Afrikaanse poëzie

De interpretaties van Afrikaanse gedichten die Gerrit Komrij op de Achterpagina publiceert, hebben altijd een originele strekking en dragen veel bij tot het begrijpen van dat fascinerende Zuid-Afrikaanse poëtische universum.

Tegen de achtergrond van Komrij's kennis van zaken is het daarom verwonderlijk dat hij in een extreem jubelende toon vervalt bij zijn analyse van het gedicht Die gesteelde TV van Peter Snyders (4 mei 2000). Dat dit gedicht met zijn mengeling van Engels en Bargoens voor Nederlandse oren op het eerste gehoor en gezicht iets koddigs heeft, wil ik niet ontkennen. Al moet ik er aan toevoegen dat van het grappige weinig overblijft, wanneer de lezer zich realiseert dat persoonlijk bezit in het huidige Zuid-Afrika grote kwetsbaarheid van zowel bezit als bezitter met zich meebrengt. Belangrijker (en onbegrijpelijker) is dat Komrij de bruinmense tot de creatieve gebruikers van het Afrikaans bombardeert.

Mij is de grote creativiteit van de dichter en toneelschrijver Adam Small bekend, maar Small introduceerde iets nieuws en het zou volledig bezijden de waarheid zijn om de door Komrij als straatpoëzie aangeduide gedichten van Snyders tot het huidige hoogtepunt van de Afrikaanse dichtkunst te verheffen. Ik kan hem verzekeren dat het even leuk is, maar al gauw als maniertje kan worden ontmaskerd en tot vrijwel niets verbleekt. Het is om deze reden onjuist om de dichter D.J. Opperman met terugwerkende kracht van selectiviteit op grond van vooroordeel te beschuldigen. Toen Opperman zijn Groot Verseboek samenstelde, waren er bitter weinig bruin dichters. Om mensen uit de bruin gemeenschap aan te moedigen, om in hun spreektaal, hun mengtaal van Afrikaans en Engels gedichten te gaan schrijven, zou ook betekenen dat deze mensen in cultureel opzicht in een situatie van achterstand worden geplaatst tegenover het standaard-Engels en het standaard-Afrikaans. Dan geraken deze Kapenaars helemaal tussen wal en schip.

Waarom heeft Komrij een lans gebroken voor dit gedicht, dat qua taal en qua mentaliteit on-ethisch is? De enige verklaring die ik kan verzinnen is dat het hier een vorm van subtiele wraak op de gevestigde Afrikaner uitgeverswereld betreft. Aan het einde van dit jaar zal bij uitgeverij Tafelberg namelijk een geactualiseerde versie van Oppermans bloemlezing Groot Verseboek verschijnen, onder redactie van André Brink. Natuurlijk ziet Komrij dit project als een gevaarlijke concurrent voor zijn eigen (in Zuid-Afrika peperdure) boek `De Afrikaanse poëzie in 1000 en enige gedichten'. Terecht is Komrij boos over deze gang van zaken. Men heeft hem onvoldoende over de uitgeversplannen geïnformeerd. Hij heeft die boosheid in een ingezonden brief in Die Burger overtuigend geventileerd. Maar deze boosheid kan geen rechtvaardiging zijn voor een doldrieste aanval op `bleke en zwaarwichtige poëten'. Trouwens, wie bedoelt hij daarmee?

    • Dr. Hans Ester
    • Voorz.Suid-Afrikaanse Instituut