`Ineens staat de marechaussee weer in huis'

Twee keer per dag is er in Het Kompas een informatiebijeenkomst. Een plek voor vragen en klagen.

Hij pakt een stoel en gaat pontificaal vooraan zitten, gekleed in een rood jasje. Zo. Loco-burgemeester E. Helder is nog niet eens begonnen met zijn inleidende praatje, of daar klinkt al luid de eerste klacht: waarom moesten zij gisteren hun huis ineens weer uit? ,,We hadden net koffie gezet.''

De gemeente Enschede verzorgt twee keer per dag, om tien uur `s ochtends en om vier uur 's middags, een informatiebijeenkomst voor de slachtoffers van de ramp en andere betrokkenen. Het gebeurt in buurtcentrum Het Kompas, iets ten noorden van het rampgebied. Overdag verblijven er veel mensen uit het rampgebied. De koffie is er gratis, net als de toegang tot internet. De meest recente informatie is er te vinden. En er kan worden gepraat.

De eerste dagen verliepen de bijeenkomsten tumultueus. Veel bewoners klaagden heftig over de gebrekkige informatievoorziening. En over de onbekende lijst van vermisten. Ook waren veel mensen boos dat ze hun huis niet in mochten. Vanochtend is er weer boosheid — al zijn er minder mensen dan gisteren.

Boosheid bijvoorbeeld bij die man in het rode jasje, met leesbril en grijs haar. Hij mocht gisteren even zijn huis in, maar hij werd er weer uitgehaald toen bleek dat er in de buurt een aantal gasbrandjes was ontstaan. ,,We waren al een uur binnen'', zegt hij tegen Helder. En toen stond daar ineens de marechaussee in de woonkamer: dat ze er ogenblikkelijk weer uit moesten! Hij maakt zich er opnieuw boos over.

,,We wisten niet waar we naar toe moesten'', zegt de man. ,,We meldden ons bij Het Kompas, maar dat gaat 's avonds dicht. Zo zwerven we al vier dagen over straat. Zegt ú nu eens wat we moeten doen.'' Helder blijft kalm en beheerst, maar hij heeft niet direct een antwoord. ,,Ik begrijp dat u boos bent. We doen onze uiterste best iedereen te helpen. Maar het is een grote operatie.''

Er is nog een boze meneer – eveneens op de eerste rij. ,,Ga zelf maar eens een nacht in de Diekmanhal slapen!'', bijt hij Helden toe. ,,Wanneer kan ík nu mijn huis eens in?'' Andere bewoners manen hem tot stilte. ,,Jij zat hier gisteren ook al zo te schreeuwen. We willen eerst gewoon informatie'', krijgt hij te horen. En: ,,Ga toch zitten. Wij kunnen ons huis ook niet in. Zak!'' Dat helpt.

Zo kan Helder beginnen aan zijn algemene informatiepraatje: hoe hard er wordt gewerkt (dit even tegen boze meneer nummer 2) hoe slecht hij zelf slaapt (opnieuw tegen meneer nummer 2) en wat de laatste stand van zaken is. Dan komen de vragen — want vragen zijn er in overvloed. Of het waar is dat verzekeringsexperts waardevolle spullen uit huizen halen, waar de bewoners zelf nog niet in mogen. Dat is waar, zegt Helder. Er is een bedrijf, Salvage, dat in opdracht fotoboeken, sieraden en andere spullen weghaalt en opslaat. Dat had iemand uit de zaal ook al gehoord. ,,Dus ik belde Salvage in Almelo. Daar zeiden ze dat ze die informatie niet aan de telefoon mogen verstrekken. Ze verwezen door naar het algemene informatienummer, maar die hebben de lijsten van Salvage niet. Hoe moet dat dan?'' Dat zal zo snel mogelijk worden opgelost, zegt Helder. ,,Wij zullen er voor zorgen dat die lijsten ook hier bekend zijn.'' ,,Ik zou liever zélf het huis in'', zegt de man. Dat begrijpt Helder. ,,We zullen kijken wat wat dat betreft mogelijk is.''

Zo loopt de bijeenkomst ten einde. Helder haast zich terug naar het stadhuis, de bewoners blijven achter in de hal. Aan de muren hangen posters met de tekst: `Erover praten helpt'.