Het worden de Spelen van Janna

Met de terugkeer van Janna Daskalákis hoopt Athene de kritiek op de stagnerende organisatie van Olympische Spelen van 2004 te smoren. IOC-voorzitter Samaranch noemt haar `een echte leidster'.

De ontsteking van de Olympische Vlam die nu op weg is naar Sydney, geschiedde vorige week niet zonder hindernis. Boven het ruïneterrein van het klassieke Olympia hadden zich zo veel wolken verzameld dat Apollo het gebed van de Griekse `priesteres' niet inwilligde en de Vlam niet met zonnekracht kon worden ontstoken. De twee dagen eerder bij de generale repetitie gebruikte vlam, die gelukkig nog niet was uitgeblust, moest te hulp komen.

Dat vervolgens de elfjarige dochter van de Australische vice-president van het internationale Olympisch Comité Kevin Gosper op het laatste moment werd uitverkoren om als tweede met de Vlam te lopen — in plaats van de daartoe aangewezen Griekse atlete — verwekte een storm vooral in de Australische pers, waar deze figuur bête noir leek te zijn door schandalen. Maar het kon de Griekse opinie allemaal niet meer deren. Want de Spelen waren, ongeveer gelijktijdig, onder supervisie gekomen van de op Kreta geboren Janna Daskalákis-Angelópoulos (39).

Het was deze vrouw, getrouwd met een schatrijke reder maar ook met ervaring in gemeenteraad en parlement, die in 1997 het middelpunt vormde van de campagne, de Spelen van 2004 naar Athene te brengen. Dat succes werd grotendeels aan haar toegeschreven. Des te verbaasder waren de Grieken dan ook toen bleek dat zij door de socialistische regering Simitis niet werd aangesteld als voorzitster van het Comité dat deze Spelen moet organiseren. Ook de Griekse minister van Openbare Werken Loliotis betoonde zich bij die gelegenheid openlijk verbaasd. ,,Don't change a winning team'', zei hij in het Grieks. Vermoedelijk eiste zij te veel bevoegdheden op, bevoegdheden die zij nu in tweede instantie toch krijgt want zonder haar inspirerende aanwezigheid – zij had zich teruggetrokken in haar woonplaats Londen, waar zij de allerduurste villa bezit – zat er helemaal geen vaart in de voorbereidingen.

Critici zeiden al dat er in die 31 maanden eigenlijk niets is gebeurd. De regering – nog steeds onder Simitis – verkondigt dat men voor 70 procent gereed is, maar dat slaat op alle installaties die er voor 1997 al waren en deels dateerden uit de periode dat men hoopte op 1996. Een eeuw na de eerste moderne Olympische Spelen in Athene bleken die echter bij nader inzien Atlanta toe te vallen.

Kenners van de Grieken zeggen dat zij – met hun bijzonder tijdgevoel – niet zes jaar te voren ergens aan kunnen beginnen. Het moet veel naderbij komen. Er moet hoogspanning komen, en dan worden wonderen verricht. Grieken sluiten ook geen afspraken voor `de daarop volgende week'.

Maar zij zijn wel behoorlijk geschrokken van de voorzitter van het internationale Olympisch Comité Samaranch, die eerder deze maand kwam met een dringende waarschuwing, de stagnatie niet te laten voortduren. Zijn dreigen met `het gele licht' dat rood zou kunnen worden werd terecht als een gele kaart opgevat en in een worst case-scenario zagen veel Grieken al Seoul of Rome met de Spelen van 2004 gaan strijken. In deze situatie van bijna-paniek heeft Simitis, met instemming van de rechtse oppositiepartij toch weer op Janna teruggegrepen, die door Samaranch `een echte leidster' is genoemd.

Zij wordt voorzitter van het organiserend comité, maar de premier zelf neemt nu persoonlijk de volle verantwoording aan het hoofd van een commissie van zeven ministers en drie staatssecretarissen. Daartussen functioneert nóg een comité, maar gehoopt wordt dat de twee topfiguren alle bureaucratie zullen wegvagen en dat ook de competentiestrijd tussen de minister van Cultuur Pángalos en van Openbare Werken Loliotis nu zal verdwijnen, als sneeuw voor Janna's zon. Simitis zelf trok een vergelijking met de manier `waarop wij na de aardbevingsramp zijn opgetreden'.

Hier en daar klinken echter nieuwe waarschuwende geluiden. Dit moet de laatste ingreep zijn, zo beseft men aller wegen. Met goed fatsoen kan Janna niet meer worden vervangen. Zij was perfect met haar public relations, maar is zij ook wel een goed manager? Kan zij de verwachte 22.000 journalisten onder dak brengen, om nog te zwijgen van de duizenden atleten voor wie het Olympisch Dorp nog helemaal moet worden gebouwd — door de Staatsmaatschappij voor Arbeiderswoningen? Zal zij ook hier de wondervrouw blijken die ijzer met handen kan breken?

En dan is er nog iets, waar de Grieken liever niet over praten en schrijven. Janna is hartstochtelijk koningsgezind (dat zijn de meeste Grieken die in Londen wonen). De Grieken in Griekenland zijn in grote meerderheid allergisch voor alles wat met koningen te maken heeft. Hun ex-koning Konstantijn mag niet eens het land in omdat in zijn `Deense' paspoort zijn titel voorkomt. Van zijn kant eist hij in een rechtsgang bij het Europese Hof enorme schadevergoedngen voor zijn in beslag genomen bezittingen.

Wat de Grieken niet meer ongedaan kunnen maken is dat Konstantijn bij de Olympische Spelen van Rome in 1962 als kroonprins, samen met twee andere Grieken, goud bij het zeilen heeft verworven en dat hij al vele jaren een belangrijk lid is van het Olympisch Comité. Er zal een moment aanbreken dat hij naar Athene wil komen en dat Janna dat zal willen aanmoedigen. Dan zijn de problemen, als er intussen niet veel is veranderd, niet te overzien.

Een van Janna's voorgangers, Strátis Stratígis, heeft als voorzitter van het organiserend Comité al eens ontslag genomen omdat hij, eveneens royalist, de bruiloft van Konstantijns zoon Paul in Londen wilde bijwonen. Hij moest toen kiezen: het een of het ander. Zal Janna de belichaming van het een én het ander blijken?