Geglobaliseerde kalfsfoeten

De geur valt mee. In aanmerking genomen dat het buiten 28 graden Celsius is. Maar dat komt doordat de snijkamer achter glas zit. Daarachter zie ik de postmoderne versie van Rembrandts Anatomische Les: drie langwerpige, stenen tafels waarop de karkassen zijn uitgespreid van een vaars, een zeug, kalveren en vele biggen, tegen het repoussoir van een doormidden gekliefde donkerharige pony, die grotesk aan een been is opgetakeld. Alles ligt opengesneden, schedels zijn gelicht, gewrichten opengewerkt. Scharlaken longen, opbollende darmen. Daartussendoor schuifelt op rubberlaarzen de patholoog die als een geperverteerde gastronoom her en der hapjes wegsnijdt: hier een stukje lever, daar een stukje longweefsel en weer ergens anders een stukje hersenen.

Het gaat hier om de sectiekamer van het laboratorium van de Gezondheidsdienst voor Dieren in Boxtel, afgelopen maandag. Op de tafels liggen de overblijfselen van dieren waarvan veehouders willen weten wat er eigenlijk mee loos was, in de hoop de rest van hun beesten voor hetzelfde onheil te behoeden. Veterinair Slegers wijst op de darmen van verschillende dieren. Dat biggetje daar vooraan, een speenvarken eigenlijk, heeft darmen als een kleine knalrode kluwen macaroni. Op een andere tafel ligt een grotere big, de darmen bol en groengeel. ,,Allebei niet goed,'' oordeelt Slegers, ,,In het ene geval is er te veel doorbloeding, en in het andere te veel gasvorming. Het lijkt erop dat er sprake is van een ontsteking. De vraag is wat daarvan de oorzaak is.'' De monsters die de patholoog neemt, verdwijnen door een luikje in de muur voor verdere bewerking om aan uiteenlopende tests te worden onderworpen.

De Gezondheidsdienst, een particuliere, door de `sector' zelf in het leven geroepen organisatie, beschikt nu nog over drie van dit soort laboratoria waar onder meer gespeurd wordt naar besmettelijke dierziekten. Dat gebeurt onder meer met behulp van robots, die luisteren naar de namen Bert en Ernie en die in staat zijn in korte tijd vele duizenden reageerbuisjes te mengen, te schudden, te kweken en te bekijken. De dienst is ook een soort vooruitgeschoven post die de overheid waarschuwt wanneer er sprake is van besmettelijke ziekten als varkenspest of gekkekoeienziekte. Maar door het afnemend aantal veehouders is er minder geld beschikbaar om de infrastructuur van de Gezondheidsdienst in stand te houden. Dus is er een reorganisatie gaande die er vóór 2003 toe zal leiden dat de dienst geconcentreerd zal worden in Deventer met nog maar één laboratorium.

Dat is waar voorzitter A. de Ruiter van de Koninklijke Nederlandse Maatschappij voor Diergeneeskunde enige weken geleden op doelde toen hij zei dat de controle op dierziekten in Nederland tekortschiet. Hij deed dat tijdens een zogenoemd `gesprek' met de Kamercommissie voor Landbouw, die eindelijk wel eens wilde weten wat er nou aan de hand is met het Nederlandse melkvee. Na een verplichte vaccinatiecampagne eind 1998 tegen de koeiengriep, op zich een vrij onschuldige aandoening, meldden in februari vorig jaar zo'n zevenduizend melkveehouders even uiteenlopende als onverklaarbare ziekteverschijnselen onder hun dieren. Vastgesteld werd dat bepaalde batches van een nieuw antigriepvaccin van de firma Bayer waren besmet met een diarreevirus. De Europese autoriteiten schorsten daarop het medicijn. Want koeien gingen dood, duizenden andere runderen kwijnden weg. Dat waren in landbouwjargon `slijters', voortijdig versleten dieren waarvan niet duidelijk is wat er scheelt. Inmiddels is wél duidelijk dat de meeste boeren eieren voor hun geld hebben gekozen en hun zieke dieren schielijk naar het slachthuis hebben afgevoerd. Of, zoals een boer het heeft genoemd: de Nederlandse consument heeft het probleem opgegeten.

Dat geldt echter niet voor het bedrijf van boer Bennie Roozegaarde uit het Gelderse Zelhem: zijn bedrijf werd eind november vorig jaar door de autoriteiten `geblokkeerd'. Hij mocht geen koe meer naar het slachthuis brengen en geen liter melk meer verkopen. Tijdens een overleg van de Kamer met staatssecretaris Faber van Landbouw, vorige week, kwam zijn probleem apart aan de orde. Staande de vergadering deed de staatssecretaris de boer een nieuw aanbod: het ministerie wil al zijn koeien opkopen. Maar Roozegaarde wil ook compensatie voor de tachtig inmiddels gecrepeerde dieren en voor het geleden verlies omdat zijn bedrijf de afgelopen maanden heeft stilgestaan. Terwijl de onderhandelingen daarover gaande zijn, heeft Roozegaarde wraak genomen. Hij heeft Intervet International in Boxmeer, de concurrent van Bayer, opdracht gegeven uit te zoeken wat er mis is met zijn koeien. En nu lijkt het erop dat Intervet wat heeft gevonden: het circovirus. Dat is normaal een ziekte die varkens laat wegkwijnen.

Johan Bongers denkt dat de besmetting met het circovirus tot de theoretische mogelijkheden behoort. Bongers coördineert diverse onderzoeken naar het probleem met de versleten koeien bij ID-Lelystad, dat is hét Nederlandse expertisecentrum op het gebied van dierengezondheid en tevens ontwerper van, onder meer, het beruchte Bayervaccin. Het door ID-Lelystad geïsoleerde virus wordt door Bayer vermenigvuldigd met gebruikmaking van zogeheten foetaal kalverenserum. ,,Dat is een risicofactor,'' zegt Bongers. Dat materiaal mag sinds de gekkekoeienziekte niet meer uit een Europees land komen, maar wel uit Noord- en Zuid-Amerika of Australië. Maar die geglobaliseerde kalfsfoeten maken het bij onvoldoende controle goed mogelijk dat exotische veeziekten Europa kunnen bereiken. Dat zegt ook Geert Benedictus, sectordirecteur herkauwers bij de Gezondheidsdienst voor Dieren.

Het lijkt er dus op dat we ons over het tekortschieten van het toezicht op dierziekten in Nederland niet al te druk hoeven te maken zolang boze boeren concurrenten in de farmaceutische industrie tegen elkaar blijven uitspelen. Intervet brengt dit najaar een nieuw medicijn tegen koeiengriep op de markt.