Geen wonderen

Kees Vendrik, Tweede-Kamerlid (GroenLinks), lid van de commissie die `Derde Woensdag' heeft voorbereid:

``Ik ben een groot voorstander van de nieuwe manier waarop begrotingen en jaarverslagen worden opgezet, maar de controle op het regeringsbeleid zal daardoor volgens mij niet plotseling met sprongen vooruitgaan. Als Kamerlid met één medewerker kan ik nauwelijks serieus tegenwicht bieden aan dat enorme ministerie van Financiën met z'n duizenden ambtenaren. Hetzelfde geldt voor al mijn collega's met andere portefeuilles. Ik zie daar de komende jaren niet opeens veel verbetering komen.

De winst van deze hele onderneming is volgens mij niet zo zeer in de Kamer te halen. Beleid wordt gemaakt in een ingewikkeld systeem van conflicterende belangen tussen departementen. Het ministerie van Landbouw is van de boeren, Economische Zaken van het bedrijfsleven, Verkeer en Waterstaat is in handen van de vervoerslobby's, Financiën zit op de schatkist. De Tweede Kamer heeft slechts in beperkte mate greep op dat krachtenveld. Meestal kan de Kamer pas achteraf in actie komen om een beetje bij te sturen.

Voordat we zinnig kunnen praten over parlementaire controle moeten we eigenlijk eerst eens goed met elkaar afspreken welke overheid we willen. De bedrijfsmatige overheid is erg in de mode geweest: `reinventing government', Ted Gaebler – dat soort modieus gepraat. De provincie Zuid-Holland heeft in de Ceteco-affaire laten zien hoe je dan uit de bocht kunt vliegen. Ik pleit voor erkenning van een moderne weberiaanse bureaucratie, waarin belangenconflicten niet worden afgedekt maar juist aan de oppervlakte komen om het systeem van checks and balances z'n werk te laten doen. Noem het: de denkende overheid.

In dat systeem van openlijke belangenstrijd kunnen anders opgezette begrotingen en jaarverslagen een belangrijke rol spelen. Departementen moeten dan heel precies aangeven wat hun doelstellingen zijn en twee, drie jaar later moeten ze kunnen aantonen of ze hun ambities hebben waargemaakt. Dat geeft straks boeiende gesprekken tussen departementen, als een minister weer eens miljarden claimt voor nieuwe wegen terwijl uit eerdere jaren blijkt dat beloftes over filebestrijding absoluut niet zijn waargemaakt.

Even zo goed verwacht ik dat er straks meer zicht komt op de investeringsachterstand in diverse sectoren: in de zorg, in het onderwijs. Het is niet goed om te veel geld uit te geven, maar te weinig investeren kan net zo schadelijk zijn voor de samenleving. Dat zie je heel sterk bij het volstrekt surrealistische begrotingsbeleid van Gerrit Zalm. Daar worden eerst veel te krappe budgetten gemaakt, waardoor allerlei problemen ontstaan. En vervolgens gaat het kabinet proberen de boel een beetje op te lappen, met hier 50 miljoen en daar ook nog eens wat extra. Dan krijg je een volstrekt inefficiënte overheid, die verstrikt raakt in de externe adviseurs en de projectenziekte.

Nee, de grootste winst ligt volgens mij bij de onderlinge disciplinering tussen departementen. En dat de Kamer straks wat beter de boeken kan controleren, is mooi meegenomen.''