Ha, op vakantie!

In de krant las ik een berichtje over een toerist die in Costa Rica door een bosmeester was gebeten. De bosmeester behoort tot de groefkopadders of ratelslangachtigen, een gevaarlijke familie. De (onvindbare) lanspuntslang, die in Enkhuizen voor veel opschudding zorgde, is ook lid van deze familie.

Ongetwijfeld zullen er dit jaar nog vele berichtjes volgen over mensen die in verre landen door enge beesten zijn gebeten of gestoken. Een deel van die ongelukken was te voorkomen geweest; wie naar warme oorden vertrekt, zou beslist een blik moeten werpen in het Handboek giftige dieren voor de wereldreiziger (Elmar, 1995). Daarin komen niet alleen slangen aan bod, maar ook spinnen, schorpioenen, pijlstaartroggen, kwallen, kegelslakken en pijlgifkikkers.

Wat moet u bijvoorbeeld doen als er een zwarte mamba of spugende cobra voor u oprijst? Een mamba bereikt daarbij gauw een lengte van een meter. Soms zetten ze, net als de cobra, hun `nekkap' uit en deinen met geopende bek zachtjes heen en weer. Het advies luidt: verroer u niet! `Vanwege het agressieve gedrag en het zeer sterk werkende gif, wordt een ieder bij de confrontatie met een zwarte mamba aangeraden om doodstil te blijven staan. Wanneer men zich niet beweegt, zal de mamba haar bovenlijf weer laten zakken en er rustig vandoor gaan.'

Nou, rustig? Hopelijk bevindt u zich niet op de route naar haar hol, want tijdens deze vlucht valt ze alles en iedereen aan die haar de weg verspert. Daarbij ontwikkelt de slang een formidabele snelheid. Bekend is het verhaal van een hard weglopende Afrikaan die door een zwarte mamba werd ingehaald en gebeten – gelukkig hapte de slang in een sinaasappel die de man in een broekzak had opgeborgen.

Staat u oog in oog met een cobra, knijp dan uw ogen direct stijf dicht. Sommige soorten kunnen het gif uit hun tanden laten sproeien. Daarbij mikken ze bij voorkeur op de ogen die ze over een afstand van twee meter kunnen raken. `Een voltreffer veroorzaakt sterke pijn, blaarvorming en soms (tijdelijke) blindheid', waarschuwt de gids. `Als dit niet afschrikt, kunnen ze ook nog behoorlijk bijten.'

Over het algemeen is het heel goed mogelijk deze confrontaties te voorkomen: kom 's avonds de deur niet meer uit. De meeste gifslangen gaan namelijk in het donker op jacht. Loop ook niet met blote voeten in het hoge gras rond, dat is vragen om moeilijkheden.

Trek bij voorkeur stevige laarzen aan. Want de lange giftanden van de Afrikaanse pofadder dringen gemakkelijk door linnen schoenen heen. Aangezien deze dieren nauwelijks afsteken tegen de bos- en savannegrond waarop ze leven, kun je er gemakkelijk bovenop gaan staan.

In Ik droomde van Afrika vertelt Kuki Gallmann over de slangenkuil van haar zoontje Emanuele. Op zeker moment laat hij er pofadders in los. `Van alle slangen vind ik pofadders de ergste', schrijft Kuki. `Ze zijn sloom en vet, zonder de soepele gratie van groene grasslangen of de griezelige, mystieke uitstraling van de cobra.' Het is de beet van een pofadder die Emanuele fataal zal worden.

In tropische en subtropische kustwateren is het oppassen voor de pijlstaartrog. Ook hier zouden kniehoge laarzen de beste bescherming bieden, want de stekel van de rog doorboort zelfs een zwemvlies. Ongeacht het schoeisel, is het van het grootste belang dat de bader zich schuifelend over de zeebodem voortbeweegt. Dan is de kans groot dat het half ingegraven dier er tijdig vandoor gaat. Gaat men plompverloren bovenop hem staan, dan slaat de gevreesde stekelstaart meteen toe. Hoewel de steek meestal niet dodelijk is, is de wond zeer pijnlijk. De genezing neemt veel tijd in beslag.

De journalist Bob Snoijink, die een jaar op een onbewoond Zuidzee-eiland verbleef, vergat op een dag zijn rifschoenen aan te trekken en stapte pardoes op een rog. `Snel verspreidde zich een pijn alsof mijn voet langzaam werd afgekneld.' Hij viel voorover in het water en hinkte naar zijn hut. `De pijn nam toe en het was alsof mijn voet bij iedere hartslag werd vermorzeld.'

Slangen en roggen mogen zich dan graag verstoppen, ze zijn tenminste nog redelijk goed zichtbaar in vergelijking met al dat kleine gespuis dat een mens in de tropen een of andere schuddende ziekte kan bezorgen. Hoe moet je je daar tegen beschermen? Door een duikerspak aan te trekken, zegt reisauteur Redmond O'Hanlon, die diep in de oerwouden van Borneo, Zuid-Amerika en Kongo doordrong. Maar hij geeft onmiddellijk toe dat daar weer praktische bezwaren aan zijn verbonden.

    • Gerrit Jan Zwier