Derde Woensdag

MET IETS MINDER ceremonieel vertoon dan aanvankelijk de bedoeling was (in verband met de gebeurtenissen in Enschede) heeft de Tweede Kamer gisteren voor de eerste keer de stukken in ontvangst genomen die moeten leiden tot een betere controle op het beleid van de diverse ministers. Na de Derde Dinsdag van september, de dag van de beleidsaankondiging, moet de Derde Woensdag van mei een jaarlijks terugkerende dag van beleidsverantwoording worden.

Het is de dag dat ministeries aan de hand van jaarverslagen behalve hun financiële verantwoording zo concreet mogelijk zullen aangeven wat er van het aangekondigde en afgesproken beleid is terechtgekomen. Drie vragen staan daarbij voor elk ministerie centraal: is bereikt wat was beoogd, is daarvoor gedaan wat gedaan zou worden en heeft het datgene gekost wat was aangekondigd. Dat deze vragen aanzienlijk eenvoudiger zijn te stellen dan te beantwoorden, bewijst het eerste resultaat dat gisteren werd gepresenteerd. Veel departementen moesten de antwoorden schuldig blijven. Daarnaast had de Algemene Rekenkamer de nodige kritiek op de financiële verantwoording, zoals deze in de diverse jaarverslagen was neergelegd.

ONTDAAN VAN de verpakking – minister Zalm (Financiën) had zelfs een speciaal Derde Woensdag-koffertje laten vervaardigen – resteerde er voor de Tweede Kamer dus eigenlijk een schamel resultaat. Omdat het de eerste `dag van de verantwoording' betrof waren de drie kernvragen met opzet voor elk departement tot twee beleidsterreinen beperkt gehouden. Maar zelfs aan die bescheiden opdracht wisten de meeste ministeries niet te voldoen. Dat alleen al geeft te denken, maar nog verontrustender was het begrip dat er direct al weer in de Tweede Kamer viel te bespeuren voor het niet nakomen van de verplichtingen. Het was immers nog maar de eerste keer, aldus het vergoelijkende geluid dat net iets te veel werd gehoord. Een parlement dat zijn controletaak serieus wenst te nemen, eist zonder compassie antwoorden op gestelde vragen.

Dit neemt niet weg dat de nu gekozen methodiek waarbij alle departementen zich op dezelfde wijze verantwoorden wel degelijk bijdraagt aan helderheid en zodoende aan een betere controle. Dat is niet alleen van belang voor de Kamerleden maar ook voor de wereld buiten het Binnenhof. Maar tevens moet ervoor gewaakt worden dat de `dag van de verantwoording' gaat fungeren als dag van de biecht. Verantwoording afleggen en het uitoefenen van parlementaire controle horen dagelijkse bezigheden te zijn.

DE DERDE WOENSDAG in mei kan sinds gisteren aan de reeks politieke begrippen worden toegevoegd. Voor alle duidelijkheid: de Tweede Kamer heeft geen extra bevoegdheden gekregen. Het instrumentarium om de reeds lang bestaande controletaak uit te kunnen oefenen is slechts gebruiksvriendelijker geworden. Dat is belangrijk maar ook niet meer dan dat. De controlefunctie gaat pas echt werken als parlementariërs zich er naar gaan gedragen. Dat vraagt om kritische Kamerleden die hun handelen niet telkenmale ondergeschikt maken aan coalitie- of partijbelang. Want of het parlement zich als lam dan wel als leeuw gedraagt is nog steeds volledig afhankelijk van de houding die de parlementariërs zelf wensen aan te nemen.