Gebreide theekopjes

Wie breien associeert met tuttigheid, moet zeker naar het Textielmuseum in Tilburg: op de expositie Een steekje los? is te zien dat breien is uitgegroeid tot Kunst met een grote K.

In het kader van het vak `Nuttig Handwerken' breide ik ooit een olifant. Blauw met roze oren. Het werd een absoluut dieptepunt in mijn lagere-schoolcarrière: zijn poten stonden scheef, er zat een gat in zijn slurf en voordat het beest af was, was hij al groezelig door de klamme handjes waarmee ik de breipennen had gehanteerd. Was de rond een bierflesje gehaakte poedel in de ogen van de handwerkjuf nog goed geweest voor een 7 op mijn rapport, de gebreide olifant lag ten grondslag aan de eerste en laatste 6- die ik scoorde op de lagere school, hetgeen een stevige en maar moeilijk te herstellen deuk in mijn zelfvertrouwen opleverde.

Met `nuttig handwerken' heeft de tentoonstelling Een steekje los? in het Textielmuseum in Tilburg niets te maken. Maar liefst 88 Britse en Nederlandse ontwerpers laten op deze expositie zien dat breien synoniem kan zijn met Kunst met een grote K. Want wie denkt er bij breien nou aan een installatie van ladders van mohair, opgehangen boven een bootje van papiersnippers? Of aan een metalen lap met 35 minuscule vaasjes met bloemen? Of aan wasmanden die zijn bekleed met heel fijn gebreide stof?

De verschillen in aanpak tussen de 53 Britse en 35 Nederlandse ontwerpers, die werden geselecteerd door de Britse wever/ontwerper John Allen, is opvallend. De eersten vallen op door hun onconventionele en humorvolle ontwerpen. Susan Tayler bijvoorbeeld breide een vest van elastiekjes. Amy Houghton doopte haar breisels in klei en bakte ze. Het resultaat is een nog ongekende variant van vormgeving: textiele keramiek. De Nederlandse breikunstenaars zijn in het algemeen veel praktischer bezig: draagbare kleding van o.a. Marije Blaasse en Marta de Wit, schoenen van Danny Fang en Simone Memel, hoeden van Mariëlle van der Schrier en Nicole Reinders en sieraden van Felieke van der Leest.

Meubels, kleding en accessoires blijken favoriet bij de moderne breister - op een enkele uitzondering na zijn alle deelnemende ontwerpers vrouwen. Heel bijzonder zijn de gebreide strandstoelen en `luchtbed' (gevuld met foam) van Sue Bradley. Ze completeerde de strandset met een kleurige tas en bijpassende schoenen, allemaal gebreid uiteraard. Janine Trott haalde meubels bij het grofvuil vandaan en bekleedde ze met haar breiwerken, doorgaans veelkleurige creaties met staarten. Iris Eichenberg ging aan de slag met het concept tafelkleed: ze breide truien voor haar tafels, met vier mouwen voor de poten. Enkele tafels hebben een coltrui aan, waarbij de col onder tafel hangt. Ook lampen blijken het in gebreide vorm leuk te doen: Bertjan Pot werkte met ballonnen, verstijfde de breisels eromheen, verwijderde de ballonnen en maakte er een lamp van. Ronduit gek is het ontwerp van Caroline McKenty: een enorme, handgebreide stoel van polyethyleen schuim, die nog het meest lijkt op een gigantische, in elkaar geknoopte worst.

Ook op kledinggebied heeft breien zich ontdaan van zijn tuttige imago. Het gebreide, vervilte en vervolgens in papierpulp gedoopte mantelpakje van Hilary Sussum (cow suit geheten wegens het zwartwitte vlekkenpatroon) mag vreemd lijken, maar je wilt het zó aan. De jasjes van gebreid metaal van Jane Howard zijn vermoedelijk wat lastiger draagbaar, maar zien er met hun scharniertjes, lampjes en paarse strikjes wel heel leuk uit.

Ook qua accessoires kun je met breipennen heel aardige dingen maken, zo is te zien op de tentoonstelling in Tilburg. Vooral sieraden van fijn metaaldraad zijn populair. Er is mooi werk te zien van Carla Nuis, die ook heel bijzondere schalen breit, en van Rina Tairo en Tracey Williams, die antiek lijkende sieraden vervaardigen. Heel geestig zijn de kleurige tassen van gebreid gerecycled plastic, van Lucy Stutchbury, die minuscule kerstlampjes in haar tassen verwerkte. Teresa Hancox breide tassen die ze vervolgens `aankleedde' met geschroeid plastic en een handvat van takken meegaf.

Maar het allerbijzonderst is het gebreide theeserviesje van Frances Geesin: ze breide een `jasje' van polypropyleen draad rond de kopjes en theepot, verwijderde daarna de aardewerken vormen en doopte het servies in zilver-, koper- en zinkverf. Ook de suikerklontjes kregen een verfbad.

Wie breien nog altijd associeert met Tuttigheid met een grote T of bescheiden jeugdbreitrauma's met zich meesleept, moet beslist naar het Textielmuseum. De tentoonstelling Een steekje los? levert definitief een andere kijk op breien op. Nooit meer angstbeelden van misvormde olifanten.

Expositie `Een steekje los? Verrassende ontwikkelingen in het breien', t/m 27 aug in het Nederlands textielmuseum, Goirkestraat 96, Tilburg. Di t/m vr 10-17u, za/zo 12-17u. Eerste en Tweede Pinksterdag gesloten. Toegang: volw ƒ7,50, 7 t/m 12 jr ƒ2,50, tot 7 jr gratis. MJK gratis. Inl 013-5494564

    • Friederike de Raat