Hulp Indonesië is niet helder

Buitenlandse Zaken en Ontwikkelingssamenwerking

De verantwoording van de uitgaven en verplichtingen van Buitenlandse Zaken en Ontwikkelingssamenwerking over 1999 is volgens de Rekenkamer voor het overgrote deel voldoende tot goed. ,,Substantiële fouten en onzekerheden'' werden slechts vastgesteld bij de verantwoording van 1,16 procent (125 miljoen) van de uitgaven, bij 0,16 procent (15 miljoen) van de verplichtingen en bij 1,75 procent (51 miljoen) van de afgerekende voorschotten. Maar de directie financiële en economische zaken moet wel meer toezicht houden op het materieelbeleid en de naleving van Europese regels voor aanbesteding. Het materieelbeleid is ,,niet voldoende ordelijk, controleerbaar en doelmatig'', oordeelt de Rekenkamer.

De ministers Van Aartsen en Herfkens beloven dat zij de directie op die terreinen een zwaardere coördinerende rol zullen geven. De Rekenkamer waarschuwt dat zij wel eens aan een zogenoemd `bezwaaronderzoek' zou kunnen beginnen indien die tekortkomingen niet `op korte termijn' verdwijnen.

Er moet snel meer helderheid komen over meetbare doelstellingen en geplande resultaten van de vorig jaar hervatte ontwikkelingshulp aan Indonesië. Minister Herfkens heeft de Tweede Kamer weliswaar geschreven dat zij dit voorjaar met een nota over de bilaterale samenwerking met Indonesië komt, maar zij niet duidelijk is of die nota ook meetbare doelstellingen en afspraken over resultaat zal bevatten. De Rekenkamer zou trouwens ook graag zien dat Ontwikkelingssamenwerking zou komen met definities van prestatiegegevens.

Mild is de Rekenkamer erover dat de minister geen concrete normen hanteert voor een andere `beleidsprioriteit': de effectiviteit van multilaterale hulp. De vele hulpkanalen waaraan Nederland bijdraagt maken het moeilijk om met concrete normen te werken. Daarom is de bestaande praktijk om slechts `appreciaties' te geven volgens de Rekenkamer `zinvol'.

Kritiek is er echter wél dat Buitenlandse Zaken in de cijfers over 1999 niet de bedragen noemt die uitgegeven zijn voor de medefinanciering van activiteiten die uit Europese structuurfondsen worden betaald. Met Landbouw, Sociale Zaken en Economische Zaken zouden daarover afspraken worden gemaakt. Daarna zou er een rapportage aan de Kamer volgen, maar die is er nog niet. De Rekenkamer dringt er op aan snel te komen met zo'n rapportage en waarschuwt dat het uitblijven van helderheid over de Nederlandse bijdrage aan door de Europese Commissie gesubsidieerde projecten kan leiden tot een subsidiestop van `Brussel'. Dat risico bestaat zeker omdat Nederland ,,niet altijd adequaat reageert op brieven en controlerapporten van de Europese Commissie''.

    • J.M. Bik