Kamer wenst meer invloed Nederland bij VN-operaties

De overgrote meerderheid van de Tweede Kamer vindt dat Nederland gezien de stevige bijdrage vorig jaar meer invloed had moeten hebben op het verloop van de Kosovo-operaties van de Navo. Ongelukkig is de Kamer met de ,,magere rechtsbasis'' van de operaties, die het zonder uitdrukkelijk mandaat van de Veiligheidsraad moesten stellen.

Dit bleek vanmorgen in een fractieleidersdebat over de Kosovo-evaluatienota van het kabinet. Die nota was gemaakt op verzoek van PvdA-fractievoorzitter Melkert en verscheen twee maanden geleden.

Praktisch alle fractievoorzitters, ook die van de regeringspartijen, vinden dat er een duidelijker verband moet zijn tussen wat een land aan acties bijdraagt en wat het aan invloed heeft. Melkert ging het verst door voor de toekomst te eisen dat Nederland voortaan vooraf zo'n verband binnen de Navo moet laten vastleggen. Maar ook Dijkstal (VVD), De Graaf (D66), De Hoop Scheffer (CDA) en Rosenmöller (GroenLinks) toonden zich ontevreden over het gebrek aan Nederlandse invloed en de dominantie in de regie die de kabinetsnota de VS, Groot-Brittannië en Frankrijk verwijt.

De overgrote meerderheid van de Kamer (alleen de SP niet) bleef erbij dat er ondanks alle kritiek op de uitvoering van de operaties en het aanvankelijke gebrek aan effectiviteit ervan vorig jaar maart toch geen alternatief voor het Navo-ingrijpen was geweest. Kritiek was er wel op de bescheiden aandacht die het kabinet in de nota heeft gegeven aan het ontbreken van een mandaat van de Veiligheidsraad. Omdat de legitimiteit van acties daardoor haar basis vooral moest vinden in een onderschikking van de Joegoslavische soevereiniteit aan het voorkomen van een humanitaire ramp, roept dat volgens vele fracties de vraag op hoe dat dan elders op de wereld (Rwanda, Tsjetsjenië, Sierra Leone) is gesteld. De Graaf vroeg het Internationaal Strafhof via de VN een standpunt over dit probleem te laten geven.