantal vermisten in Enschede tussen de 200 en 400 personen. Volgens korpsbeheerder A. Meijboom van de regiopolitie Twente komt dat door tal van wilde telefoontjes zodra er een nummer bekend wordt gemaakt waar men zich kan melden. Op de meer officiële lijst van vermisten stonden vanmorgen nog 110 namen. Burgemeester J. Mans achtte de opsomming echter nog niet verantwoord en vroeg het team van rechercheurs en ambtenaren, soms zeventig man sterk, er nog eens goed naar te kijken.

Een vergelijking met de gang van zaken in de Bijlmermeer na de ramp met de El Al-Boeing op 4 oktober 1992 ligt voor de hand. Hierbij kwamen 43 mensen om, bemanning en passagier in het vliegtuig inbegrepen. Twee dagen na het ongeluk, waarbij twee aangrenzende flatgebouwen werden doorboord, ging in het stadsdeel het gerucht dat er 1.600 personen werden vermist.

Ook al is de onvrede in Enschede over het uitblijven van de officiële vermistenlijst in de afgelopen dagen sterk toegenomen, vergeleken met 1992 zijn de geruchten lang niet zo wild. In de Bijlmer werd destijds geroepen dat tientallen mensen, wellicht honderden gewoon waren verdampt in de hitte van de kerosinebrand en de giftige dampen. Daarnaast waren, dachten omwonenden, duizenden illegalen verdwenen. Het Crisis Onderzoeksteam (COT) in Den Haag onderzocht de aanpak die de autoriteiten na de Bijlmerramp kozen om een fatsoenlijke lijst te maken. Het COT is ook dezer dagen in Enschede om de conclusies van toen aan de praktijk te toetsen.

In het rapport `De Bijlmerramp: rampbestrijding en crisismanagement in Amsterdam' staan voorbeelden van de chaos van de eerste dagen na de vliegramp. Vier dagen na de ramp zat het team nog met een lijst van 300 vermisten. De autoriteiten voerden de druk op, omdat zij het onaanvaardbaar vonden de families nog langer in onzekerheid te laten. Met de gegevens uit de gemeentelijke administratie, sociale diensten, woningbouwverenigingen, ziekenfondsen, verzekeringen, PTT en zelfs van postorderbedrijven, gingen rechercheurs de wijk weer in om te achterhalen of een als vermist opgegeven persoon nog in leven was.

Op de vraag waarom zulke grote aantallen vermisten rondgingen, geeft het COT-rapport enkele oorzaken. Een aantal mensen greep de ramp aan om persoonlijk voordeel te halen. ,,Een schuldeiser probeerde op deze manier achter het adres van een schuldenaar te komen''. Personen van tientallen nationaliteiten werden opgegeven, waarbij de namen nogal eens werden verhaspeld. Daar kwam bij dat de ambtenaren van de gemeentelijke diensten lang niet altijd voor deze taak berekend bleken te zijn. Nadat een aantal was vervangen door meer ervaren rechercheurs en daarbij ook duidelijker registratieformulieren werden gebruikt, ging het volgens het COT een stuk beter. Intussen stonden hele families meermalen, een enkele zelfs 34 keer, als vermist opgegeven.

Uiteindelijk besloot het beleidsteam in Amsterdam om drie lijsten te maken: de eerste met namen van geïdentificeerde slachtoffers, een tweede met personen die op het moment dat Boeing neerstortte in het gebied moesten zijn geweest en een derde waarop vermisten stonden die buiten het gebied waren op de bewuste zondagavond. Een week na de ramp ging het nog om 87 personen. Het vaststellen van zo'n lijst is volgens het COT ,,een moeilijke taak die een groot organisatietalent en veel improvisatievermogen vereist''.

    • Harm van den Berg