Korthals komt met maatregelen

Minister Korthals (Justitie) komt binnenkort met een groot pakket aan maatregelen om de kwaliteit van de rijksrecherche te verbeteren. Hij meldt dat in een brief aan de Tweede Kamer.

Aanleiding zijn de bevindingen van een onderzoekscommssie onder leiding van mr. B. Staal, de commissaris van de koningin in Utrecht. Uit het onderzoek blijkt dat de rijksrecherche in haar functioneren flink tekortschiet. De rechercheurs blinken bepaald niet uit in doortastendheid en deskundigheid, de verhoortechnieken zijn veel te oppervlakkig en ze werken buitengewoon traag. Echt zorgwekkend is de situatie echter niet, schrijft Korthals.

De rijksrecherche is van oudsher een Nederlandse overheidsdienst die bestaat uit een groep bijzondere ambtenaren van de rijkspolitie die zijn belast met het vervullen van speciale opdrachten. Doorgaans zijn die opdrachten omgeven door een grote mate van geheimzinnigheid. Dat vindt zijn oorzaak in de oorspronkelijke instructie uit 1931 waardoor deze rechercheurs er vooral voor moesten zorgen niet als rijksrechercheurs te worden herkend. Rijksrechercheurs worden vooral ingezet als er onderzoeken nodig zijn tegen verdacht opererende landelijke of regionale politie-ambtenaren.

Uit de brief van Korthals blijkt dat er een coördinatiecommissie moet komen, die bepaalt of de rijksrecherche in een bepaald geval moet worden ingezet en hoe dat dan het beste kan gebeuren. Volgens de onderzoekers faalt op dit ogenblik ook het openbaar ministerie bij het aansturen van de rijksrecherche. Om daar een goede lijn in te brengen kiest Korthals voor een vaste officier die zich bij elk parket speciaal bezighoudt met de rijksrecherche, die `units' heeft in Amsterdam, Arnhem, Den Haag, Den Bosch en Leeuwarden. Ook moet er een landelijk coördinerend officier van justitie voor komen.

Met de maatregelen volgt Korthals de aanbevelingen van de commissie, die concludeerde dat de slechte aansturing de feitelijke oorzaak is van al het falen.

De minister heeft nog niet besloten of er personeel bij moet komen. Hij wil eerst zien hoe het met de werkdruk gaat wanneer de voorgestelde veranderingen zijn ingevoerd. De andere werkwijze, met een centrale aansturing, heeft wel gevolgen voor de positie van de afdelingshoofden. Tot nu toe werkten de afdelingen redelijk autonoom. Voor elk onderzoek moet de dienst zich afvragen of zij daarvoor voldoende expertise in huis heeft, of dat die deskundigheid moet worden ingeroepen bij andere opsporingsdiensten, aldus minister Korthals.