Kille musical van Von Trier

In Cannes gaat `Dancer in de Dark' in première, de eerste `musical' van Lars von Trier. Hoofdrolspeelster Björk wil niets meer met de regisseur te maken hebben.

Zelden werd een film in Cannes met zo hoog gespannen verwachtingen tegemoet gezien als Lars von Triers musical Dancer in the Dark. Zoals alle vijf de eerdere lange speelfilms van het Deense genie, de bedenker van het DOGMA95-manifest en regisseur van onder meer Breaking the Waves, dingt Dancer in the Dark mee in de competitie om de Gouden Palm. Sterker nog, de algemene verwachting was dat Von Trier de hoofdprijs in het laatste jaar van zijn Franse beschermheer Gilles Jacob als festivaldirecteur eigenlijk niet meer kon ontgaan. Die verwachting hoeft na vertoning van de film niet te worden bijgesteld, want Dancer in the Dark is zonder meer een van de origineelste en indrukwekkendste films van het jaar. Maar er wringt toch ook wat: Von Triers Engelstalige huzarenstuk is een melodrama waarbij ik, hoe graag ik dat ook wilde, geen traan heb gelaten, ja zelfs nauwelijks gevoel kon opbrengen voor de personages. Het is ook minder een musical dan een film die het gevoel beschrijft dat musical, opera of melodrama op kan roepen.

Het verhaal begint met een repetitie van een amateuropvoering van The Sound of Music, in een fabrieksstadje in Amerika, jaren vijftig, passend gereconstrueerd op het Zweedse platteland. Een alleenstaande moeder (de IJslandse zangeres Björk in haar eerste filmrol) van Tsjechoslowaakse origine droomt aan de fabrieksmachines van een bestaan waarin iedereen zingt en danst. Wat ze overhoudt van haar armzalige inkomsten, wordt opzij gelegd voor een oogoperatie bij haar zoontje Gene. Want de oogziekte, die haar langzaam blind maakt, is erfelijk. Een beschermengel (Catherine Deneuve) behoedt de immigrante met de zware brillenglazen voor de ergste gevolgen van haar, ook overdrachtelijke, verblinding, maar kan niet verhinderen dat ze belandt in een noodlottige reeks van gebeurtenissen, een opmars naar de galg. Alleen door het offer van haar eigen leven te brengen, kan ze haar zoon redden, zoals Emily Watson in Breaking the Waves alleen door een offer haar man aan de dood kon ontrukken.

De religieuze en metafysische implicaties spelen in Dancer in the Dark geen rol van betekenis. Von Trier zoekt nu het heil in een musicalhemel. Een stuk of zes keer wordt de handeling op een tragisch moment stopgezet, en belanden we in een utopisch universum, en barst een rechtbank of een fabriekshal uit in zang en dans. Met wel honderd kleine digitale camera's legde director of photography Robby Müller die shownummers vast, maar toch krijgen ze nooit het spectaculaire karakter van een klassieke Hollywoodmusical of zelfs de betovering van Les parapluies de Cherbourg. De schrille, onwerkelijke muziek, gecomponeerd door Björk, helpt niet mee; je kunt er nauwelijks op dansen, en wat de ster aan beweging laat zien, noemde choreograaf Vincent Paterson op de persconferentie gisteren `björkisms'.

De hoog oplopende ruzies tijdens de opnamen tussen Von Trier en zijn ster (ze is in Cannes aanwezig, maar weigert publiciteit te maken voor Dancer in the Dark, omdat ze niets meer met de regisseur te maken wil hebben) zouden kunnen verleiden tot de conclusie dat de problemen van de film aan haar liggen. Dat zou niet helemaal terecht zijn, want de afstandelijkheid van de film is typisch Von Trier. Zijn film is een kille constructie, die hard zijn best doet de kijker te ontroeren. Bij mij creëert dat juist distantie, hoezeer ik ook Von Triers pleidooi voor het musicalgevoel herken en onderschrijf.

    • Hans Beerekamp