Eerst schieten, dan vragen

Volgen er meer Amerikaanse renteverhogingen op de stap met een half procentpunt naar 6,5 procent die de Federal Reserve dinsdag zette? Een rente van 7 procent of meer lijkt dit jaar niet onwaarschijnlijk.

Hoe ver zal Alan Greenspan gaan met het verhogen van de rente in de Verenigde Staten? En hoe ver kan hij gaan? Dat zijn dé vragen op de financiële markten nu de Federal Reserve gisteren het belangrijkste tarief voor de geldmarkt, het federal fund rate, ophoogde van 6 procent naar 6,5 procent.

De stap van een half procentpunt was dinsdag, na de vergadering van het beleidsbepalende federal open market committee, al uitzonderlijk. Sinds 1 februari 1995 was de rente telkens met kwart procentpunten bijgesteld, maar deze week was de geleidelijkheid die Greenspan sindsdien toepaste niet meer opportuun. Uitzonderlijk is ook het peil waarop de geldmarktrente nu staat: zo hoog is het niveau niet geweest sinds het begin van het vorige decennium, toen de economie door de Fed ter afkoeling in een korte recessie werd geduwd.

Destijds bereikte de rente een niveau van 8,25 procent. Is zo'n hoog niveau ook nu weer nodig om de groei af te remmen tot een duurzaam expansietempo? Gezien de reacties op de financiële markten zelf zal de Fed er, volgens de overtuiging van dit moment, dicht bij in de buurt komen. Op de rentetermijnmarkt is een niveau van rond 7,5 procent tegen het einde van dit jaar al in de koersen ingeprijsd. De koersdalingen gisteren op de Amerikaanse obligatiemarkt gaven ook al aan dat niet werd verwacht dat de stap die Greenspan gisteren deed, de laatste zal zijn. En onder analisten is er vrijwel alleen nog onenigheid over de vraag wanneer de volgende renteverhoging zal worden doorgevoerd: bij de eerstvolgende vergadering van het FOMC op 27 juni, of bij de vergadering daarna op 22 augustus.

Voor Greenspan en zijn mede-bestuurders bij de Fed is het grote jongleren inmiddels begonnen. Er is geen enkel teken dat de renteverhogingen die tot nu toe zijn doorgevoerd het momentum in de economie hebben verminderd. In de tweede helft van vorig jaar groeide de Amerikaanse economie met 6 procent op jaarbasis, en in het eerste kwartaal van dit jaar nam dat tempo nauwelijks af, tot 5,4 procent op jaarbasis. Met name de consumtenbestedingen ontwikkelen zich, met een groei van meer dan 8 procent in het eerste kwartaal, indrukwekkend. Greenspan zelf had al, tijdens een lezing voor het Amerikaanse Congres, laten weten dat zelfs de zegeningen van de nieuwe economie niet afdoende zijn om de enorme vraag op te vangen. Hoewel de productiviteitsgroei en de investeringsgroei de economie in staat stellen méér te produceren, is de groei van de vraag nog zoveel groter dat er alsnog een groeiende krapte ontstaat.

Die redenering is terug te vinden in de argumentatie van het rentebesluit van de Fed van gisteren: ,,de toename van de vraag overtreft zelfs de snelle, door productiviteit gedreven toename van het potentiële aanbod'' hetgeen een ,,voortdurende druk'' uitoefent op de productiefactoren.

Vooral de ,,voortdurende druk'' is een versterking van de taal die door de Fed werd gebezigd na de vorige twee renteverhogingen met een kwart procent. Het bewijs van inflatiedruk is sindsdien binnen blijven sijpelen. De loonkosten stijgen nu fors, met 4,3 procent, bij een werkloosheid die weer onder de 4 procent gedoken is. En in maart kwam het eerste duidelijke bewijs dat de krapte begint door te sijpelen in de consumentenprijzen zelf. De inflatie steeg naar 3,7 procent op jaarbasis. Op basis van kalmerende brandstofprijzen kwam het cijfer over april binnen op 3 procent, nog steeds hoog. En de prijs van ruwe olie is, nadat een productieverruimend akkoord van de Opec-landen eind maart zorgde voor een daling, al weer op weg naar waarden rond de 30 dollar per vat. Mocht de inflatie over mei wederom op 3 procent of meer binnenkomen, dan is er volgens analisten geen twijfel meer over dat eind juni er weer een rentestap volgt. Ook de zogenoemde `kern-inflatie', waar voeding en brandstof niet wordt meegeteld, wordt verwacht te stijgen naar drie procent in de loop van het jaar.

Wat zijn daar de gevolgen van? Het feit dat de consensus-verwachting onder analisten een economische groei over geheel 2000 van tegen de 5 procent is, betekent dat over het algemeen niet wordt verwacht dat het tempo sinds het eerste kwartaal van dit jaar erg snel zal afnemen. Gezien de verwachting dat de economische groei volgend jaar terugvalt naar een procent of drie, zal de piek van de activiteiten kennelijk in het tweede of derde kwartaal van dit jaar liggen. Lombard Street Research, een Londens economisch bureau, wijst er op dat de explosie van de kredietverlening aan de niet-financiële sector, die nu met 15 procent op jaarbasis groeit, niet de indruk maakt dat de Amerikaanse economie uit zichzelf af zal koelen.

Meer rentestappen van Greenspan zullen nodig zijn om dat te bewerkstelligen. En de centrale bankier lijkt niet over de tijd te beschikken om af te wachten of de reeds doorgevoerde renteverhogingen al een vertragende uitwerking op de economie hebben. Op de financiële markten groeit de overtuiging dat de Fed misschien al wat te lang heeft gedraald en nu achterloopt bij de ontwikkelingen. Het devies luidt nu: eerst schieten, daarna vragen stellen.

    • Maarten Schinkel