Knal kan lichamen verbrijzelen

Lichamen worden niet meer gevonden op de rampplek in Enschede. Ook geen ledematen. Het zijn, zegt een van de onderzoekers, alleen nog maar `splintertjes' die worden ontdekt. Minuscule, verbrande stukjes lichaam. Ze worden in een zak vervoerd naar de vliegbasis Twente van de Koninklijke Luchtmacht, een paar kilometer buiten Enschede.

Een sporthal op de vliegbasis is ingericht als mortuarium. Daar worden de resten, die op lakens liggen uitgespreid, onderzocht door zo'n twintig onderzoekers van de politie. Achttien stoffelijke overschotten werden tot nu toe geborgen, dertien lichamen geïdentificeerd. In Enschede gaat al dagenlang het gerucht dat er zo'n tachtig lijken werden ontdekt. Volgens een luchtmachtofficier van de basis is dat `absolute onzin'.

Wanneer is een splinter `stoffelijk overschot'? Volgens een forensisch expert die was betrokken bij het onderzoek na de Bijlmerramp gelden daarvoor geen vaste criteria. Als van één deeltje kan worden vastgesteld, na bijvoorbeeld DNA-onderzoek, dat het van een mens afkomstig is en niet van een huisdier, is dat voldoende om te spreken van stoffelijk overschot.

Een stoffelijk overschot heet nog niet meteen een `lijk'. Volgens een betrokkene op de luchtmachtbasis hanteren onderzoekers in Enschede de regel dat tenminste vijf kilo `droge stof' gevonden moet zijn voordat de resten officieel zo worden genoemd.

De verwachting is dat het aantal geborgen lichamen in Enschede nu nauwelijks nog zal toenemen. Door de luchtdruk die de ontploffing veroorzaakte, en door de hitte van de brand, is er bijna niks meer van de lichamen overgebleven. Hevige luchtdruk kan lichamen doen verbrijzelen, vertelt prof.dr. Barend A.J. Cohen, afhankelijk van de kracht en de duur van de explosie. De Utrechtse hoogleraar Cohen is arts, gespecialiseerd in forensische geneeskunde. ,,Zachte delen hebben dan de neiging te desintegreren, uiteen te spatten.'' Zolang die resten er zijn, is DNA-onderzoek mogelijk.

Na verbranding kan dat niet meer. In een crematorium worden lichamen verbrand op zo'n 900 graden celsius. Alleen vullingen van kiezen en metalen van bijvoorbeeld kunstheupen blijven dan nog over, in gestolde vorm. Op basis van gegevens van vermisten kunnen de resten dan nog worden geïdentificeerd. In Enschede zou de temperatuur zijn opgelopen tot zo'n 2000 graden.

Asresten kunnen nog wel worden onderzocht op chemische stoffen, zegt Cohen. ,,Als een persoon veel van een bepaald medicament heeft gebruikt, zou dat in de as terug te vinden kunnen zijn. Maar ook geneesmiddelen zijn temperatuurgevoelig.''

    • Petra de Koning